Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Deskundige oordeelt dat medische onderbouwing voor forse urenbeperking ontbreekt; Uwv moet opnieuw beslissen over WGA-uitkering ex-werkneemster

Einduitspraak. Toekenning WGA-uitkering aan ex-werkneemster. Mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 100%. Beroep gegrond.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:60Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
14 januari 2026

In het kort

  • De Raad vernietigt het besluit van 13 januari 2021 omdat de forse urenbeperking van twee uur per dag en tien uur per week medische onderbouwing mist.
  • Onafhankelijk deskundige Wolff-van der Ven concludeerde op 1 juli 2025 dat objectieve medische informatie over de aard en ernst van de pathologie rondom 8 juli
  • De FML van 14 juni 2020 kan op basis van de aanwezige gegevens niet zonder meer worden gevolgd, aldus de deskundige.
  • Het Uwv mag vóór de nieuwe beslissing op bezwaar een psychiatrisch expertiseonderzoek laten verrichten; ex-werkneemster is op grond van artikel 27 Wet WIA verpl
  • Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 4.670,-, en vergoedt griffierecht van € 908,-.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Het geschil betreft de vraag of het Uwv terecht met ingang van 8 juli 2020 een WGA-uitkering heeft toegekend aan een ex-werkneemster van appellante, met een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 100 procent. Appellante betwistte de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en de onderbouwing van de aangenomen beperkingen, waaronder een urenbeperking van twee uur per dag en tien uur per week.

De Raad had in een tussenuitspraak van 7 februari 2024 al vastgesteld dat het bestreden besluit niet berust op een voldoende draagkrachtige motivering. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had onvoldoende gemotiveerd waarom kon worden afgezien van een fysiek spreekuur, waarom informatie bij de behandelend sector niet van toegevoegde waarde zou zijn, en op basis van welke aandoening(en) en ernst hij de vergaande urenbeperking had aangenomen. Het Uwv werd opgedragen deze gebreken te herstellen.

Ter uitvoering van de tussenuitspraak onderzocht een verzekeringsarts bezwaar en beroep de ex-werkneemster op 9 april 2024 op een spreekuur. Het Uwv zag daarna geen aanleiding zijn standpunt te wijzigen. De Raad benoemde vervolgens M.M. Wolff-van der Ven, verzekeringsarts, als onafhankelijke deskundige voor een dossieronderzoek, omdat ex-werkneemster zelf geen partij is in de procedure.

De deskundige concludeerde in haar rapport van 1 juli 2025 dat de forse beperkingen in de FML van 14 juni 2020, en met name de zeer forse urenbeperking, onvoldoende worden gedragen door de aanwezige medische en anamnestische informatie. Zij stelde dat objectieve medische informatie over de aard en ernst van de pathologie rondom de datum in geding ontbreekt, en dat de beschreven beperkingen niet volledig in lijn zijn met de activiteiten die ex-werkneemster destijds verrichtte. De deskundige kon geen gefundeerde uitspraak doen over de daadwerkelijke belastbaarheid, maar stelde wel dat een urenbeperking tot twee uur per dag en tien uur per week onvoldoende is onderbouwd.

De Raad volgt de conclusie van de deskundige. Het rapport geeft blijk van zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. De Raad ziet geen aanleiding een psychiater als deskundige te benoemen, omdat ex-werkneemster niet als belanghebbende aan de procedure deelneemt en een specialistisch onderzoek daardoor zou worden belemmerd. De Raad vernietigt het bestreden besluit van 13 januari 2021 wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en draagt het Uwv op opnieuw op het bezwaar te beslissen. Het Uwv heeft daarbij de mogelijkheid eerst een psychiatrisch expertiseonderzoek te laten verrichten.

Wat betekent deze uitspraak voor de werkgever?

De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit waarbij de WGA-uitkering aan de ex-werkneemster van appellante werd toegekend, omdat de medische onderbouwing voor de vastgestelde beperkingen, en met name de urenbeperking, ontbreekt. Het Uwv moet opnieuw beslissen op het bezwaar van appellante, waarbij het eerst een psychiatrisch expertiseonderzoek mag laten verrichten. Zolang er geen nieuwe beslissing op bezwaar is, is nog niet bepaald of en in welke mate de ex-werkneemster onder het financieel risico van appellante valt.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De uitspraak vernietigt het besluit van 13 januari 2021 op grond waarvan de WGA-uitkering was toegekend, en draagt het Uwv op opnieuw te beslissen. Ex-werkneemster is geen partij in deze procedure, maar is op grond van artikel 27 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen verplicht mee te werken aan een eventueel psychiatrisch expertiseonderzoek dat het Uwv vóór de nieuwe beslissing kan laten verrichten.

Vragen over deze uitspraak

Waarom werd de urenbeperking van twee uur per dag afgewezen?

De onafhankelijke deskundige stelde vast dat objectieve medische informatie over de aard en ernst van de pathologie rondom de datum in geding ontbreekt en dat de beschreven activiteiten van ex-werkneemster niet in lijn zijn met zo'n vergaande beperking. De deskundige kon niet motiveren waarom ex-werkneemster minder dan vier uur per dag belastbaar zou zijn geweest. De Raad volgde die conclusie.

Wat moet het Uwv nu doen?

Het Uwv moet een nieuwe beslissing op bezwaar nemen met inachtneming van de uitspraak van 14 januari 2026. Het heeft daarbij de mogelijkheid vooraf een psychiatrisch expertiseonderzoek te laten verrichten om tot een juiste FML te komen. Beroep tegen de nieuwe beslissing kan uitsluitend bij de Centrale Raad van Beroep worden ingesteld.

Waarom is er geen psychiater als deskundige ingeschakeld?

De Raad zag geen aanleiding een psychiater te benoemen omdat ex-werkneemster niet als belanghebbende aan de procedure deelneemt, waardoor de deskundige zich zou moeten beperken tot dossieronderzoek. De verwachting is dat ook dan geen goede uitspraak over aandoeningen en beperkingen kan worden gedaan.

Wat was er mis met het eerdere medisch onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep?

De verzekeringsarts bezwaar en beroep had niet afdoende gemotiveerd waarom kon worden afgezien van een fysiek spreekuur en waarom informatie bij de behandelend sector niet van toegevoegde waarde zou zijn. Ook had hij onvoldoende inzichtelijk gemaakt op basis van welke aandoening en in welke ernst hij tot de urenbeperking was gekomen.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket