Centrale Raad van Beroep
Uwv stelt arbeidsongeschiktheid van 37,24% terecht vast ondanks betwisting medisch onderzoek en beperkingen
Mate van arbeidsongeschiktheid terecht vastgesteld op 37,24%. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. Medisch onderzoek zorgvuldig verricht.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1530Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 15 oktober 2025
In het kort
- Per 16 februari 2021 stelde het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant vast op 37,24%, wat leidt tot een WGA-vervolguitkering in de klasse 35 tot 4
- De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde op 10 maart 2023 een nieuwe FML op; de Raad acht die FML zorgvuldig en inzichtelijk gemotiveerd.
- Appellant weigerde zelf verder deel te nemen aan weerstandstesten; de Raad betrekt dit bij zijn oordeel over de gestelde onzorgvuldigheid van het onderzoek.
- De functie Medewerker Tuinbouw (SBC-code 111010) is door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep laten vervallen; de overige functies worden passend geacht.
- De in hoger beroep ingebrachte medische stukken dateren van ruim vóór de datum in geding en geven geen aanleiding voor verdergaande beperkingen.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant, voormalig installatiemonteur, meldde zich op 29 augustus 2017 ziek. Na toekenning van een loongerelateerde WGA-uitkering per 27 augustus 2019 vroeg hij op 24 oktober 2020 een herbeoordeling aan. Op basis van een nieuwe FML van 22 januari 2021 stelde het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid per 16 februari 2021 vast op 37,24% en zette de WIA-uitkering ongewijzigd voort. Per 27 augustus 2021 werd de uitkering omgezet naar een WGA-vervolguitkering in de klasse 35 tot 45%.
In bezwaar stelde de verzekeringsarts bezwaar en beroep een nieuwe FML op van 10 maart 2023 en liet de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep de functie Medewerker Tuinbouw (SBC-code 111010) vervallen. De overige functies werden passend geacht. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, het beroep bij de rechtbank Amsterdam eveneens.
In hoger beroep betoogde appellant dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was omdat er geen volledig lichamelijk onderzoek zou zijn verricht, dat de chronische pijnklachten aan de schouder en de klachten aan de linkerarm en hand onvoldoende waren onderzocht, dat de psychische klachten waren onderschat en dat een urenbeperking had moeten worden aangenomen. Hij legde aanvullende medische stukken over.
De Raad verwerpt al deze gronden. Uit het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 10 maart 2023 blijkt dat appellant lichamelijk is onderzocht, waarbij de schouder, linkerarm en rug zijn onderzocht. Dat het onderzoek vroegtijdig werd afgebroken is mede het gevolg van appellants eigen weigering om verder deel te nemen aan weerstandstesten. De Raad oordeelt dat de FML de beperkingen op de datum in geding voldoende en inzichtelijk weergeeft, mede op basis van rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 10 maart 2023, 5 juli 2024 en 25 juli 2025. De in hoger beroep ingebrachte medische stukken dateren van ruim vóór de datum in geding en appellant maakte niet inzichtelijk wat deze informatie betekent voor zijn belastbaarheid op die datum. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft voldoende gemotiveerd dat de geselecteerde functies de belastbaarheid van appellant niet overschrijden. Het hoger beroep slaagt niet en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Raad bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid van appellant per 16 februari 2021 terecht is vastgesteld op 37,24%, wat neerkomt op een WGA-vervolguitkering in de klasse 35 tot 45%. Medische stukken die de werknemer inbrengt maar die dateren van ruim vóór de datum in geding, worden niet meegewogen als niet inzichtelijk is gemaakt wat ze betekenen voor de belastbaarheid op die datum. Wie tijdens het onderzoek weigert mee te werken aan onderdelen van het lichamelijk onderzoek, kan achteraf niet met succes aanvoeren dat het onderzoek onvolledig was.
Vragen over deze uitspraak
Waarom accepteert de Raad de nieuwe medische stukken van appellant niet?
De stukken dateren van ruim vóór de datum in geding en appellant heeft niet inzichtelijk gemaakt wat die informatie betekent voor zijn belastbaarheid op 16 februari 2021. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft bovendien gemotiveerd hoe die informatie zich verhoudt tot de medische situatie op de datum in geding.
Was het medisch onderzoek onvolledig omdat appellant niet volledig meewerkte aan de weerstandstesten?
De Raad volgt dat standpunt niet. Uit het rapport van 10 maart 2023 blijkt dat appellant lichamelijk is onderzocht, waarbij de schouder, linkerarm en rug zijn bekeken. Appellant weigerde zelf verder deel te nemen aan weerstandstesten vanwege pijnklachten.
Welke functie is afgevallen en waarom verandert dat de uitkomst niet?
De functie Medewerker Tuinbouw (SBC-code 111010) is door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep laten vervallen. De overige resterende functies zijn passend en geschikt bevonden, zodat het arbeidsongeschiktheidspercentage van 37,24% ongewijzigd blijft.
Krijgt appellant een vergoeding voor zijn proceskosten?
Nee. Omdat het hoger beroep niet slaagt, krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.
Verwante uitspraken
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en de FML van 8 juni 2023 de belastbaarheid juist weergeeft6 augustus 2025
- Arbeidsongeschiktheid van 55,73% per 8 augustus 2022 blijft in stand ondanks beroep op geen duurzaam benutbare mogelijkheden18 maart 2026
- FML met beperkte schouderfuncties is voldoende onderbouwd; mate van arbeidsongeschiktheid van 37,13% blijft in stand24 september 2025


