Centrale Raad van Beroep
Herziening en terugvordering WIA-uitkering wegens verzwegen inkomsten als zelfstandige zijn terecht vastgesteld op bruto € 47.914,76
Herziening en terugvordering WIA-uitkering. Inkomsten als zelfstandige juist berekend.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1832Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 10 december 2025
In het kort
- Appellant ontving sinds 9 februari 2012 een WIA-uitkering bij een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% en verrichtte vanaf september 2017 verzwegen werkzaamhed
- Het Uwv berekende het inkomen uit het Sloveense bedrijf TMA Transport d.o.o. analoog aan artikel 3:2, eerste lid, aanhef en onder d, van het AIB op basis van de
- De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep stelde de winst vast aan de hand van vertaalde boekhoudrapporten; een fout voor 2017 werd hersteld in het rapport van 10
- De Raad past het verruimde toetsingskader voor dringende redenen uit CRvB 18 april 2024 toe, maar concludeert dat de oorzaak van herziening en terugvordering vo
- Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant in hoger beroep tot een bedrag van € 2.721,- en moet het griffierecht van € 136,- vergoeden.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant ontvangt sinds 9 februari 2012 een WIA-uitkering bij een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een anonieme melding in oktober 2019 stelde het Uwv vast dat appellant sinds september 2017 werkzaamheden verrichtte voor een Sloveens transportbedrijf (TMA Transport d.o.o.) en vanaf april 2019 ook eigenaar was van het Nederlandse bedrijf Transtamo B.V. De WIA-uitkering over de periode 1 september 2017 tot en met 31 januari 2020 werd herzien en het te veel betaalde bedrag werd teruggevorderd.
Het geschil spitste zich toe op de methode waarmee het Uwv het inkomen uit het Sloveense bedrijf berekende. Appellant betoogde dat had moeten worden gekeken naar de feitelijke kasstroom (cashflow) en dat hem in werkelijkheid slechts een loon van bruto € 8.356,97 was uitbetaald. Het Uwv ging daarentegen analoog uit van de belastbare winst uit onderneming op grond van artikel 3:2, eerste lid, aanhef en onder d, van het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB).
De Raad volgt het Uwv. Omdat er geen aangifte bij de Nederlandse Belastingdienst was gedaan, is er strikt genomen geen belastbare winst uit onderneming, maar het Uwv heeft gemotiveerd uiteengezet dat analoge toepassing van artikel 3:2 AIB aangewezen is. Het door appellant genoemde loonbedrag staat niet in verhouding tot de door het bedrijf gerealiseerde winst en is daarmee geen reële beloning voor de verrichte activiteiten. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in rapporten van 7 maart 2023 en 10 januari 2024 inzichtelijk berekend hoe de winst per jaar is vastgesteld; een fout voor 2017 is hersteld, waarna de terugvordering werd verlaagd naar bruto € 47.914,76.
Appellant voerde ook aan dat het Uwv wegens dringende redenen geheel of gedeeltelijk van terugvordering had moeten afzien. De Raad past daarbij het verruimde toetsingskader uit zijn tussenuitspraak van 18 april 2024 toe: de dringende reden is een open norm waarbij alle feiten en omstandigheden worden meegewogen, inclusief het eigen aandeel van het Uwv. In dit geval is de oorzaak van de herziening en terugvordering echter volledig aan appellant te wijten: hij is meerdere keren gewezen op de meldingsplicht bij aanvang van zelfstandige werkzaamheden, maar heeft pas op 6 februari 2020 een wijzigingsformulier ingediend, terwijl hij al sinds september 2017 werkzaam was. Onevenredige financiële of sociale gevolgen zijn niet gesteld of gebleken.
De aangevallen uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland wordt vernietigd omdat het Uwv gedurende de procedure de besluiten van 18 maart 2021 en 18 januari 2022 heeft vervangen door bestreden besluit 3 van 6 maart 2024. Het beroep tegen dat laatste besluit is ongegrond. De vastgestelde terugvordering van bruto € 47.914,76 blijft in stand.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De terugvordering van bruto € 47.914,76 over de periode 1 september 2017 tot en met 31 januari 2020 blijft in stand, omdat de Raad oordeelt dat de oorzaak van de herziening en terugvordering volledig aan appellant te wijten is. Het Uwv had appellant meerdere keren gewezen op de meldingsplicht bij aanvang van zelfstandige werkzaamheden, maar hij meldde dit pas op 6 februari 2020. Voor het inkomen uit het Sloveense bedrijf wordt uitgegaan van de winst uit onderneming en niet van het feitelijk uitbetaalde loon, omdat dat loon geen reële beloning was voor de verrichte activiteiten. Onevenredige financiële of sociale gevolgen die aanleiding zouden geven om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien, zijn niet aangetoond.
Vragen over deze uitspraak
Hoe berekent het Uwv het inkomen als een zelfstandige geen aangifte heeft gedaan in Nederland?
Het Uwv past in dat geval analoog artikel 3:2, eerste lid, aanhef en onder d, van het AIB toe en gaat uit van de winst uit onderneming die volgt uit de bedrijfsboekhouding. De Raad accepteert deze aanpak als het opgegeven loon niet in verhouding staat tot de gerealiseerde bedrijfswinst en daarmee geen reële beloning vormt voor de verrichte activiteiten.
Kan ik als zelfstandige met een WIA-uitkering volstaan met opgave van mijn feitelijke loonuitbetaling als mijn bedrijf winst maakt?
Nee, niet als dat loon geen reële beloning is voor de verrichte activiteiten. De Raad oordeelt dat het door appellant genoemde loonbedrag van bruto € 8.356,97 over de gehele periode niet in verhouding stond tot de door het bedrijf gerealiseerde winst, zodat het Uwv terecht van de winst uitging.
Kan een late reactie van het Uwv leiden tot matiging van de terugvordering?
Dat kan, maar alleen als het Uwv zelf een aandeel heeft gehad in het ontstaan of oplopen van de terugvordering. In deze zaak was de oorzaak volledig aan appellant te wijten omdat hij de meldingsplicht niet tijdig was nagekomen, terwijl het Uwv hem meerdere keren had gewezen op de verplichting om het starten van zelfstandige werkzaamheden te melden.
Wanneer moet ik als WIA-gerechtigde melden dat ik als zelfstandige ga werken?
De melding moet worden gedaan op het moment dat de werkzaamheden daadwerkelijk starten. Appellant werd hier meerdere keren op gewezen, maar meldde zijn werkzaamheden pas op 6 februari 2020, terwijl hij al sinds september 2017 actief was als zelfstandige.
Verwante uitspraken
- Wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op nihil door strafrechter: geen grond voor herziening en terugvordering WIA-uitkering22 oktober 2025
- Herziening en terugvordering WAO- en WIA-uitkering na schending inlichtingenplicht blijft in stand ondanks strafrechtelijke vrijspraak voor inkomensgenieten8 april 2026
- Svb mag ANW-uitkering herzien en terugvorderen na nabetaling Wajong met terugwerkende kracht; geen dringende reden aanwezig11 september 2025


