Centrale Raad van Beroep
Centrale Raad van Beroep bevestigt WGA-vervolguitkering in klasse 35-45% ondanks ontbrekende FML-beperking voor professioneel vervoer
Toekenning WGA-vervolguitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% terecht. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1816Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 4 december 2025
In het kort
- De WGA-vervolguitkering van appellante wordt per 27 juni 2023 vastgesteld naar arbeidsongeschiktheidsklasse 35 tot 45%, gebaseerd op een berekende arbeidsongesc
- De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde een urenbeperking vast van zes uur per dag en dertig uur per week vanwege de noodzaak van recuperatie.
- De beperking voor professioneel vervoer ontbrak ten onrechte in de FML van 18 april 2023, maar dit had geen gevolg voor de uitkomst omdat de geselecteerde funct
- De Raad wijst het verzoek om benoeming van een deskundige af, omdat appellante noch in beroep noch in hoger beroep nieuwe medische gegevens heeft ingediend.
- Het Uwv wordt veroordeeld in proceskosten van € 3.628,- en moet griffierecht van € 188,- aan appellante vergoeden.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante werkte als assistent intake en service voor 20 uur per week en meldde zich op 5 april 2016 ziek. Na opeenvolgende herbeoordelingen stelde het Uwv per 27 juni 2023 haar WGA-vervolguitkering vast naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45%, gebaseerd op een berekende mate van arbeidsongeschiktheid van 39,91%.
Appellante betwistte zowel de medische als de arbeidskundige beoordeling. Zij stelde dat haar pijnklachten in nek, rug, handen en elleboog, alsmede fibromyalgie, meer beperkingen vereisten dan aangenomen, waaronder beperkingen voor werken op schouderhoogte, tillen, dragen, frequent reiken en koude. Bovendien wees zij erop dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperking voor werk met professioneel vervoer wel in zijn rapport had vermeld maar niet in de FML had opgenomen. Tot slot achtte zij de geselecteerde functies fysiek zwaarder dan haar vroegere functie.
De Raad oordeelt dat de medische beoordeling deugdelijk is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft naast reeds bestaande beperkingen aanvullende beperkingen vastgesteld: een beperking voor persoonlijk risico (werk op hoogte, gevaarlijke machines, professioneel vervoer), voor het dragen van beschermende kleding, voor knijp- en grijpkracht en een urenbeperking van zes uur per dag en dertig uur per week. Bij lichamelijk onderzoek zijn geen bewegingsbeperkingen vastgesteld behalve verminderde kracht in de handen. Appellante heeft geen nieuwe medische informatie ingebracht, zodat de Raad geen aanleiding ziet voor benoeming van een deskundige.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep selecteerde de functies assemblagemedewerker elektrotechnische producten (SBC-code 267041), medewerker postverzorging intern (SBC-code 315140) en medewerker binderij, grafisch nabewerker (SBC-code 268030), met als reservefunctie productiemedewerker industrie (SBC-code 111180). De Raad volgt de motivering dat de belasting in de drie hoofdfuncties de beperkingen van appellante niet overschrijdt.
De Raad honoreert de grond over de ontbrekende FML-beperking voor professioneel vervoer: die is inderdaad ten onrechte niet opgenomen. Omdat in de geselecteerde functies echter geen sprake is van professioneel vervoer, leidt dit gebrek niet tot een andere uitkomst. Wel veroordeelt de Raad het Uwv tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het hoger beroep slaagt niet en de arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45% blijft in stand.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De WGA-vervolguitkering van appellante blijft vastgesteld naar de klasse van 35 tot 45%, op basis van een arbeidsongeschiktheid van 39,91%. Hoewel de Raad een formele fout in de FML erkent (de ontbrekende beperking voor professioneel vervoer), leidt die fout niet tot een hogere uitkering omdat de geselecteerde functies dat aspect niet bevatten. Wie meer beperkingen erkend wil zien, dient daarvoor nieuwe medische informatie in te brengen; een herhaling van eerder ingenomen standpunten zonder nieuwe onderbouwing is onvoldoende. Het Uwv vergoedt wel de proceskosten van € 3.628,- en het griffierecht van € 188,-.
Vragen over deze uitspraak
Waarom werd de herziening van de uitkering pas per 27 juni 2023 ingevoerd en niet eerder?
Omdat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep nieuwe functies selecteerde, liet het Uwv de herziening pas op die latere datum ingaan. Vanwege het selecteren van nieuwe functies heeft het Uwv de herziening van de vervolguitkering eerst per 27 juni 2023 laten ingaan.
Welke functies zijn voor appellante geselecteerd en waarom zijn die passend bevonden?
De geselecteerde functies zijn assemblagemedewerker elektrotechnische producten (SBC-code 267041), medewerker postverzorging intern (SBC-code 315140) en medewerker binderij, grafisch nabewerker (SBC-code 268030). De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft inzichtelijk gemotiveerd dat de belasting in deze functies de beperkingen van appellante niet overschrijdt, waarbij uitdrukkelijk is ingegaan op gevaarlijke machines, grijp- en knijpkracht, tillen, hoofdbewegingen en afwisseling van houding.
Wat gebeurt er als een beperking wel in het rapport staat maar niet in de FML is opgenomen?
De Raad erkent dit als een fout, maar verbindt er geen inhoudelijke gevolgen aan als de geselecteerde functies die belasting sowieso niet kennen. In dit geval ontbrak de beperking voor professioneel vervoer in de FML, maar omdat in de geselecteerde functies geen sprake is van professioneel vervoer, concludeerde de Raad dat de functies toch geschikt zijn.
Wat moet appellante aanleveren om een medische heroverweging of deskundigenbenoeming af te dwingen?
Appellante moet nieuwe of andere medische informatie indienen die aanleiding geeft tot twijfel aan het oordeel van de verzekeringsarts. De Raad ziet geen aanleiding om een deskundige te benoemen omdat appellante noch in beroep noch in hoger beroep nieuwe medische gegevens heeft ingediend.
Verwante uitspraken
- Arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,72% per 8 september 2022 blijft in stand ondanks latere volledige arbeidsongeschiktheid15 juli 2026
- Beide WIA-schattingen blijven in stand: appellante is per 24 november 2018 65,71% en per 26 september 2019 68,33% arbeidsongeschikt27 november 2025
- Herleving WIA-uitkering geweigerd omdat arbeidsongeschiktheid per 9 december 2021 minder dan 35% bedraagt1 oktober 2025


