Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

WIA-uitkering terecht beëindigd omdat arbeidsongeschiktheid minder dan 35% is en het medisch onderzoek zorgvuldig was

Beëindiging WIA-uitkering. Minder minder dan 35% arbeidsongeschikt. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2025:1770Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
3 december 2025

In het kort

  • Het Uwv beëindigde de WIA-uitkering van appellante per 11 juli 2023 omdat de mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 10,36%, dus minder dan de vereist
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep onderzocht appellante na de hoorzitting van 21 december 2023 en vroeg actuele informatie op bij de huisarts; de Raad achtt
  • Een externe psychiatrische expertise was volgens de Raad niet vereist, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep over voldoende informatie beschikte om de psy
  • Verslechtering van de psychische klachten ná 11 juli 2023 kon bij deze beoordeling geen rol spelen vanwege de systematiek van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeli
  • De geduide functies administratief medewerker (SBC 315133), administratief ondersteunend medewerker (SBC 315100) en telefonist (SBC 315174) zijn passend bevonde

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante werkte als servicemedewerkster tankstation voor 31,95 uur per week en meldde zich op 12 december 2014 ziek met rugklachten en uitstraling in beide benen. Na de wachttijd kende het Uwv haar per 9 december 2016 een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 100%. Na een herbeoordeling stelde de verzekeringsarts een FML op van 8 maart 2023 en selecteerde de arbeidsdeskundige passende functies. Het Uwv beëindigde de WIA-uitkering per 11 juli 2023 omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt was; de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid bedroeg 10,36%.

In bezwaar en beroep bestreed appellante de medische beoordeling. Zij stelde dat haar psychische gesteldheid onvoldoende was onderzocht en dat een externe psychiatrische expertise had moeten plaatsvinden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had haar na de hoorzitting van 21 december 2023 lichamelijk en, voor zover mogelijk, psychisch onderzocht, actuele informatie bij de huisarts opgevraagd en geconcludeerd dat er op de datum in geding geen sprake was van ernstige psychische problematiek. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep ongegrond.

In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht. De verzekeringsarts bezwaar en beroep beschikte over voldoende informatie om de ernst en aard van de psychiatrische problematiek op de datum in geding te beoordelen; een externe psychiatrische expertise was niet vereist. Dat de psychische klachten van appellante na de datum in geding zijn verergerd, kan in de systematiek van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling geen rol spelen bij de beoordeling per 11 juli 2023.

Ten aanzien van de urenbeperking oordeelde de Raad, in lijn met de rechtbank, dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de richtlijnen uit de standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid heeft gevolgd en dat de ernst van de psychische problemen op de datum in geding geen energetische indicatie voor een urenbeperking gaf. Het medicatiegebruik (quetiapine en oxycodon) rechtvaardigde evenmin een urenbeperking; hiermee was al rekening gehouden door beperkingen aan te nemen voor werk met verhoogd persoonlijk risico, beroepsmatig vervoer en een hoog handelingstempo. De geduide functies van administratief medewerker (SBC-code 315133), administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100) en telefonist (SBC-code 315174) zijn passend bevonden uitgaande van de FML van 8 maart 2023. Het hoger beroep slaagt niet en de beëindiging van de WIA-uitkering blijft in stand.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De WIA-uitkering blijft beëindigd per 11 juli 2023, omdat de Raad de FML van 8 maart 2023 en de daarop gebaseerde arbeidskundige beoordeling in stand heeft gelaten. Een verslechtering van de psychische klachten na de datum in geding kan in deze procedure niet meer worden meegewogen; daarvoor is een nieuwe beoordeling door het Uwv de aangewezen weg.

Vragen over deze uitspraak

Waarom kreeg appellante geen urenbeperking opgelegd ondanks haar medicatiegebruik?

Met het medicatiegebruik van quetiapine en oxycodon is al rekening gehouden door beperkingen aan te nemen voor werk met verhoogd persoonlijk risico, beroepsmatig vervoer en een hoog handelingstempo. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat deze medicatie geen reden geeft om niet deel te kunnen nemen aan het arbeidsproces, omdat bijwerkingen zoals slaperigheid vooral in de eerste weken van gebruik optreden.

Moet het Uwv altijd een externe psychiater inschakelen als een verzekerde psychische klachten heeft?

Nee, dat is niet vereist als de verzekeringsarts bezwaar en beroep beschikt over voldoende informatie om de ernst en aard van de psychiatrische problematiek op de datum in geding te beoordelen. In deze zaak had de verzekeringsarts bezwaar en beroep dossierstudie verricht, appellante onderzocht en actuele informatie bij de huisarts opgevraagd.

Kan een verslechtering van de gezondheid na de datum in geding de beoordeling nog beïnvloeden?

Nee. De Raad oordeelde dat een verslechtering na de datum in geding in de systematiek van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling geen rol kan spelen bij de onderhavige beoordeling.

Welke functies zijn voor appellante geduid en op basis van welke FML?

De geduide functies zijn administratief medewerker (SBC-code 315133), administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100) en telefonist (SBC-code 315174), alle passend bevonden op basis van de FML van 8 maart 2023.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket