Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Uwv zet WIA-uitkering terecht ongewijzigd voort na melding toegenomen arbeidsongeschiktheid over de periode 10 april 2019 tot 6 oktober 2021

Ongewijzigde voortzetting van de WIA-uitkering van appellant in de periode van 10 april 2019 tot 6 oktober 2021. Geen toegenomen klachten.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:56Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
14 januari 2026

In het kort

  • Appellant ontvangt sinds 9 oktober 2011 een WGA-uitkering na een ziekmelding op 11 oktober 2009 als kraanmachinist/heftruckchauffeur voor 38 uur per week.
  • Het Uwv stelde in bezwaar vast dat appellant vanaf 6 oktober 2021 volledig arbeidsongeschikt is; voor de periode 10 april 2019 tot 6 oktober 2021 bedraagt de ma
  • De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 oktober 2024 en laat het bestreden besluit in stand.
  • Appellant legde een brief van 20 oktober 2015 van zijn behandelend fysiotherapeut over, maar bevestigde zelf ter zitting dat die brief geen nieuwe informatie be
  • Appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten en het betaalde griffierecht omdat het hoger beroep niet slaagt.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant werkte als kraanmachinist/heftruckchauffeur voor 38 uur per week en ontvangt sinds 9 oktober 2011 een WGA-uitkering. Hij meldde zich op 27 september 2021 bij het Uwv met toegenomen klachten met ingang van 10 april 2019. Na onderzoek stelde het Uwv bij besluit van 13 april 2023 vast dat zijn mogelijkheden om te werken niet waren veranderd. In bezwaar erkende het Uwv dat appellant vanaf 6 oktober 2021 volledig arbeidsongeschikt is en recht heeft op een WGA-loonaanvullingsuitkering, maar handhaafde het voor de periode van 10 april 2019 tot 6 oktober 2021 een mate van arbeidsongeschiktheid van 63,68%.

Appellant stelde meer beperkt te zijn dan het Uwv aannam, vanwege klachten aan zijn rechterschouder, -arm en -hand, allergieën, jeuk, concentratieproblemen en problemen met het hanteren van conflicten en het uiten van eigen gevoelens. Hij betoogde ook dat hij niet geschikt is voor de geselecteerde functies.

De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht. Appellant was zowel in de primaire fase als in de bezwaarfase lichamelijk onderzocht. Voor de allergieën en jeuk had de verzekeringsarts bezwaar en beroep een aanvullende beperking opgenomen. Voor de concentratieproblemen was gemotiveerd onderbouwd waarom geen beperkingen werden aangenomen. Appellant had geen medische stukken overgelegd die tot een ander oordeel zouden moeten leiden. Ook het arbeidskundig onderzoek werd voldoende zorgvuldig geacht.

In hoger beroep herhaalde appellant zijn gronden. De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat appellant geen nieuwe medische argumenten heeft aangevoerd. Hij legde weliswaar een brief van 20 oktober 2015 van zijn behandelend fysiotherapeut over, maar ter zitting bevestigde appellant zelf dat deze brief geen nieuwe informatie bevat. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en oordeelt dat er geen aanleiding bestaat de vastgestelde beperkingen voor onjuist te houden. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft inzichtelijk toegelicht waarom appellant de geselecteerde functies kan verrichten. Het hoger beroep slaagt niet.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat uw WIA-uitkering over de periode 10 april 2019 tot 6 oktober 2021 terecht ongewijzigd is voortgezet op basis van een arbeidsongeschiktheid van 63,68 procent. Wie in hoger beroep aanvoert meer beperkt te zijn, moet dat onderbouwen met nieuwe medische gegevens; een herhaling van eerder aangevoerde gronden of een brief zonder nieuwe informatie is daarvoor niet voldoende. Uw volledige arbeidsongeschiktheid vanaf 6 oktober 2021 en het daarmee samenhangende recht op een WGA-loonaanvullingsuitkering staan niet ter discussie in deze uitspraak.

Vragen over deze uitspraak

Hoe hoog was de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in de periode 10 april 2019 tot 6 oktober 2021?

63,68 procent. Het Uwv stelde dit vast in bezwaar op basis van rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.

Waarom werd er geen extra beperking opgenomen voor de concentratieproblemen van appellant?

De verzekeringsartsen hebben duidelijk onderbouwd waarom er geen beperkingen zijn aangenomen voor concentratieproblemen. Appellant heeft geen medische stukken ingediend die zouden moeten leiden tot een ander oordeel.

Wat betekende de melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid voor de WIA-uitkering van appellant na 6 oktober 2021?

Vanaf 6 oktober 2021 heeft appellant recht op een WGA-loonaanvullingsuitkering, omdat hij vanaf die datum 100% arbeidsongeschikt is. Dit erkende het Uwv al in de bezwaarfase.

Waarom telde de brief van de fysiotherapeut niet mee als nieuw medisch bewijs?

Appellant heeft ter zitting zelf bevestigd dat de brief van 20 oktober 2015 van zijn behandelend fysiotherapeut geen nieuwe informatie bevat. De Raad oordeelde daarom dat er geen aanleiding bestaat te twijfelen aan de conclusies van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket