Centrale Raad van Beroep
Uwv kent terecht WIA-uitkering toe naar 40,14% arbeidsongeschiktheid; beroepen werknemer en werkgever tegen bestreden besluit 2 ongegrond
Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 40,14%. Benoeming deskundige. Juiste FML. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:575Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 13 mei 2026
In het kort
- Het Uwv kende werknemer per 10 september 2020 een WIA-uitkering toe naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 40,14%; de beroepen van werknemer en werkgever t
- De door de Raad benoemde deskundigen psychiater W. Nieuwdorp en verzekeringsarts K.C. Rammeloo concludeerden op 19 augustus 2024 dat de FML van 8 maart 2021 pas
- De claim van werknemer op een IVA-uitkering per 10 september 2020 slaagde niet; per 10 september 2022 is hem wel een IVA-uitkering toegekend, maar die beoordeli
- De redelijke termijn werd met een jaar en zeven maanden overschreden; de Staat betaalt € 1.895,- en het Uwv betaalt € 105,- aan immateriële schadevergoeding.
- Het Uwv werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan werknemer van in totaal € 8.254,13 en vergoeding van griffierecht van € 185,-.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Werknemer viel op 13 september 2018 uit als schoonmaker/magazijnmedewerker voor 32,13 uur per week. Na de wachttijd diende hij een WIA-aanvraag in. Het Uwv weigerde aanvankelijk een uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid onder de 35% lag. Na bezwaar, beroep en hoger beroep nam het Uwv op 27 maart 2023 een gewijzigd besluit en kende het alsnog een WIA-uitkering toe naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 40,14% per 10 september 2020. Zowel werknemer als werkgever bestreden dit besluit.
Werknemer stelde dat hij meer beperkingen had dan in de FML van 8 maart 2021 waren opgenomen en dat hij recht had op een IVA-uitkering. De Raad benoemde psychiater W. Nieuwdorp en verzekeringsarts K.C. Rammeloo als deskundigen. Zij concludeerden op 19 augustus 2024 dat werknemer op de datum in geding beperkt psychisch belastbaar was en dat de FML van 8 maart 2021 daar op passende wijze rekening mee hield. Ook met de fysieke aandoeningen was in de FML passend rekening gehouden. De Raad volgde dit deskundigenrapport, nu het blijk gaf van een zorgvuldig onderzoek en voldoende gemotiveerd was. De IVA-claim van werknemer slaagde daarmee niet.
Werkgever voerde aan dat deeltijdfuncties hadden moeten worden gecombineerd, dat het CBBS onvoldoende transparant en controleerbaar was, dat er geen equality of arms bestond en dat de reductiefactor ten onrechte was toegepast. De Raad verwierp al deze gronden. Voor het combineren van functies geldt dat een specifieke combinatie op voldoende schaal op de Nederlandse arbeidsmarkt moet voorkomen; het Uwv had afdoende gemotiveerd dat dit niet gewaarborgd kon worden. Het CBBS is volgens vaste rechtspraak in beginsel rechtens aanvaardbaar als ondersteunend systeem, en de omstandigheid dat het Uwv over gegevens beschikt die niet alle kenbaar zijn voor de werkgever, levert geen strijd op met het vereiste van equality of arms. De reductiefactor is op grond van artikel 2, eerste lid, van de Beleidsregel uurloonschatting 2008 verplicht toe te passen als de urenomvang van de geselecteerde arbeid kleiner is dan die van de maatgevende arbeid.
Het dagloon was door het Uwv terecht vastgesteld op € 77,91 op grond van artikel 18, tweede lid van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen. De Raad stelde verder een overschrijding van de redelijke termijn vast van een jaar en zeven maanden, wat leidde tot een schadevergoeding van € 2.000,- totaal, waarvan € 105,- voor rekening van het Uwv en € 1.895,- voor rekening van de Staat.
Wat betekent deze uitspraak voor de werkgever?
De Raad bevestigt dat een werkgever in WIA-geschillen niet op geheel gelijke voet als werknemer en Uwv kan deelnemen, maar dat dit geen schending van equality of arms oplevert zolang het Uwv zijn besluit zorgvuldig, goed onderbouwd en inzichtelijk motiveert. De werkgever die de arbeidskundige grondslag wil aanvechten, is aangewezen op het aannemelijk maken dat het onderzoek van het Uwv onvoldoende is geweest of dat de motivering de beslissing niet kan dragen. Het betoog dat deeltijdfuncties gecombineerd hadden moeten worden slaagt niet, omdat het Uwv afdoende heeft gemotiveerd dat een dergelijke combinatieschatting niet op voldoende schaal op de Nederlandse arbeidsmarkt voorkomt en onvoldoende toetsbaar is.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Raad oordeelt dat de FML van 8 maart 2021 passend rekening houdt met de psychische en fysieke beperkingen van werknemer op de datum in geding, op basis van het rapport van de door de Raad benoemde deskundigen van 19 augustus 2024. De claim op een IVA-uitkering per 10 september 2020 slaagt niet. Werknemer heeft wel recht op wettelijke rente over de nabetaling en ontvangt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van in totaal € 2.000,-, waarvan € 105,- van het Uwv en € 1.895,- van de Staat.
Vragen over deze uitspraak
Waarom mocht het Uwv geen deeltijdfuncties combineren voor de schatting?
Een specifieke combinatie van functies moet op voldoende schaal voorkomen op de Nederlandse arbeidsmarkt, wat het Uwv niet kon waarborgen. Bij een combinatieschatting spelen individuele factoren als reistijd, reisafstand, combinatiedruk en het aangewezen vervoersmiddel een rol, en het is de vraag of zo'n schatting voldoende toetsbaar is op grond van objectieve en inzichtelijke gegevens.
Kan een werkgever het CBBS aanvechten omdat hij er geen toegang toe heeft?
Nee, het CBBS is volgens vaste rechtspraak van de Raad in beginsel rechtens aanvaardbaar als ondersteunend systeem. Dat het Uwv beschikt over gegevens die niet alle kenbaar zijn voor de werkgever levert geen strijd op met het vereiste van equality of arms uit artikel 6 EVRM, mits het besluit zorgvuldig, goed onderbouwd en inzichtelijk is gemotiveerd.
Wanneer moet een arbeidsdeskundige overleggen met de verzekeringsarts over de geselecteerde functies?
Alleen als de functiebelasting de belastbaarheid zoals neergelegd in de FML overschrijdt. Er rust op de arbeidsdeskundige en de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen algemene verplichting om te overleggen over de geschiktheid van de geselecteerde functies.
Hoe werd de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn verdeeld over het Uwv en de Staat?
De totale overschrijding van een jaar en zeven maanden leidde tot een vergoeding van € 2.000,-. Daarvan werd één maand aan de bezwaarfase toegerekend (voor rekening van het Uwv: € 105,-) en achttien maanden aan de rechterlijke fase (voor rekening van de Staat: € 1.895,-), berekend volgens de methode uit het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016.
Verwante uitspraken
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Beide WIA-schattingen blijven in stand: appellante is per 24 november 2018 65,71% en per 26 september 2019 68,33% arbeidsongeschikt27 november 2025
- Arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,72% per 8 september 2022 blijft in stand ondanks latere volledige arbeidsongeschiktheid15 juli 2026


