Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Arbeidsongeschiktheidspercentage van 37,30% blijft in stand; eigen beschut werk is passend en FML-versie 5 was terecht toegepast

Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 37,30%. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. Het aangeboden werk is passend voor appellant.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:203Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
25 februari 2026

In het kort

  • Het Uwv heeft de arbeidsongeschiktheid van appellante per 1 september 2020 vastgesteld op 37,30%; de Raad laat dit percentage in stand.
  • Het werk op de afdeling Interne Beschutte Arbeid voor twintig uur per week is passend bevonden; het CBBS is niet gebruikt voor functieduiding.
  • Sjabloonversie 5 van de FML was terecht toegepast omdat CBBS versie 5 op 15 mei 2020 in werking trad en de peildatum 1 september 2020 is.
  • De redelijke termijn is met ruim elf maanden overschreden; de Raad kent appellante in totaal 1.000 euro schadevergoeding toe.
  • Het Uwv wordt veroordeeld tot 91 euro schadevergoeding en 233,50 euro proceskosten; de Staat tot 909 euro schadevergoeding en 233,50 euro proceskosten.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante werkt al jaren als productiemedewerkster op een beschutte werkplek. Na een ziekmelding per 1 september 2020 wegens toegenomen psychische en fysieke klachten heeft het Uwv haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 37,30%. Het Uwv heeft daarbij het werk op de afdeling Interne Beschutte Arbeid voor twintig uur per week als passend aangemerkt. In bezwaar, beroep en hoger beroep heeft appellante betoogd dat haar beperkingen zijn onderschat, dat ten onrechte sjabloonversie 5 van de FML is gebruikt, dat de noodzaak tot rechtstreeks toezicht en intensieve begeleiding onvoldoende in de FML tot uitdrukking komt, dat sprake is van overschrijding op item 4.6 (schroefbewegingen), en dat de werkomgeving te rumoerig is.

De Raad volgt appellante op geen van deze punten. Ten aanzien van de fibromyalgieklachten oordeelt de Raad dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende heeft gemotiveerd dat de aangenomen fysieke beperkingen passend zijn: bij aanvullend onderzoek zijn geen afwijkingen aan het bewegingsapparaat gevonden, zijn er geen ontstekingen in de gewrichten en is de kracht normaal. Fysieke belasting leidt bij fibromyalgie niet tot schade aan de gewrichten; er zijn wel beperkingen aangenomen om overbelasting te voorkomen.

Over de FML-versie oordeelt de Raad dat er geen sprake is van een zogeheten Amber-beoordeling, omdat de melding van appellante een verzoek om herbeoordeling betreft en geen toepassing van artikel 55 of 57 van de Wet WIA. Omdat versie 5 van het CBBS op 15 mei 2020 in werking is getreden en de peildatum 1 september 2020 is, was sjabloonversie 5 van toepassing.

Ten aanzien van de begeleiding en het toezicht stelt de Raad vast dat het CBBS niet is gebruikt voor functieduiding omdat appellante is aangewezen op werk onder beschutte omstandigheden. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft voldoende gemotiveerd dat er voldoende begeleiding aanwezig is. Appellante heeft ter zitting bovendien beaamd dat het werk zelf weinig begeleiding vergt. Voor item 4.6 geldt dat het inpakken van bonbons en het vouwen van inpakdozen geen wring- of schroefbewegingen zijn en geen grote kracht vergen. De werkomgeving is door de werkgever als rustig bevestigd en appellante is bovendien niet beperkt voor geluidsprikkels.

De Raad kent wel schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn. Vanaf ontvangst van het bezwaarschrift op 4 maart 2021 tot de uitspraak zijn vier jaar en ruim elf maanden verstreken, waarmee de redelijke termijn met ruim elf maanden is overschreden. De totale vergoeding bedraagt 1.000 euro, waarvan 91 euro voor rekening van het Uwv en 909 euro voor rekening van de Staat.

Wat betekent deze uitspraak voor de werkgever?

Deze uitspraak bevestigt dat het werk op de afdeling Interne Beschutte Arbeid passend is voor appellante, ook zonder dat een leidinggevende haar continu begeleidt. De Raad aanvaardt dat de aanwezigheid van een leidinggevende in een nabijgelegen kantoortje met glazen wanden voldoende is om te spreken van beschikbare begeleiding. Voor werkgevers die beschut werk aanbieden, volgt hieruit dat de feitelijke inrichting van de werkplek en de beschikbaarheid van begeleiding goed gedocumenteerd moeten zijn, want de arbeidsdeskundige heeft die informatie bij de beoordeling gebruikt.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 37,30% blijft ongewijzigd; het eigen werk op de afdeling Interne Beschutte Arbeid is passend bevonden. Appellante krijgt wel 1.000 euro schadevergoeding omdat de procedure te lang heeft geduurd: van bezwaar tot uitspraak zijn vier jaar en ruim elf maanden verstreken, terwijl vier jaar de norm is.

Vragen over deze uitspraak

Waarom is sjabloonversie 5 van de FML gebruikt en niet de oude versie?

Versie 5 van het CBBS trad op 15 mei 2020 in werking; omdat de peildatum 1 september 2020 is, was sjabloonversie 5 van toepassing. Er is ook geen sprake van een Amber-beoordeling, want de melding van appellante betreft een herbeoordeling en geen toepassing van artikel 55 of 57 van de Wet WIA.

Moet er bij beschut werk een leidinggevende continu naast de werknemer staan?

Nee. De Raad oordeelt dat het inherent is aan beschut werk dat er voldoende leiding aanwezig is waarop appellante kan terugvallen, maar dat betekent niet dat er een leidinggevende continu naast appellante zou moeten staan. Appellante heeft ter zitting zelf beaamd dat het werk weinig begeleiding vergt.

Welke beperkingen zijn aangenomen bij fibromyalgie?

Er zijn fysieke beperkingen aangenomen waardoor overbelasting wordt voorkomen, gericht op fysiek lichte arbeid. Bij aanvullend onderzoek zijn geen afwijkingen aan het bewegingsapparaat gevonden, zijn er geen ontstekingen in de gewrichten en is de kracht normaal; er zijn geen absolute bewegingsbeperkingen vastgesteld.

Hoeveel schadevergoeding krijgt appellante voor de te lange procedure en wie betaalt dat?

Appellante krijgt in totaal 1.000 euro. Het Uwv betaalt 91 euro (1/11 deel) en de Staat betaalt 909 euro (10/11 deel). Daarnaast worden Uwv en Staat elk veroordeeld tot 233,50 euro proceskosten.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket