Centrale Raad van Beroep
Arbeidsongeschiktheid van 55,73% per 8 augustus 2022 blijft in stand ondanks beroep op geen duurzaam benutbare mogelijkheden
Mate van arbeidsongeschiktheid per 8 augustus 2022 terecht vastgesteld op 55,73%. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:327Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 18 maart 2026
In het kort
- Het Uwv stelde de arbeidsongeschiktheid van appellante per 8 augustus 2022 vast op 55,73%; de Centrale Raad van Beroep laat dit oordeel op 18 maart 2026 in stan
- Per 10 augustus 2020 werd appellante wel niet belastbaar geacht (80 tot 100% arbeidsongeschikt), maar per 8 augustus 2022 gold een andere beoordeling.
- Appellante diende in hoger beroep geen nieuwe medische stukken in; de beroepsgronden waren in de kern een herhaling van wat in beroep was aangevoerd.
- Het verzoek om een deskundige te benoemen wordt afgewezen omdat de noodzakelijke twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling ontbreekt.
- Het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente wordt afgewezen; appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten en griffierecht.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante werkte als operator/productiemedewerker voor 37,09 uur per week. Na de wachttijd weigerde het Uwv haar een WIA-uitkering. Na meldingen van toegenomen arbeidsongeschiktheid per 10 augustus 2020 en per 8 augustus 2022 volgde nieuw onderzoek. De verzekeringsarts bezwaar en beroep achtte appellante per 10 augustus 2020 niet belastbaar (80 tot 100% arbeidsongeschikt), maar stelde de arbeidsongeschiktheid per 8 augustus 2022 vast op 55,73%. Het Uwv legde dat vast in het besluit van 13 december 2023, waarbij het bezwaar gegrond werd verklaard.
Appellante bestreed dat oordeel. Zij stelde dat ook per 8 augustus 2022 sprake was van geen duurzaam benutbare mogelijkheden, dat meer beperkingen hadden moeten worden aangenomen en dat zij ook op die datum 80 tot 100% arbeidsongeschikt had moeten worden geacht. Zij betoogde dat haar belastbaarheid in alle geselecteerde functies werd overschreden en verzocht om benoeming van een deskundige. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelt dat er geen aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling. Appellante diende in hoger beroep geen nieuwe medische stukken in. De beroepsgronden zijn in de kern een herhaling van wat in beroep werd aangevoerd, en de rechtbank heeft die gronden afdoende gemotiveerd besproken. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat in voldoende mate rekening is gehouden met de fysieke en psychische beperkingen op de datum in geding, 8 augustus 2022.
Omdat de noodzakelijke twijfel aan de medische beoordeling ontbreekt, wijst de Raad het verzoek om een deskundige te benoemen af. Ook het arbeidskundige oordeel houdt stand: de rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het Uwv voldoende en inzichtelijk heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies passend zijn. De vaststelling van 55,73% arbeidsongeschiktheid blijft daarmee in stand. Het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente wordt afgewezen, en appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten en griffierecht.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De vaststelling van 55,73% arbeidsongeschiktheid per 8 augustus 2022 blijft in stand, wat betekent dat de WIA-uitkering op dat percentage is gebaseerd. Het standpunt dat sprake was van geen duurzaam benutbare mogelijkheden en dat een hogere mate van arbeidsongeschiktheid had moeten worden aangenomen, is door zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep verworpen. Wie in een vergelijkbare situatie in hoger beroep dezelfde gronden herhaalt zonder nieuwe medische stukken in te dienen, kan er rekening mee houden dat de Raad de gronden niet opnieuw inhoudelijk beoordeelt en aansluit bij het oordeel van de rechtbank.
Vragen over deze uitspraak
Waarom kreeg appellante geen hogere arbeidsongeschiktheidsvaststelling per 8 augustus 2022?
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat er per 8 augustus 2022 geen sprake was van geen benutbare mogelijkheden, en de Raad vond geen reden om aan die conclusie te twijfelen. Appellante bracht in hoger beroep geen nieuwe medische stukken in. De rechtbank had de gronden al afdoende besproken, en de Raad sloot zich daarbij aan.
Waarom werd het verzoek om een deskundige te benoemen afgewezen?
De Raad wees het verzoek af omdat de noodzakelijke twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling van het Uwv ontbreekt. Zonder die twijfel is er geen grond voor benoeming van een deskundige.
Klopt het dat appellante per 10 augustus 2020 wel volledig arbeidsongeschikt was?
Ja, de verzekeringsarts bezwaar en beroep achtte appellante per 10 augustus 2020 niet belastbaar en daarmee voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt. Per 8 augustus 2022 gold een andere beoordeling, te weten 55,73% arbeidsongeschikt.
Zijn de geselecteerde functies door de rechter getoetst?
Ja, de Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het Uwv voldoende en inzichtelijk heeft gemotiveerd dat de geselecteerde functies passend zijn voor appellante. De Raad voegde daar inhoudelijk niets aan toe.
Verwante uitspraken
- Uwv moet arbeidsongeschiktheid van appellante opnieuw beoordelen omdat deskundige psychiater concludeert dat zij geen benutbare mogelijkheden heeft29 april 2026
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Volledige maar niet duurzame arbeidsongeschiktheid rechtvaardigt WGA-uitkering in plaats van IVA omdat behandelmogelijkheden voor slaapproblematiek nog niet zijn uitgeput27 augustus 2025


