Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Verruiming urenbelastbaarheid van 20 naar 30 uur per week bij NAH is voldoende gemotiveerd en de arbeidsongeschiktheid van 77,35% blijft in stand

Mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 30 juli 2023 terecht vastgesteld op 77,35%. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:553Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
7 mei 2026

In het kort

  • De mate van arbeidsongeschiktheid van appellante is per 30 juli 2023 vastgesteld op 77,35%, na aanvankelijke vaststelling op 80 tot 100%.
  • De urenbelastbaarheid is verruimd van vier uur per dag en 20 uur per week naar zes uur per dag en 30 uur per week, mede omdat appellante niet langer tien tot ve
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de duurbelastbaarheid gemotiveerd aan de hand van de standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid; een tweede verzekerings
  • Het Uwv hoeft een afwijking van een eerdere beoordeling niet per se te motiveren, zo volgt uit de door de Raad aangehaalde uitspraken van 7 oktober 2020 en 30 a
  • De periode van 24 kalendermaanden begint op 9 januari 2025, zodat de inkomenseis bij ongewijzigde omstandigheden pas ingaat op 1 februari 2027.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante werkte als directiesecretaresse voor 36,09 uur per week. Na de wachttijd kende het Uwv haar per 15 september 2021 een WGA-uitkering toe. Na afloop van de loongerelateerde periode werd de mate van arbeidsongeschiktheid aanvankelijk vastgesteld op 80 tot 100%. Op bezwaar van de ex-werkgever stelde het Uwv de arbeidsongeschiktheid bij en na nadere medische beoordeling hangende beroep uiteindelijk vast op 77,35% per 30 juli 2023. Kern van het geschil was de verruiming van de urenbelastbaarheid van vier uur per dag en 20 uur per week naar zes uur per dag en 30 uur per week.

Appellante stelde dat zij meer beperkingen heeft dan het Uwv aanneemt, met name vanwege een vastgesteld niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Zij voerde aan dat bij NAH cognitieve uitval zich manifesteert bij belasting, dat vermoeidheid een primair symptoom is en dat de duurbelastbaarheid structureel beperkt kan zijn. Zij verwees ook naar informatie van een GGZ-arts neuropsychiatrie en betoogde dat de rechtbank een deskundige had moeten benoemen.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank. Bij de einde wachttijdbeoordeling in 2021 lag de urenbeperking mede aan de anamnese ten grondslag, waaruit bleek dat appellante tien tot veertien uur per dag in bed lag en dat forse obesitas mede debet was aan de verminderde energetische belastbaarheid. Uit beide dagverhalen die in de onderhavige beoordeling zijn uitgevraagd kan worden opgemaakt dat van die situatie geen sprake meer is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de duurbelastbaarheid van zes uur per dag en 30 uur per week gemotiveerd aan de hand van de standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid en geconcludeerd dat geen sprake is van verminderde beschikbaarheid. Een aanvullende verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in een rapport van 19 maart 2026 onderbouwd geconcludeerd dat er geen reden is voor meer beperkingen in de duurbelastbaarheid.

De Raad stelt voorop dat het in zijn algemeenheid niet zo is dat het Uwv elke afwijking van een eerdere beoordeling moet motiveren. Uit de ingebrachte medische informatie van behandelaars kan niet worden afgeleid dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een verkeerd beeld had van de medische situatie op de datum in geding. Omdat er geen twijfel bestaat over de juistheid van de medische grondslag, is er geen aanleiding voor het raadplegen van een deskundige. In hoger beroep zijn geen arbeidskundige gronden aangevoerd; de geselecteerde functies worden passend geacht. De vaststelling van 77,35% arbeidsongeschiktheid per 30 juli 2023 blijft in stand.

Wat betekent deze uitspraak voor de werkgever?

De ex-werkgever heeft met zijn bezwaar bereikt dat de arbeidsongeschiktheid is bijgesteld van 100% naar 77,35%, maar de hoogte van de WGA-vervolguitkering verandert per 30 juli 2023 niet. De Raad bevestigt dat de vaststelling op 77,35% in stand blijft. De periode van 24 kalendermaanden begint op 9 januari 2025, zodat de inkomenseis bij ongewijzigde omstandigheden pas ingaat op 1 februari 2027.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De arbeidsongeschiktheid van appellante blijft vastgesteld op 77,35% per 30 juli 2023 en de hoogte van de WGA-loonaanvullingsuitkering wijzigt niet tot 1 februari 2027. De urenbelastbaarheid van zes uur per dag en 30 uur per week is door de Raad aanvaard; verdergaande beperkingen zijn niet aangenomen. De medische informatie van de GGZ-arts neuropsychiatrie heeft de beoordeling niet veranderd, omdat met de daarin genoemde diagnoses al rekening was gehouden.

Vragen over deze uitspraak

Moet het Uwv altijd uitleggen waarom het afwijkt van een eerdere FML?

Nee, dat is in zijn algemeenheid niet vereist. De Raad stelt uitdrukkelijk dat het Uwv niet elke afwijking van een eerdere beoordeling hoeft te motiveren, onder verwijzing naar uitspraken van 7 oktober 2020 en 30 augustus 2023.

Is een verruiming van de urenbelastbaarheid alleen op basis van het dagverhaal voldoende onderbouwd?

Dat kan voldoende zijn als de verzekeringsarts het dagverhaal combineert met de standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid en de overige medische informatie. In deze zaak baseert de verzekeringsarts bezwaar en beroep zich zowel op het dagverhaal uit bezwaar als op het dagverhaal dat de primaire verzekeringsarts eerder had uitgevraagd.

Wanneer moet de rechter een medisch deskundige benoemen als een verzekerde NAH heeft en bezwaar maakt tegen de urenbelastbaarheid?

Alleen als er twijfel bestaat over de juistheid van de medische grondslag. De Raad ziet die twijfel hier niet, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen navolgbaar heeft gemotiveerd en een tweede verzekeringsarts bezwaar en beroep dat oordeel heeft bevestigd.

Wanneer gaat de inkomenseis in als de beslissing op bezwaar pas op 9 januari 2025 is genomen?

De inkomenseis gaat bij ongewijzigde omstandigheden in op 1 februari 2027. De periode van 24 kalendermaanden begint op de datum waarop de functies zijn aangezegd, in dit geval 9 januari 2025.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket