Centrale Raad van Beroep
Raad volgt deskundige en bevestigt WIA-uitkering van 62,81% na aanvullende beperkingen inclusief urenbeperking
Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 62,81%. Benoeming deskundige. Gewijzigd FML. Voldoende medische onderbouwing.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1880Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 18 december 2025
In het kort
- Het Uwv kende aanvankelijk geen WIA-uitkering toe omdat de arbeidsongeschiktheid op 34,85% werd vastgesteld, onder de drempel van 35%.
- De door de Raad benoemde deskundige Greveling-Fockens adviseerde aanvullende beperkingen inclusief een urenbeperking van vier uur per dag, twintig uur per week.
- Na de deskundigenrapporten stelde het Uwv een gewijzigde FML op en bepaalde de mate van arbeidsongeschiktheid per 1 oktober 2019 op 62,81%.
- De Raad gaat uit van de juistheid van de FML van 20 september 2024 omdat appellante in reactie op het nieuwe besluit geen nieuwe medische gronden of gegevens in
- Het Uwv werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van in totaal € 4.567,28 en griffierecht van € 182,-.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante raakte in 2016 betrokken bij een auto-ongeval en meldde zich in 2017 ziek vanuit haar functie als WMO-consulent voor 22,18 uur per week. Het Uwv weigerde aanvankelijk een WIA-uitkering omdat de vastgestelde arbeidsongeschiktheid onder de 35% bleef. Na bezwaar werd de mate van arbeidsongeschiktheid bijgesteld naar 34,85%, nog altijd onder de drempelwaarde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep benoemde de Raad verzekeringsarts Greveling-Fockens als onafhankelijk deskundige, omdat twijfel was ontstaan of voor appellante voldoende beperkingen in de FML waren opgenomen. De deskundige concludeerde op 25 maart 2024 dat appellante op de datum in geding meer beperkingen had dan vastgelegd: ten aanzien van leidinggeven, het maken van hoofdbewegingen, het hoofd langdurig in een bepaalde stand houden, lopen op oneffen terrein, trappenlopen, staan tijdens het werk, en een urenbeperking van vier uur per dag, twintig uur per week, zonder avond- en nachtdiensten.
Het Uwv nam het oordeel van de deskundige over, stelde op 20 september 2024 een gewijzigde FML op en selecteerde nieuwe functies. Op basis daarvan werd de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 62,81%. Bij beslissing op bezwaar van 31 maart 2025 kende het Uwv alsnog een WIA-uitkering toe in de klasse 35 tot 80%.
Appellante bleef bezwaren houden. Zij stelde dat de nekbeperkingen nog altijd onvoldoende waren verwerkt, dat geen rekening was gehouden met dyslexie en dyscalculie, en dat de nieuw geduide functies niet passend waren vanwege de werkomgeving en de fysieke belasting. De Raad volgde deze standpunten niet. Appellante bracht in reactie op het nieuwe besluit geen nieuwe medische gronden of gegevens in, zodat de Raad uitging van de juistheid van de FML van 20 september 2024.
Over de functies huishoudelijk medewerker zorg en huishoudelijk medewerker gebouwen oordeelde de Raad dat de beperkingen op de items lopen en staan niet worden overschreden, en dat de functies daarmee passend zijn. De arbeidsdeskundige had de geschiktheid van de functies voldoende gemotiveerd. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak en het eerste besluit op bezwaar, maar verklaarde het beroep tegen het besluit van 31 maart 2025 ongegrond.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
Appellante ontving per 1 oktober 2019 alsnog een WIA-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 62,81%, in de klasse 35 tot 80%. De wettelijke rente over de nabetaalde uitkering is vergoed. Wie in reactie op een nieuwe beslissing op bezwaar geen nieuwe medische gronden of gegevens inbrengt, kan er niet op rekenen dat de Raad alsnog verdergaande beperkingen aanneemt dan de deskundige heeft geadviseerd.
Vragen over deze uitspraak
Waarom kreeg appellante alsnog een WIA-uitkering na jarenlange afwijzing?
De door de Raad benoemde onafhankelijk deskundige concludeerde dat appellante meer beperkingen had dan eerder vastgelegd, waaronder een urenbeperking van vier uur per dag en twintig uur per week. Het Uwv nam dit oordeel over, stelde een nieuwe FML op en herberekende de arbeidsongeschiktheid op 62,81%.
Welke urenbeperking werd uiteindelijk vastgesteld?
De deskundige adviseerde een urenbeperking van vier uur per dag, twintig uur per week, en geen avond- en nachtdiensten. Het Uwv nam dit advies over in de gewijzigde FML van 20 september 2024.
Waarom werden de klachten over dyslexie en nekpijn niet gehonoreerd in de nieuwe FML?
Appellante bracht in reactie op het nieuwe besluit van 31 maart 2025 geen nieuwe medische gronden of gegevens in. De Raad ging daarom uit van de juistheid van de FML van 20 september 2024 en volgde de motivering van de arbeidsdeskundige over de geschiktheid van de functies.
Zijn de functies huishoudelijk medewerker passend voor iemand met een beperking op lopen en staan?
Ja, volgens de Raad zijn de functies huishoudelijk medewerker zorg en huishoudelijk medewerker gebouwen passend omdat de duur van lopen in combinatie met staan van vier uur per dag daarin niet wordt overschreden. Daartoe zijn beperkingen vastgesteld op de items 4.19 lopen tijdens het werk en 5.4 staan tijdens het werk.
Verwante uitspraken
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Beide WIA-schattingen blijven in stand: appellante is per 24 november 2018 65,71% en per 26 september 2019 68,33% arbeidsongeschikt27 november 2025
- Arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,72% per 8 september 2022 blijft in stand ondanks latere volledige arbeidsongeschiktheid15 juli 2026


