Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Uwv stelt arbeidsongeschiktheid na tussenuitspraak alsnog vast op 58,24 procent na aangescherpte FML met urenbeperking

Einduitspraak. Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 58,24%. Gewijzigde FML. De door de deskundige beschreven beperkingen zijn overgenomen.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2025:1193Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
6 augustus 2025

In het kort

  • De deskundige psychiater Hernandez oordeelde dat een inzetbaarheid van 20 tot 22 uur per week haalbaar is en 30 tot 32 uur niet, waarna de FML op 10 februari 20
  • Na aanpassing van de FML zijn vier van de zes eerder geselecteerde functies afgevallen; de arbeidsdeskundige vond vervangende functies en berekende de arbeidson
  • Het Uwv stelde bij besluit van 31 maart 2025 vast dat appellante per 12 februari 2021 recht heeft op een WGA-vervolguitkering.
  • De redelijke termijn van vier jaar is met meer dan 24 maanden overschreden; de totale schadevergoeding bedraagt 2.500 euro, verdeeld over het Uwv (1.465,52 euro
  • Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een totaalbedrag van 4.805,89 euro.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante ontving een WIA-besluit van 18 juni 2020. In een tussenuitspraak van 29 januari 2025 oordeelde de Raad dat het bestreden besluit op een ondeugdelijke medische grondslag berustte. De ingeschakelde deskundige psychiater Hernandez had voldoende overtuigend en inzichtelijk gemotiveerd dat appellante verdergaand beperkt is dan het Uwv had aangenomen in de FML van 16 maart 2020. Zij voegde een beperking van matige ernst toe op het uiten van eigen emoties (aspect 2.7) en oordeelde dat inzetbaarheid van 30 tot 32 uur per week niet haalbaar is; 20 tot 22 uur per week achtte zij wel haalbaar.

Ter uitvoering van de tussenuitspraak stelde de verzekeringsarts bezwaar en beroep op 10 februari 2025 een aangescherpte FML op, waarin de beperkingen van Hernandez zijn overgenomen. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep concludeerde vervolgens dat vier van de zes eerder geselecteerde functies niet meer geschikt zijn omdat daarin het maximale aantal te werken uren wordt overschreden. Hij handhaafde één functie uit SBC-code 111010 en vond twee andere geschikte functies, alsmede nog twee verdere geschikte functies. De mate van arbeidsongeschiktheid berekende hij op 58,24 procent. Bij de gewijzigde beslissing op bezwaar van 31 maart 2025 stelde het Uwv vast dat appellante per 28 februari 2019 (respectievelijk 12 februari 2021) 58,24 procent arbeidsongeschikt is, wat recht geeft op een WGA-vervolguitkering per 12 februari 2021.

Appellante voerde aan dat zij verdergaand beperkt is, dat de geselecteerde functies een hoog dwingend tempo kennen en uiterste concentratie vereisen, dat zij de vereiste opleidingen niet kan volgen, en dat zij vanwege haar kwetsbaarheid niet in staat is tot enige vorm van loonvormende arbeid. De Raad verwierp deze gronden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had de FML van 10 februari 2025 gemotiveerd opgesteld met inachtneming van de beperkingen van Hernandez; verdergaande beperkingen zijn niet aannemelijk geworden. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep had de signaleringen bij de geselecteerde functies overtuigend toegelicht. Ten aanzien van de opleidingseisen oordeelde de Raad dat appellante ruimschoots voldoet aan de opleidingsvereisten en dat de kortdurende, interne, op de praktijk gerichte opleidingen en certificaten ver beneden haar eigen opleidingsniveau liggen, waarbij geen sprake is van een beperking op aandacht of herinneren. Het beroep tegen het besluit van 31 maart 2025 werd ongegrond verklaard.

De redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM is overschreden. Vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift op 4 april 2019 tot de uitspraak zijn ruim zes jaar verstreken, terwijl de redelijke termijn op vier jaar is gesteld. De overschrijding bedraagt meer dan 24 maanden, wat leidt tot een totale schadevergoeding van 2.500 euro. Twaalf maanden overschrijding zijn toe te rekenen aan de rechterlijke fase, zodat de Staat 1.034,48 euro vergoedt en het Uwv 1.465,52 euro.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

Het Uwv heeft de arbeidsongeschiktheid alsnog vastgesteld op 58,24 procent, wat per 12 februari 2021 recht geeft op een WGA-vervolguitkering. De hogere arbeidsongeschiktheid is het directe gevolg van de aangescherpte FML met een urenbeperking van maximaal 20 tot 22 uur per week, die is gebaseerd op de rapporten van de deskundige psychiater Hernandez. Verdergaande beperkingen dan in de FML van 10 februari 2025 zijn door de Raad niet aannemelijk geacht, zodat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 58,24 procent het eindpunt van deze procedure is.

Vragen over deze uitspraak

Waarom zijn de eerder geduide functies afgevallen na de tussenuitspraak?

Vier van de zes eerder geselecteerde functies zijn afgevallen omdat daarin het maximale aantal te werken uren wordt overschreden na de aangescherpte FML met een urenbeperking van maximaal 20 tot 22 uur per week. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft vervolgens vervangende geschikte functies geselecteerd.

Wat is de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid geworden?

Het Uwv heeft de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 58,24 procent, wat per 12 februari 2021 recht geeft op een WGA-vervolguitkering. Dit percentage is berekend op basis van de gewijzigde FML van 10 februari 2025.

Mocht het Uwv de urenbeperking weigeren omdat die op een diagnose was gebaseerd?

Nee. De deskundige Hernandez heeft de reactie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat een urenbeperking niet wordt gesteld op basis van een diagnose gemotiveerd weerlegd. De Raad achtte de motivering van Hernandez voldoende overtuigend en inzichtelijk.

Hoe hoog is de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn en wie betaalt die?

De totale schadevergoeding bedraagt 2.500 euro. Het Uwv betaalt 1.465,52 euro (17/29 deel) en de Staat betaalt 1.034,48 euro (12/29 deel), omdat twaalf van de 29 maanden overschrijding zijn toe te rekenen aan de rechterlijke fase.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket