Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Onafhankelijke deskundige leidt tot hogere arbeidsongeschiktheidspercentages en gewijzigde FML; geen urenbeperking voor appellant met fibromyalgie en spanningsklachten

Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid per 16 juni 2021 op 45,72% en per 16 augustus 2021 op 46,16%. Benoeming deskundige.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:54Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
14 januari 2026

In het kort

  • Onafhankelijk deskundige Greveling-Fockens nam aanvullende beperkingen aan in rubrieken 1, 2 en 4 van de FML, maar zag geen aanleiding voor een urenbeperking.
  • De arbeidsongeschiktheid werd herzien naar 45,72% per 16 juni 2021 en 46,16% per 16 augustus 2021, klasse 45 tot 55%.
  • De deskundige stelde op de data in geding spannings- en stemmingsklachten vast, maar geen depressieve stoornis.
  • De fysieke beperkingen wegens fibromyalgie werden door de deskundige verder aangescherpt dan de door appellant ingeschakelde verzekeringsarts Van Amelsfoort had
  • Het Uwv werd veroordeeld tot een totale proceskostenbetaling van € 7.120,25, inclusief vergoeding van de kosten van de rapporten van Van Amelsfoort van € 2.450,

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant, voormalig projectleider, had zich in 2019 vanuit een WW-uitkering ziekgemeld met reumatische klachten en jicht. Het Uwv stelde zijn arbeidsongeschiktheid aanvankelijk vast op 43,69% en kende hem een loongerelateerde WGA-uitkering toe. Na bezwaar en beroep, waarbij de rechtbank Overijssel het bestreden besluit in stand liet, stelde appellant in hoger beroep dat hij meer beperkingen had dan in de FML van 2 juni 2021 waren opgenomen, waaronder aanvullende psychische beperkingen, een verdergaande loopbeperking en een urenbeperking.

Na de zitting heropende de Raad het onderzoek vanwege een verschil van inzicht tussen de verzekeringsartsen van het Uwv en de door appellant ingeschakelde verzekeringsarts Van Amelsfoort. De Raad benoemde verzekeringsarts Greveling-Fockens als onafhankelijk deskundige. Zij concludeerde op 24 februari 2025 dat er aanleiding was voor aanvullende beperkingen in de rubrieken 1, 2 en 4 van de FML, maar zag geen aanleiding voor een urenbeperking. Voor dat laatste onderbouwde zij dat geen sprake is van een aandoening met een patroon van overschrijding van eigen grenzen, zelfoverschatting of beperkt ziektebesef.

De deskundige nam aanvullende beperkingen aan in verband met spannings- en stemmingsklachten, beperkte het lopen verdergaand en nam aanvullende fysieke beperkingen aan wegens fibromyalgie, die zelfs verder strekten dan door Van Amelsfoort voorgestaan. Een depressieve stoornis werd op de data in geding niet vastgesteld. De Raad volgde de deskundige, omdat het rapport blijk gaf van zorgvuldig onderzoek en inzichtelijk en consistent was gemotiveerd.

Het Uwv nam de aanvullende beperkingen over in een nieuwe FML van 28 maart 2025 en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep selecteerde nieuwe functies. Dit leidde tot herziene arbeidsongeschiktheidspercentages van 45,72% per 16 juni 2021 en 46,16% per 16 augustus 2021, waarmee appellant in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 45 tot 55% valt. De Raad oordeelde dat de geselecteerde functies in medisch opzicht voor appellant geschikt zijn. De aangevallen uitspraak en bestreden besluit 1 werden vernietigd; het beroep tegen bestreden besluit 2 werd ongegrond verklaard.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De Raad oordeelde dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 16 juni 2021 terecht is vastgesteld op 45,72% en per 16 augustus 2021 op 46,16%, waarmee hij in de klasse van 45 tot 55% valt. De door de onafhankelijk deskundige aangenomen aanvullende beperkingen wegens spannings- en stemmingsklachten en fibromyalgie zijn in een nieuwe FML verwerkt, maar leidden niet tot een urenbeperking of tot het oordeel dat de geselecteerde functies ongeschikt zijn. Het Uwv vergoedt de proceskosten van in totaal € 7.120,25 en het betaalde griffierecht van € 186,-.

Vragen over deze uitspraak

Waarom werd er geen urenbeperking toegekend terwijl appellant zegt dat UWV Werkbedrijf hem niet voor veertig uur kan plaatsen?

De deskundige onderbouwde aan de hand van de standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid dat geen sprake is van een aandoening die gepaard gaat met een patroon van overschrijding van eigen grenzen, zelfoverschatting en/of een beperkt ziektebesef. De mededeling van het Uwv Werkbedrijf dat appellant niet voor veertig uur per week geplaatst kan worden, gaf de Raad geen aanleiding om aan die conclusie te twijfelen.

Waarom werden de beperkingen toch bijgesteld terwijl de rechtbank het Uwv al had gevolgd?

Door het verschil van inzicht tussen de verzekeringsartsen van het Uwv en de door appellant ingeschakelde verzekeringsarts Van Amelsfoort ontstond twijfel over de medische belastbaarheid, waarna de Raad een onafhankelijk deskundige benoemde. Die deskundige concludeerde dat aanvullende beperkingen in de rubrieken 1, 2 en 4 gerechtvaardigd waren, en het Uwv nam die conclusies over in een nieuwe FML.

Wat telde mee bij de beoordeling van de psychische klachten?

De deskundige stelde vast dat op de data in geding sprake was van spannings- en stemmingsklachten, maar geen depressieve stoornis. Op basis daarvan werden aanvullende beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren aangenomen.

Welke kosten werden vergoed en hoe hoog waren die?

Het Uwv werd veroordeeld tot een totale proceskostenvergoeding van € 7.120,25, bestaande uit € 1.868,- in beroep, € 2.802,- in hoger beroep en € 2.450,25 voor de rapporten van verzekeringsarts Van Amelsfoort. Daarnaast vergoedt het Uwv het betaalde griffierecht van € 186,-.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket