Centrale Raad van Beroep
Volledige maar niet duurzame arbeidsongeschiktheid rechtvaardigt WGA-uitkering in plaats van IVA omdat behandelmogelijkheden voor slaapproblematiek nog niet zijn uitgeput
Herbeoordeling. Toekenning WGA-uitkering naar en mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1310Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 27 augustus 2025
In het kort
- Appellante ontvangt een WGA-uitkering bij een arbeidsongeschiktheid van 80-100%; de vraag is of de arbeidsongeschiktheid per 23 januari 2020 ook duurzaam is en
- Psychiater M. van Beem diagnosticeerde op de datum in geding een ander gespecificeerd psychotrauma- of stressor-gerelateerde stoornis en zag behandelmogelijkhed
- Het afgeraden gebruik van Quetiapine sluit behandelmogelijkheden niet uit: de deskundige wees in zijn rapport van 8 oktober 2024 op andere benzodiazepinen en mi
- De brief van de huisarts van 31 december 2024 toont niet dat alle beschikbare middelen en behandelingen zijn uitgeput, ook ontbreekt informatie over de duur van
- De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 oktober 2023 en handhaaft de WGA-uitkering.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante ontvangt sinds 11 juli 2016 een WGA-uitkering. Haar ex-werkgever verzocht in 2019 om herbeoordeling, omdat hij meende dat appellante volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was en recht had op een IVA-uitkering. Na bezwaar handhaafde het Uwv de WGA-uitkering bij een mate van arbeidsongeschiktheid van 80-100%, maar kende geen IVA toe. Het geschil draait uitsluitend om de duurzaamheid van de volledige arbeidsongeschiktheid per 23 januari 2020.
De rechtbank schakelde psychiater M. van Beem in als deskundige. Hij onderzocht appellante op 3 januari 2023 en rapporteerde op 26 april 2023. Hij stelde vast dat bij appellante op de datum in geding trauma-gerelateerde klachten aanwezig waren, te kwalificeren als een ander gespecificeerd psychotrauma- of stressor-gerelateerde stoornis, en zag behandelmogelijkheden. De behandeling zou zich eerst moeten richten op herstel van de chronische slaapproblemen, daarna activatie en dagstructuur, en ten slotte traumabehandeling. De rechtbank volgde de deskundige en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar huisarts het middel Quetiapine had afgeraden wegens bijwerkingen en gebrek aan effect, en dat slaaptherapie evenmin had geholpen. De Raad vroeg deskundige Van Beem aanvullend te rapporteren. In zijn rapport van 8 oktober 2024 handhaafde de deskundige zijn standpunt: Quetiapine is slechts één van de mogelijke middelen, er zijn nog andere benzodiazepinen en middelen uit andere groepen beschikbaar, en ook niet-medicamenteuze mogelijkheden zijn nog niet volledig beproefd. Pas als al die mogelijkheden voldoende zijn geprobeerd, zijn er geen behandelmogelijkheden meer.
De Raad bevestigt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke deskundige kan volgen indien de motivering overtuigend is. De motivering in het aanvullende rapport van 8 oktober 2024 acht de Raad overtuigend. Een aanvullende brief van de huisarts van 31 december 2024 maakt dit niet anders, omdat daaruit wel blijkt dat appellante een aantal middelen en een niet-medicamenteuze behandeling heeft geprobeerd, maar niet dat deze zijn uitgeput of hoe lang het gebruik of de behandeling duurde. Het hoger beroep slaagt niet en de WGA-uitkering blijft in stand.
Wat betekent deze uitspraak voor de werkgever?
De ex-werkgever was degene die het herbeoordeling verzoek indiende met het standpunt dat appellante recht had op een IVA-uitkering. De Raad wijst dat standpunt af en handhaaft de WGA-uitkering. Voor de werkgever die premie draagt voor een WGA-uitkering verandert er niets door deze uitspraak.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
Appellante houdt een WGA-uitkering bij een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, maar krijgt geen IVA-uitkering. De Raad oordeelt dat de arbeidsongeschiktheid op 23 januari 2020 niet duurzaam is, omdat er nog behandelmogelijkheden voor de slaapproblematiek bestaan die nog niet volledig zijn beproefd. Zolang die mogelijkheden niet zijn uitgeput, kan de arbeidsongeschiktheid niet als duurzaam worden aangemerkt.
Vragen over deze uitspraak
Wanneer heeft een verzekerde recht op een IVA-uitkering in plaats van een WGA-uitkering?
Een verzekerde heeft recht op een IVA-uitkering als de arbeidsongeschiktheid volledig én duurzaam is op grond van artikel 47 van de Wet WIA. Volledig arbeidsongeschikt zijn is niet genoeg: de duurzaamheid moet afzonderlijk worden vastgesteld aan de hand van herstelkansen en behandelmogelijkheden.
Hoe beoordeelt de verzekeringsarts of arbeidsongeschiktheid duurzaam is?
De verzekeringsarts maakt een inschatting van de herstelkansen in de zin van een verbetering van de functionele mogelijkheden. Die inschatting moet berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij de individuele verzekerde aan de orde zijn. Als de inschatting is gebaseerd op een medische behandeling, is een onderbouwing vereist die ziet op het mogelijke resultaat daarvan voor die individuele verzekerde.
Wat gebeurt er als een voorgesteld medicijn door de huisarts wordt afgeraden?
Het afraden van één specifiek middel betekent niet dat alle behandelmogelijkheden zijn uitgeput. De deskundige wees in dit geval op andere benzodiazepinen en middelen uit andere groepen, en op niet-medicamenteuze opties die nog niet volledig zijn beproefd.
Welk gewicht heeft een brief van de huisarts als tegenbewijs tegen een deskundigenrapport?
Een huisartsbrief kan het deskundigenoordeel niet zonder meer opzijzetten. In deze zaak bleek uit de brief van 31 december 2024 wel dat appellante bepaalde middelen had geprobeerd, maar niet dat die middelen en behandelingen waren uitgeput of hoe lang het gebruik of de behandeling had geduurd.
Verwante uitspraken
- Herbeoordeling in bezwaar leidt tot lagere arbeidsongeschiktheid zonder schending reformatio in peius omdat de verlaging pas per toekomende datum ingaat26 maart 2026
- Beide WIA-schattingen blijven in stand: appellante is per 24 november 2018 65,71% en per 26 september 2019 68,33% arbeidsongeschikt27 november 2025
- Uwv hoeft WAO-uitkering niet te verhogen omdat toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na herziening niet medisch is onderbouwd17 juni 2026


