Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Verlaging WAO-uitkering naar klasse 55-65% blijft in stand ondanks gestelde blootstellingsschade

Verlaging WAO-uitkering terecht. Herbeoordeling. Geen fictief tweede recht van toepassing. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing. Aanpassing FML.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:297Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
11 maart 2026

In het kort

  • De WAO-uitkering van appellant is met ingang van 21 februari 2023 verlaagd van de klasse 80-100% naar de klasse 55-65%.
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde op 26 februari 2024 een nieuwe FML op, die inhoudelijk niet verschilt van de FML van 15 juni 2022.
  • Het arbeidsongeschiktheidspercentage is door de arbeidsdeskundige (bezwaar en beroep) vastgesteld op 55,28%.
  • Appellant diende geen nadere medische stukken in over zijn gezondheidssituatie op de datum in geding, in hoger beroep noch eerder.
  • Het emailbericht van appellant van 27 januari 2026 werd buiten beschouwing gelaten omdat het buiten de termijn van artikel 8:58 Awb werd ingediend.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant ontving een WAO-uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% na een bedrijfsongeval in 2000 met vloeibaar zink, waarbij hij ernstige brandwonden aan zijn voet en onderbeen opliep. In het kader van een herbeoordeling op grond van artikel 39c van de WAO werd in juni 2022 een nieuwe FML opgesteld. De verzekeringsarts stelde toegenomen beperkingen vast. De arbeidsdeskundige berekende het arbeidsongeschiktheidspercentage op 55,28%, waarna het Uwv de uitkering met ingang van 21 februari 2023 verlaagde naar de klasse 55 tot 65%.

In bezwaar stelde de verzekeringsarts bezwaar en beroep op 26 februari 2024 een nieuwe FML op, die inhoudelijk niet verschilt van de FML van 15 juni 2022. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep bevestigde de geschiktheid voor de geselecteerde functies en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 55,28%. Het fictief tweede recht werd vastgesteld op 0,00%.

Appellant stelde in hoger beroep dat gezondheidsschade door langdurige onbeschermde blootstelling aan oplosmiddelen en chroom6, het bedrijfsongeval en knieklachten door een motorongeluk onvoldoende zijn meegewogen. De Raad oordeelt dat appellant geen nadere medische stukken heeft ingediend die betrekking hebben op zijn gezondheidssituatie op de datum in geding. De primaire verzekeringsarts had appellant op vele beoordelingspunten in de rubrieken dynamische handelingen en statische houdingen beperkt dan wel sterk beperkt geacht; niet is gebleken dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep hiermee de beperkingen heeft onderschat.

Een door appellant ingezonden usb-stick met gespreksverslagen en werkkleding kon zonder nadere toelichting niet op relevantie worden beoordeeld, omdat appellant ook niet ter zitting verscheen. Een emailbericht van 27 januari 2026, één dag voor de zitting, werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde (artikel 8:58 Awb). De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 18 maart 2025.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De verlaging van de WAO-uitkering naar de klasse 55 tot 65% blijft in stand met ingang van 21 februari 2023. De Raad bevestigt dat wie zijn medische situatie wil betwisten, objectieve medische informatie moet aanleveren die betrekking heeft op de datum in geding; stukken zonder toelichting of buiten de termijn van artikel 8:58 van de Algemene wet bestuursrecht worden buiten beschouwing gelaten. Appellant krijgt geen vergoeding voor proceskosten en het betaalde griffierecht wordt niet terugbetaald.

Vragen over deze uitspraak

Waarom wordt de verlaging van de WAO-uitkering in stand gelaten?

De Raad oordeelt dat appellant geen nadere medische stukken heeft ingediend die betrekking hebben op zijn gezondheidssituatie op de datum in geding. De verzekeringsartsen hebben beperkingen vastgesteld in de rubrieken dynamische handelingen en statische houdingen, en er is niet gebleken dat de beperkingen zijn onderschat.

Wat is er met de door appellant ingezonden usb-stick en werkbroek gebeurd?

De Raad kon zonder nadere toelichting de relevantie van de usb-stick met gespreksverslagen en de werkbroek voor de zaak niet beoordelen. Appellant verscheen ook niet ter zitting om een toelichting te geven.

Geldt er een fictief tweede recht voor de uitval als administratief medewerker?

Nee, de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft het arbeidsongeschiktheidspercentage voor het fictief tweede recht vastgesteld op 0,00%. De eerdere arbeidsdeskundige had al geconcludeerd dat het loonverlies ten aanzien van het fictief tweede recht minder is dan 15%.

Wat telt als peildatum bij de beoordeling van de medische beperkingen?

De Raad toetst de beperkingen op de datum in geding, dat is de datum waarop de verlaging ingaat: 21 februari 2023. Medische stukken die geen betrekking hebben op die datum wegen niet mee.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket