Centrale Raad van Beroep
Uwv herziening en terugvordering van WIA-uitkering wegens niet-gemeld op geld waardeerbaar werk bij bedrijf van neef bekrachtigd
Herziening en terugvordering bruto onverschuldigd betaalde WIA-uitkering. Boete.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:500Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 29 april 2026
In het kort
- Het Uwv herzag de WIA-uitkering van appellant over de periode 1 maart 2015 tot en met 30 september 2022 en vorderde 19.445,57 euro bruto terug.
- Appellant verrichtte werkzaamheden bij het bedrijf van zijn neef, waaronder opruimen, vloer vegen, klanten te woord staan en apparaten schoonmaken, zonder dit a
- Omdat appellant geen concrete verifieerbare gegevens over zijn werkzaamheden verstrekte, schatte het Uwv het inkomen op tien uur per week tegen het wettelijk mi
- Het Uwv legde appellant een boete op van 1.040 euro wegens schending van de inlichtingenverplichting van artikel 27, eerste lid, van de Wet WIA.
- De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit blijft in stand.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant ontving een WGA-loonaanvullingsuitkering op grond van de Wet WIA bij een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 100 procent. Naar aanleiding van een integrale controle in mei 2022, waarbij appellant werd aangetroffen in een bedrijfspand van zijn neef, stelde het Uwv een handhavingsonderzoek in. Uit dat onderzoek bleek dat appellant vanaf 1 maart 2015 werkzaamheden had verricht bij het bedrijf van zijn neef, zonder dit te melden.
Het Uwv herzag de uitkering over de periode 1 maart 2015 tot en met 30 september 2022 en vorderde een bedrag van 19.445,57 euro bruto terug als onverschuldigd betaald. Daarnaast legde het Uwv een boete op van 1.040 euro wegens schending van de inlichtingenverplichting van artikel 27, eerste lid, van de Wet WIA. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond; appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank. De werkzaamheden van appellant omvatten onder meer opruimen, vloer vegen, ordenen van spullen, meedenken met monteurs, klanten te woord staan en apparaten schoonmaken. Dit zijn op geld waardeerbare activiteiten. De Raad weegt mee dat appellant als tegenprestatie voedsel, kleding en andere voordelen ontving, en dat dit inkomen oplevert in de zin van artikel 61, eerste lid, van de Wet WIA. Appellant onderbouwde zijn stelling dat hij vanwege psychische klachten niet in staat was te werken niet met medische informatie, ook niet in hoger beroep.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De terugvordering van 19.445,57 euro bruto over de periode 1 maart 2015 tot en met 30 september 2022 en de boete van 1.040 euro blijven in stand. Werkzaamheden die feitelijk op geld waardeerbaar zijn moeten worden gemeld aan het Uwv, ook als daarvoor geen loon wordt betaald en ook als zij worden verricht op medisch advies. De Raad oordeelt dat appellant zijn psychische klachten niet met medische informatie heeft onderbouwd en dat dit verweer daarom niet slaagt.
Vragen over deze uitspraak
Wanneer zijn werkzaamheden zonder loon toch op geld waardeerbaar?
Werkzaamheden zijn op geld waardeerbaar als ze een loonwaarde in het economisch verkeer vertegenwoordigen, ook zonder dat er daadwerkelijk betaald wordt. De Raad stelt vast dat appellant eten, een overhemd en andere voordelen ontving, wat als inkomen in de zin van artikel 61, eerste lid, van de Wet WIA kan worden aangemerkt.
Mag het Uwv het inkomen schatten als iemand geen bewijsstukken over zijn werkzaamheden aanlevert?
Ja, het Uwv is bevoegd het inkomen schattenderwijs vast te stellen als een betrokkene geen concrete, verifieerbare gegevens over zijn werkzaamheden en inkomen heeft verschaft. In dit geval schatte het Uwv het inkomen op tien uur per week tegen het wettelijk minimumloon, wat de Raad voldoende zorgvuldig achtte.
Kan een medische reden ertoe leiden dat het Uwv afziet van herziening en terugvordering?
Alleen als er een dringende reden is die aan de herziening en terugvordering in de weg staat. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn medische klachten een dringende reden opleveren, mede omdat in januari 2025 een betalingsregeling werd overeengekomen en appellant daaraan nagenoeg maandelijks voldoet.
Moet je als uitkeringsgerechtigde het Uwv informeren over werkzaamheden die je als therapie of op advies van een arts verricht?
Ja, ook werkzaamheden die worden verricht op advies van een arts moeten aan het Uwv worden gemeld als zij op geld waardeerbaar zijn. De Raad overweegt dat het verrichten van dergelijke werkzaamheden gevolgen kan hebben voor zowel de hoogte van de uitkering als voor de beoordeling van de medische situatie en belastbaarheid.
Verwante uitspraken
- Herziening en terugvordering WAO- en WIA-uitkering na schending inlichtingenplicht blijft in stand ondanks strafrechtelijke vrijspraak voor inkomensgenieten8 april 2026
- Pgb-inkomsten terecht volledig toegerekend aan WAO-gerechtigde; terugvordering van € 32.894,17 niet onevenredig na matiging wegens dringende redenen11 februari 2026
- Wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op nihil door strafrechter: geen grond voor herziening en terugvordering WIA-uitkering22 oktober 2025


