Centrale Raad van Beroep
Uwv stelt arbeidsongeschiktheid van appellant terecht vast op 50,41% ondanks betwisting van medische beperkingen
Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 50,41%. Zorgvuldigheid onderzoek. Onderzoek na datum in geding.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:295Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 11 maart 2026
In het kort
- Het Uwv stelt de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 14 februari 2022 en per 1 juli 2023 vast op 50,41%, resulterend in een WGA-vervolguitkering in
- De FML dateert van 21 april 2023 en is mede toegespitst op de datum 14 februari 2022; de belastbaarheid op beide data in geding was volgens de verzekeringsartse
- Een urenbeperking wordt niet aangenomen: er is geen verhoogde recuperatiebehoefte en de overige aspecten uit de standaard Duurbelasting in Arbeid doen zich niet
- De psychische klachten worden geduid als reactieve stemmingsklachten die voortvloeien uit fysieke klachten en psychosociale problemen, niet als ziekte of gebrek
- Het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep slaagt niet; de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 maart 2025 wordt bevestigd.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant, van beroep lasser, meldde zich op 17 februari 2020 ziek met lichamelijke klachten. Na de wachttijd stelde het Uwv zijn mate van arbeidsongeschiktheid per 14 februari 2022 en per 1 juli 2023 vast op 50,41%, wat recht geeft op een WGA-vervolguitkering in de klasse 45 tot 55%. Appellant bestreed deze vaststelling en stelde dat zijn belastbaarheid was onderschat, zowel lichamelijk als psychisch.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch spreekuur pas een jaar na het einde van de wachttijd plaatsvond en daardoor geen representatief beeld gaf van zijn toestand op 14 februari 2022. Daarnaast beriep hij zich op psychische behandeling bij de Polikliniek Medische Psychologie van het Franciscus Gasthuis en Vlietland in de periode van 19 september 2021 tot 11 april 2022, en op onvoldoende rekening gehouden lichamelijke klachten waaronder arm-, rug-, knie-, buikklachten en jichtaanvallen. Ook vond hij dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen vanwege schildklierproblematiek, hypertensie, vermoeidheidsklachten en slechte nachtrust.
De Raad volgt deze standpunten niet. Ten aanzien van het spreekuur oordeelt de Raad dat uit het rapport van de primaire arts voldoende duidelijk blijkt dat het onderzoek en de medische overwegingen mede waren toegespitst op de datum van 14 februari 2022, en dat de belastbaarheid op beide data in geding hetzelfde was. Alle door appellant genoemde lichamelijke klachten waren bij de verzekeringsartsen bekend en zijn verwerkt in de FML van 21 april 2023.
Over de psychische component stelt de Raad dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende gemotiveerd heeft dat sprake is van reactieve stemmingsklachten als reactie op fysieke klachten en psychosociale problemen, en dat psychosociale problemen niet als ziekte of gebrek kunnen worden aangemerkt. Het feit dat van verdere behandeling is afgezien duidt niet op ernstige psychische problematiek.
De urenbeperking wordt eveneens niet aangenomen: er is geen sprake van een ziektebeeld met een verhoogde recuperatiebehoefte, en ook de overige aspecten uit de standaard Duurbelasting in Arbeid doen zich niet voor. De geselecteerde functies worden in medisch opzicht geschikt geacht. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam wordt bevestigd.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant op 50,41% blijft vastgesteld, wat een WGA-vervolguitkering in de klasse 45 tot 55% oplevert. De Raad volgt niet het standpunt dat de belastbaarheid is onderschat: alle genoemde lichamelijke klachten waren verwerkt in de FML, een urenbeperking is niet aangenomen, en de psychische klachten worden niet als ziekte of gebrek gekwalificeerd. Wie de medische beoordeling wil aanvechten, moet dat doen met concrete nieuwe medische informatie die de bevindingen van de verzekeringsarts weerspreekt.
Vragen over deze uitspraak
Maakt het uit dat het medisch spreekuur pas een jaar na de datum in geding plaatsvond?
Nee, de Raad oordeelt dat dit niet tot een ander oordeel leidt. Uit het rapport van de primaire arts blijkt voldoende duidelijk dat het onderzoek en de medische overwegingen mede waren toegespitst op de datum van 14 februari 2022, en dat de belastbaarheid op beide data in geding hetzelfde was.
Wanneer leidt psychische behandeling tot aanvullende beperkingen in de FML?
Niet automatisch. De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde dat bij appellant sprake is van reactieve stemmingsklachten als reactie op fysieke klachten en psychosociale problemen, en dat psychosociale problemen niet als ziekte of gebrek kunnen worden aangemerkt. Het feit dat behandeling werd afgezien duidt volgens de verzekeringsarts niet op ernstige psychische problematiek.
Op welke grond wordt een urenbeperking aangenomen bij schildklierproblematiek en vermoeidheid?
De Raad bevestigt dat hiervoor geen reden bestaat als er geen sprake is van een ziektebeeld met een verhoogde recuperatiebehoefte en ook de overige in de standaard Duurbelasting in Arbeid opgenomen aspecten 'verminderde beschikbaarheid' en 'preventieve gronden' zich niet voordoen. Appellant onderbouwde zijn stelling over een urenbeperking niet nader.
Wanneer benoemt de Raad een onafhankelijk deskundige in een WIA-zaak?
De Raad benoemt geen deskundige als er geen twijfel bestaat over de juistheid van de medische beoordeling. In deze zaak oordeelde de Raad dat er geen twijfel was, mede omdat appellant zijn stellingen niet met nieuwe medische informatie had onderbouwd.
Verwante uitspraken
- Beide WIA-schattingen blijven in stand: appellante is per 24 november 2018 65,71% en per 26 september 2019 68,33% arbeidsongeschikt27 november 2025
- Arbeidsongeschiktheid van 55,73% per 8 augustus 2022 blijft in stand ondanks beroep op geen duurzaam benutbare mogelijkheden18 maart 2026
- FML met beperkte schouderfuncties is voldoende onderbouwd; mate van arbeidsongeschiktheid van 37,13% blijft in stand24 september 2025


