Centrale Raad van Beroep
Arbeidsongeschiktheidspercentage van 52,04% op de peildatum 22 juli 2022 blijft in stand ondanks latere IVA-toekenning per 1 oktober 2023
Mate van arbeidsongeschiktheid terecht per 22 juli 2022 vastgesteld op 52,04%. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1809Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 10 december 2025
In het kort
- Het Uwv heeft de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 22 juli 2022 vastgesteld op 52,04%, wat resulteert in een loongerelateerde WGA-uitkering.
- De verzekeringsarts bezwaar en beroep nam in bezwaar extra beperkingen aan en legde die neer in een nieuwe FML van 12 januari 2024; de arbeidsdeskundige liet tw
- Per 1 oktober 2023 heeft het Uwv alsnog een IVA-uitkering toegekend, maar de Raad oordeelt dat de stukken daarvoor zien op een latere datum en een gemelde versl
- De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 8 januari 2025 en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Het geschil gaat over de vraag of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 22 juli 2022 terecht heeft vastgesteld op 52,04%. Appellante stelde dat zij meer beperkingen had dan in de FML was opgenomen, dat de geselecteerde functies ongeschikt waren vanwege beeldschermwerk, dat een urenbeperking aan de orde was en dat zij al per 22 juli 2022 recht had op een IVA-uitkering.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep had in bezwaar extra beperkingen aangenomen ten opzichte van de primaire beoordeling en die neergelegd in de FML van 12 januari 2024. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep had de maatmangegevens gewijzigd, twee van de vijf primair geselecteerde functies laten vervallen en de arbeidsongeschiktheid berekend op 52,04%. De rechtbank had het bestreden besluit in stand gelaten en een motiveringsgebrek gepasseerd op grond van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank volledig. De Raad oordeelt dat de gronden in hoger beroep in essentie een herhaling zijn van wat in beroep is aangevoerd en dat er geen aanleiding bestaat om aan de juistheid van het bestreden besluit te twijfelen.
Over het beroep op de latere IVA-toekenning overweegt de Raad dat de stukken die ten grondslag liggen aan de IVA-uitkering per 1 oktober 2023 zien op een andere, latere datum in geding. Appellante had zelf gemeld dat er sinds oktober 2023 een verslechtering in haar gezondheid was opgetreden en dat er ook psychische klachten waren ontstaan. Die latere situatie kan daarom niet dienen als onderbouwing voor een IVA-recht per 22 juli 2022.
De Raad ziet geen aanleiding een deskundige te benoemen omdat de daarvoor noodzakelijke twijfel ontbreekt. Het hoger beroep slaagt niet, de aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente wordt afgewezen.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De WGA-uitkering gebaseerd op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 52,04% per 22 juli 2022 blijft in stand. Het feit dat het Uwv later, per 1 oktober 2023, alsnog een IVA-uitkering heeft toegekend, levert geen grond op om het eerdere percentage met terugwerkende kracht te herzien, omdat de Raad die toekenning koppelt aan een gemelde verslechtering en psychische klachten die pas vanaf oktober 2023 zijn ontstaan.
Vragen over deze uitspraak
Waarom geeft de latere IVA-toekenning geen recht op IVA vanaf de eerdere datum?
De stukken die ten grondslag liggen aan de IVA-uitkering per 1 oktober 2023 zien op een andere, latere datum in geding. Appellante had zelf gemeld dat er sinds oktober 2023 een verslechtering in haar gezondheid was opgetreden en er ook psychische klachten waren ontstaan, zodat die situatie niet maatgevend is voor de eerdere peildatum.
Mocht het Uwv afzien van een fysiek onderzoek?
Ja, de rechtbank oordeelde dat het Uwv voldoende heeft gemotiveerd dat een fysiek onderzoek in het licht van de aard van de klachten en de beschikbare medische informatie geen toegevoegde waarde had. De Raad onderschrijft dit oordeel.
Zijn de geselecteerde functies geschikt ondanks de visusbeperkingen en het beeldschermwerk?
Ja, de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft op inzichtelijke wijze toegelicht waarom geen sprake is van een overschrijding van de belastbaarheid van appellante ondanks dat in de functies sprake is van een belasting voor beeldschermwerk. De Raad ziet geen reden om de geschiktheid van de functies in twijfel te trekken.
Wanneer is er aanleiding voor de Raad om een deskundige te benoemen?
De Raad benoemt geen deskundige als de daarvoor noodzakelijke twijfel ontbreekt. In deze zaak zag de Raad geen reden voor twijfel aan de verzekeringsgeneeskundige beoordeling, mede omdat appellante geen medische gegevens had verstrekt die aanknopingspunten bieden voor twijfel.
Verwante uitspraken
- Arbeidsongeschiktheidspercentage van 41,72% per 8 september 2022 blijft in stand ondanks latere volledige arbeidsongeschiktheid15 juli 2026
- Arbeidsongeschiktheidspercentage van 49,77% na CVA terecht vastgesteld ondanks aangevoerde verdergaande urenbeperking8 juli 2026
- Arbeidsongeschiktheidspercentage van 37,61% blijft in stand ondanks beroep op meer beperkingen in FML11 december 2025


