Centrale Raad van Beroep
Het Uwv hoeft niet terug te komen van een WIA-besluit uit 2015 omdat de aangevoerde psychiaterbrief geen nieuw feit oplevert
Weigering terug te komen van het besluit van 4 mei 2015 waarbij aan appellant met ingang van 2 juni 2015 een WIA-uitkering is toegekend, waarbij de mate van…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1818Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 4 december 2025
In het kort
- Appellant ontving vanaf 2 juni 2015 een WIA-uitkering met een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 69,63%; hij maakte destijds geen bezwaar.
- Het herzieningsverzoek uit 2022 was gebaseerd op een brief van psychiater dr. R. Hoekstra van 4 maart 2016, maar de Raad oordeelt dat die brief geen nieuw feit
- De verzekeringsarts had in 2015 al een paniekstoornis vastgesteld en forse beperkingen aangenomen, waaronder een urenbeperking van 6 uur per dag en maximaal 25
- Dat appellant twaalf uur per week werkte was geen nieuw feit, omdat die informatie ten tijde van de eindewachttijdbeoordeling al bekend was.
- Het besluit van 4 mei 2015 is niet onmiskenbaar onjuist, zodat de afwijzing van het herzieningsverzoek ook niet evident onredelijk is.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant viel in 2013 uit als assistent inkoop en ontving vanaf 2 juni 2015 een WIA-uitkering bij een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 69,63%. Tegen dat besluit maakte hij geen bezwaar. In 2022 verzocht hij het Uwv het besluit te herzien op grond van een brief van psychiater dr. R. Hoekstra van 4 maart 2016, waaruit volgens appellant zou blijken dat hij al in 2015 volledig arbeidsongeschikt was en niet meer dan twaalf uur per week kon werken. Het Uwv wees het verzoek af; er waren geen nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb. De rechtbank Rotterdam bevestigde dat oordeel. In hoger beroep legt de Centrale Raad van Beroep het geschil langs drie lijnen.
Ten eerste beoordeelde het Uwv het herzieningsverzoek met een terughoudende toets: uitsluitend werd bezien of de nieuwe informatie zich verhoudt tot wat in 2015 al bekend was, en niet of een volledige nieuwe arbeidsongeschiktheidsbeoordeling nodig was. De Raad acht die aanpak juist.
Ten tweede oordeelt de Raad dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep inzichtelijk en deugdelijk heeft gemotiveerd dat geen sprake is van nieuwe feiten. De psychiater vermeldde in zijn brief dat bij appellant geen ADHD kon worden vastgesteld en dat werd uitgegaan van een paniekstoornis in gedeeltelijke remissie. De verzekeringsarts bezwaar en beroep wees erop dat de verzekeringsarts bij de eindewachttijdbeoordeling in 2015 al melding had gemaakt van een paniekstoornis en op basis daarvan forse beperkingen had aangenomen, waaronder een urenbeperking van 6 uur per dag en maximaal 25 uur per week. De informatie van de psychiater sluit daarbij aan en duidt niet op een ernstiger beeld in 2015. Dat appellant twaalf uur per week werkte was evenmin een nieuw feit, omdat die informatie destijds al bekend was. Bovendien volgt uit de brief van de psychiater geenszins dat twaalf uur werken voor appellant al in 2015 het maximum was.
Ten derde was het oorspronkelijke besluit van 4 mei 2015 niet onmiskenbaar onjuist, zodat de afwijzing van het herzieningsverzoek ook niet evident onredelijk was. De grief over een vermeende wisseling van behandelend rechter bij de rechtbank wijst de Raad af: uit het proces-verbaal blijkt dat mr. P. Vrolijk zowel de zitting leidde als de uitspraak deed.
Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en appellant ontvangt geen proceskostenvergoeding.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
Het besluit van 4 mei 2015 waarbij de arbeidsongeschiktheid op 69,63% is vastgesteld, blijft ongewijzigd van kracht. Een herzieningsverzoek op grond van een psychiaterbrief die dateert van na de eindewachttijdbeoordeling slaagt alleen als die brief feiten bevat die destijds niet konden worden ingebracht én die aantonen dat de situatie in 2015 anders was dan het Uwv heeft aangenomen. De Raad oordeelt dat de brief van dr. Hoekstra van 4 maart 2016 dat bewijs niet levert, omdat de inhoud aansluit bij de bevindingen en beperkingen die de verzekeringsarts in 2015 al had vastgesteld.
Vragen over deze uitspraak
Wanneer is een brief van een behandelend psychiater een nieuw feit in de zin van artikel 4:6 Awb?
Een brief is alleen een nieuw feit als zij feiten of omstandigheden bevat die niet vóór het eerdere besluit konden worden aangevoerd. De psychiaterbrief van 4 maart 2016 leverde hier geen nieuw feit op, omdat de inhoud in lijn was met de al in 2015 vastgestelde paniekstoornis en de daarop gebaseerde beperkingen.
Mag het Uwv een herzieningsverzoek beoordelen zonder een volledige nieuwe arbeidsongeschiktheidsbeoordeling te doen?
Ja, als het Uwv uitsluitend beoordeelt of de nieuwe informatie zich verhoudt tot wat al bekend was, is een terughoudende toets op grond van artikel 4:6 lid 2 Awb op zijn plaats. De Raad oordeelt dat dit hier het geval was en dat het Uwv de volledige herbeoordeling terecht achterwege liet.
Kan een later gestelde diagnose alsnog leiden tot aanpassing van een eerder WIA-besluit?
Niet als de verzekeringsarts bij de oorspronkelijke beoordeling op basis van de toenmalige klachten al relatief forse psychische beperkingen had aangenomen. De Raad bevestigt dat de diagnose op zichzelf niet doorslaggevend is, omdat het gaat om te objectiveren beperkingen voor het verrichten van arbeid.
Wat gebeurt er als na de zitting bij de rechtbank een andere rechter de uitspraak zou doen?
Dat zou een procedurefout zijn. In dit geval bleek uit het proces-verbaal van de zitting van 25 juli 2024 dat mr. P. Vrolijk zowel de mondelinge behandeling leidde als de uitspraak deed, zodat de Raad geen procedurefout vaststelde.
Verwante uitspraken
- WIA-uitkering terecht beëindigd: knieklachten en discriminatieberoep op inkomensverschil slagen niet11 juni 2026
- Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid blijft in stand; deskundige bevestigt FML en afwezigheid toegenomen beperkingen11 maart 2026
- WIA-uitkering terecht geweigerd na herstel arbeidskundige grondslag voor maatmanomvang en maatmaninkomen11 februari 2026


