Centrale Raad van Beroep
Herzieningsverzoek WAO afgewezen: onderzoek door vertrouwensarts Nederlandse ambassade in Thailand is voldoende zonder spreekuurcontact bij UWV-verzekeringsarts
Afwijzing verzoek om herziening en schadevergoeding. De Raad komt tot het oordeel dat verzoeker geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1790Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 4 december 2025
In het kort
- Het herzieningsverzoek betreft de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 april 2025 (ECLI:NL:CRVB:2025:505) over de weigering van het UWV om de WAO-uit
- Arts dr. N. Walters onderzocht verzoeker in Thailand als vertrouwensarts van de Nederlandse ambassade in opdracht van het UWV, niet in opdracht van het Thaise b
- De Raad oordeelt dat ook bij onderzoek via de Nederlandse ambassade geen spreekuurcontact met een verzekeringsarts van het UWV vereist is, mede omdat Walters ve
- De nieuwe bewijsstukken (e-mail Walters 14 april 2025, e-mail ambassade 29 april 2025, UWV-document 2 september 2025) voldoen niet aan artikel 8:119, eerste lid
- Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de herzieningsprocedure op 14 april 2025 is aangevangen en
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Verzoeker ontvangt sinds 9 maart 1999 een WAO-uitkering. Bij besluit van 27 mei 2009 heeft het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 35 tot 45%. Na verzoeken van verzoeker om herziening van dat besluit en een melding van medische verslechtering heeft het UWV in 2022 arts dr. N. Walters in Thailand opdracht gegeven om verzoeker te onderzoeken. Het UWV weigerde daarna terug te komen van het eerdere besluit en de uitkering te verhogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond; de Raad bevestigde dat oordeel op 2 april 2025. Verzoeker vroeg daarna herziening van die uitspraak.
Het herzieningsverzoek draait om de vraag op grond van welk artikellid van het Verdrag tussen Nederland en Thailand het medisch onderzoek door Walters is verricht. In de procedure die leidde tot de uitspraak van 2 april 2025 had het UWV ter zitting verklaard dat Walters werkte in opdracht van het Thaise bevoegde orgaan. Verzoeker bestreed dat direct ter zitting. De Raad oordeelt nu dat verzoeker redelijkerwijs niet eerder in staat was bewijs hierover te verzamelen, zodat de later ingebrachte stukken (e-mail Walters van 14 april 2025, e-mail Nederlandse ambassade van 29 april 2025 en een UWV-document van 2 september 2025) gelden als feiten en omstandigheden in de zin van artikel 8:119, eerste lid, aanhef en onder b van de Awb.
De Raad stelt echter vast dat Walters werkte als vertrouwensarts van de Nederlandse ambassade, in opdracht van het UWV via het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het onderzoek vond plaats op grond van artikel 7, tweede lid, tweede zin, van het Verdrag. De Raad oordeelt vervolgens dat ook in dit geval geen spreekuurcontact met een verzekeringsarts van het UWV vereist was. Walters is een ervaren arts die verzoeker ook in 2015, 2018 en 2021 had onderzocht, de gestelde vragen en de beantwoording passen in het systeem van verzekeringsgeneeskundige beoordelingen, en een verzekeringsarts van het UWV heeft op basis van het rapport van Walters alsnog een verzekeringsgeneeskundige beoordeling verricht. Bovendien heeft een telefonische hoorzitting met een verzekeringsarts bezwaar en beroep plaatsgevonden waarbij de medische aspecten uitgebreid zijn besproken.
Omdat de nieuwe bewijsstukken niet tot een andere uitspraak zouden hebben geleid, is niet voldaan aan de voorwaarde van artikel 8:119, eerste lid, onder c van de Awb. Het herzieningsverzoek wordt afgewezen. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt eveneens afgewezen: de herzieningsprocedure is een nieuwe termijn die aanving op 14 april 2025, en de Raad heeft ruim binnen twee jaar uitspraak gedaan.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De uitspraak van 2 april 2025, waarbij de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te herzien in stand bleef, blijft ongewijzigd van kracht. Het herzieningsverzoek is afgewezen omdat de nieuwe bewijsstukken over de opdrachtverlening aan arts Walters weliswaar als nieuw feit zijn aangemerkt, maar niet tot een andere uitkomst zouden hebben geleid. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn is eveneens afgewezen, omdat de herzieningsprocedure ruim binnen twee jaar is afgerond.
Vragen over deze uitspraak
Moet het UWV altijd een spreekuurcontact met een eigen verzekeringsarts organiseren als een arts in het buitenland wordt ingeschakeld via de Nederlandse ambassade?
Nee, niet in dit geval. De Raad oordeelt dat geen spreekuurcontact met een verzekeringsarts van het UWV vereist was, omdat Walters een ervaren arts is die vaker werkt in opdracht van het UWV en de gestelde vragen en beantwoording passen in het systeem van verzekeringsgeneeskundige beoordelingen. Bovendien heeft een verzekeringsarts van het UWV op basis van het rapport van Walters alsnog een verzekeringsgeneeskundige beoordeling verricht.
Wanneer kan een herzieningsverzoek slagen als bewijs pas na de uitspraak beschikbaar kwam?
Het bewijs moet betrekking hebben op feiten die vóór de uitspraak bestonden, redelijkerwijs niet eerder bekend konden zijn, en tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. In deze zaak waren de bewijsstukken wel tijdig genoeg, maar zou het bewijs niet tot een andere uitspraak hebben geleid, zodat het verzoek toch werd afgewezen.
Telt de duur van een herzieningsprocedure mee bij de eerdere procedure voor de redelijke termijn?
Nee. Met het indienen van een herzieningsverzoek begint een nieuwe termijn. De Raad volgt de stelling van verzoeker dat de twee procedures moeten worden opgeteld niet.
Wat is de maximale behandelingsduur voor een herzieningsverzoek bij de Centrale Raad van Beroep?
In beginsel twee jaar. De omstandigheden van het geval kunnen aanleiding geven een langere behandelingsduur te rechtvaardigen, en bij overschrijding geldt in beginsel een vergoeding van € 500,- per half jaar of gedeelte daarvan.
Verwante uitspraken
- WIA-uitkering terecht geweigerd ondanks ontbreken spreekuurcontact verzekeringsarts bezwaar en beroep25 februari 2026
- Uwv wijst herzieningsverzoek maatmaninkomen WAZ terecht af omdat geen sprake is van nieuwe feiten en het oorspronkelijke besluit niet onmiskenbaar onjuist is3 juni 2026
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid van appellante terecht vast op 54,78% ondanks bezwaar tegen het ontbreken van spreekuurcontact in bezwaarfase8 juli 2026


