Centrale Raad van Beroep
Uwv mocht na tweede Wajong-aanvraag integraal herbeoordelen of appellante over arbeidsvermogen beschikte
Weigering om terug te komen van het besluit van 23 mei 2023 tot afwijzing van een Wajong-uitkering.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:50Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 14 januari 2026
In het kort
- Appellante vroeg op 14 februari 2023 een Wajong-uitkering aan; het Uwv wees die af omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was.
- Na een tweede aanvraag op 17 september 2023 deed het Uwv een integrale herbeoordeling en concludeerde dat appellante in januari 2023 wél over arbeidsvermogen be
- De Raad oordeelde dat geen rechtsregel zich verzet tegen zo'n integrale beoordeling na een tweede aanvraag.
- Appellante werkte vanaf juni 2024 in reguliere werkzaamheden ongeveer 20 uur per week, wat de conclusie over aanwezig arbeidsvermogen ondersteunt.
- Uit de overgelegde medische gegevens viel niet af te leiden dat appellante niet vier uur per dag belastbaar was of niet ten minste een uur aaneengesloten kon we
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante, geboren op 17 maart 2002, diende op 14 februari 2023 een eerste aanvraag in voor een Wajong-uitkering. Het Uwv wees die aanvraag af: appellante beschikte weliswaar niet over arbeidsvermogen, maar die situatie was niet duurzaam. Appellante maakte geen bezwaar. Op 17 september 2023 diende zij een tweede aanvraag in, waarbij zij wees op een nieuwe diagnose: de ziekte van Crohn. Het Uwv nam die aanvraag aanvankelijk niet in behandeling, maar verklaarde na bezwaar het bezwaar ongegrond na een inhoudelijke herbeoordeling. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat appellante in januari 2023 wél over arbeidsvermogen beschikte, anders dan bij de eerste aanvraag was aangenomen.
Het geschil spitste zich toe op twee vragen. Ten eerste: mocht het Uwv na de tweede aanvraag integraal herbeoordelen of appellante over arbeidsvermogen beschikte, of mocht het Uwv zich uitsluitend buigen over de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen? Ten tweede: beschikte appellante op 17 maart 2020 en op 14 februari 2023 daadwerkelijk over arbeidsvermogen?
De Raad oordeelde dat geen rechtsregel zich verzet tegen een integrale herbeoordeling na een tweede aanvraag. Van een verslechtering van de rechtspositie door het niet laten ingaan van de tienjaarstermijn is geen sprake, omdat het speculatief zou zijn om nu reeds aan te nemen dat het arbeidsvermogen na tien jaar inderdaad duurzaam ontbreekt. Bovendien werkte appellante vanaf juni 2024 in reguliere werkzaamheden ongeveer 20 uur per week, waaruit kan worden afgeleid dat er vanaf dat moment geen sprake meer was van het ontbreken van arbeidsvermogen.
Ten aanzien van de medische beoordeling onderschreef de Raad het oordeel van de rechtbank volledig. Het Uwv had rekening gehouden met alle diagnoses en klachten en daarvoor beperkingen aangenomen. Uit de overgelegde medische gegevens viel echter niet af te leiden dat appellante niet vier uur per dag belastbaar zou zijn of niet ten minste een uur aaneengesloten zou kunnen werken. Een lichamelijk onderzoek had geen toegevoegde waarde, nu een volledig beeld van de medische situatie bestond. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep lichtte toe dat appellante over werknemersvaardigheden beschikt en een taak kan vervullen. Het hoger beroep slaagde niet en de weigering van de Wajong-uitkering bleef in stand.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Raad bevestigde dat de weigering van de Wajong-uitkering in stand blijft: appellante beschikte op 17 maart 2020 en op 14 februari 2023 over arbeidsvermogen en is daarom niet als jonggehandicapte aangemerkt. Wie een tweede Wajong-aanvraag indient, moet er rekening mee houden dat het Uwv niet alleen de duurzaamheid beoordeelt, maar ook opnieuw en integraal mag beoordelen of überhaupt sprake is van het ontbreken van arbeidsvermogen. De Raad oordeelde bovendien dat geen proceskosten of griffierecht worden vergoed, omdat het hoger beroep niet slaagde.
Vragen over deze uitspraak
Mag het Uwv na een tweede Wajong-aanvraag alles opnieuw beoordelen, ook als bij de eerste aanvraag al was vastgesteld dat arbeidsvermogen ontbrak?
Ja, het Uwv is bevoegd om na een tweede aanvraag integraal te beoordelen of recht bestaat op een Wajong-uitkering. De Raad oordeelde dat geen rechtsregel zich tegen zo'n integrale beoordeling verzet.
Verlies je rechten als het Uwv bij een herbeoordeling tot de conclusie komt dat je toch arbeidsvermogen hebt?
Dat staat niet vast. De Raad oordeelde dat het speculatief zou zijn om nu reeds aan te nemen dat het arbeidsvermogen na tien jaar inderdaad duurzaam ontbreekt, en dat daarom niet kan worden gesteld dat appellante door de herbeoordeling in een slechtere positie is geraakt.
Moet de verzekeringsarts altijd een lichamelijk onderzoek doen bij een Wajong-beoordeling?
Nee, niet altijd. De Raad volgde het oordeel dat een lichamelijk onderzoek geen toegevoegde waarde heeft als tijdens het onderzoek al een volledig beeld bestond van de medische situatie van appellante.
Tellen subjectieve klachten die passen bij een ziektebeeld mee bij de beoordeling van de belastbaarheid?
Het Uwv heeft rekening gehouden met alle door appellante en haar behandelaars gestelde diagnoses en benoemde klachten en daarvoor beperkingen aangenomen. Uit de medische gegevens viel echter niet af te leiden dat appellante niet vier uur per dag belastbaar was of niet ten minste een uur aaneengesloten kon werken.
Verwante uitspraken
- Wajong-uitkering geweigerd omdat ontbreken van arbeidsvermogen op 15 augustus 2022 niet duurzaam was18 juni 2026
- Wajong-uitkering terecht verlaagd van 75% naar 70% omdat appellant op 1 januari 2018 arbeidsvermogen had10 december 2025
- Wajong-uitkering terecht geweigerd omdat het ontbreken van arbeidsvermogen op 1 januari 2022 niet duurzaam was22 oktober 2025


