Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op nihil door strafrechter: geen grond voor herziening en terugvordering WIA-uitkering

Herziening en terugvordering van de WIA-uitkering over de periode van 1 december 2020 tot en met 31 mei 2021. Hoger beroep slaagt.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2025:1542Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
22 oktober 2025

In het kort

  • Het Uwv herzag de WIA-uitkering van appellant over de periode 1 december 2020 tot en met 31 mei 2021 en vorderde € 9.665,48 terug op basis van een door de polit
  • De meervoudige kamer van de rechtbank Limburg stelde op 27 september 2023 het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op nihil en wees de ontnemingsvordering af
  • De Centrale Raad van Beroep ziet geen reden om af te wijken van het oordeel van de rechtbank, omdat het Uwv de inkomsten uitsluitend had gebaseerd op het door d
  • De Raad stelt de inkomsten over de periode in geding vast op nihil, waardoor er geen grond bestaat om de WIA-uitkering te herzien en terug te vorderen.
  • Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van € 5.375,50 en moet het griffierecht van in totaal € 186,- vergoeden.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant ontving een IVA-uitkering op grond van de Wet WIA. In juni 2021 meldde de politie dat op zijn adres een hennepkwekerij was aangetroffen. Het Uwv stelde op basis van het door de politie berekende wederrechtelijk verkregen voordeel van € 62.018,62 dat appellant in de periode van 1 december 2020 tot en met 31 mei 2021 inkomsten had gehad uit hennepteelt. Het Uwv herzag de WIA-uitkering en vorderde een bedrag van € 9.665,48 terug. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond.

In hoger beroep voerde appellant aan dat hij door derden onder druk was gezet om zijn kelder beschikbaar te stellen en dat hij niets had verdiend aan de kwekerij. Na de zitting bij de Centrale Raad van Beroep diende appellant een uitspraak in van de meervoudige kamer van de rechtbank Limburg van 27 september 2023 over de ontnemingsvordering. In die uitspraak had de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op nihil en de vordering van de officier van justitie afgewezen. De rechtbank achtte de verklaring van appellant aannemelijk dat het bedrag dat hij feitelijk had ontvangen hooguit de rekeningen van de energieleverancier en het waterbedrijf dekte.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de conclusie van het Uwv, gelet op de uitspraak over de ontnemingsvordering, geen stand kan houden. De Raad benadrukt dat het oordeel van de rechtbank is gebaseerd op een waardering van het bewijs en van de feiten in de ontnemingsprocedure, en niet het gevolg is van een matiging op grond van persoonlijke of financiële omstandigheden. Het Uwv had de gestelde inkomsten uitsluitend gebaseerd op het door de politie berekende wederrechtelijk verkregen voordeel. Nu de rechtbank dat voordeel gemotiveerd op nihil heeft vastgesteld en het Uwv geen andere gegevens heeft ingebracht, stelt de Raad de inkomsten over de periode in geding eveneens op nihil. Er bestaat daardoor geen grond voor herziening en terugvordering van de WIA-uitkering.

De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak, verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit van 22 juli 2022 en herroept de besluiten van 21 december 2021 en 28 december 2021. Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van € 5.375,50 en moet het griffierecht van € 186,- vergoeden.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De herziening en terugvordering van de WIA-uitkering over de periode van 1 december 2020 tot en met 31 mei 2021 blijven niet in stand, omdat de Raad de inkomsten op nihil stelt. Als het Uwv een uitkeringsherziening uitsluitend baseert op een door de politie berekend wederrechtelijk verkregen voordeel, en de strafrechter stelt dat voordeel later gemotiveerd op nihil vast, dan vervalt daarmee de grondslag voor de herziening en terugvordering. Het Uwv moet ook de proceskosten van € 5.375,50 en het griffierecht van € 186,- vergoeden.

Vragen over deze uitspraak

Mag het Uwv de WIA-uitkering herzien op basis van een schatting van de politie als de strafrechter het wederrechtelijk verkregen voordeel later op nihil stelt?

Nee, in deze zaak niet. De Raad oordeelt dat het Uwv de inkomsten uitsluitend had gebaseerd op het door de politie berekende wederrechtelijk verkregen voordeel, en nu de rechtbank dat voordeel gemotiveerd op nihil heeft vastgesteld en het Uwv geen andere gegevens heeft ingebracht, moeten de inkomsten ook op nihil worden gesteld.

Wat is het verschil tussen de strafrechtelijke ontnemingsprocedure en de bestuursrechtelijke herziening van een uitkering?

Het Uwv stelde dat aan de strafrechter een andere vraag wordt voorgelegd en dat er een verschil is tussen de bewijsvereisten in strafzaken en in een bestuursrechtelijke procedure. De Raad volgde dit standpunt in deze zaak echter niet, omdat de rechtbank gemotiveerd tot een andere schatting was gekomen op basis van een waardering van het bewijs en de feiten, en niet op grond van een matiging wegens persoonlijke omstandigheden.

Wordt de veroordeling door de strafrechter voor het telen van hennep ook meegewogen bij de beoordeling van de WIA-uitkering?

De strafrechtelijke veroordeling zelf speelt in deze uitspraak geen doorslaggevende rol. Appellant is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand voor het medeplegen van het opzettelijk telen van hennepplanten en diefstal, maar de Raad baseert zijn oordeel op de uitkomst van de ontnemingsprocedure, waaruit volgt dat het wederrechtelijk verkregen voordeel nihil was.

Krijgt appellant een vergoeding voor zijn proceskosten nu hij in het gelijk wordt gesteld?

Ja. De Raad veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 5.375,50 voor verleende rechtsbijstand in bezwaar, beroep en hoger beroep, en bepaalt dat het Uwv het griffierecht van in totaal € 186,- vergoedt.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket