Centrale Raad van Beroep
Uwv hoeft niet terug te komen van WAO-besluit van 28 september 2020 omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd
Weigering om terug te komen van het besluit waarbij de WAO-uitkering is vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% is terecht.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:868Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 1 juli 2026
In het kort
- De WAO-uitkering van appellant is bij besluit van 28 september 2020 per 14 oktober 2020 vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.
- Het Uwv weigerde bij besluit van 26 september 2023 terug te komen van het besluit van 28 september 2020 omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had
- Hart- en psychische klachten, waaronder een hersenbloeding op 4 september 2023, blijven buiten de beoordeling omdat appellant alleen verzekerd is voor beperking
- Het argument over reformatio in peius en het ontbreken van een waarschuwing is een nieuw argument maar geen nieuw feit in de zin van artikel 4:6 Awb, en was bov
- De Centrale Raad van Beroep bevestigt op 1 juli 2026 de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 maart 2025.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant, voormalig timmerman, is sinds 21 april 1997 in het bezit van een WAO-uitkering. Na een tijdelijke verhoging naar 80 tot 100% werd de uitkering bij besluit van 28 september 2020 per 14 oktober 2020 vastgesteld op de klasse 35 tot 45%, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep had gecorrigeerd dat hart- en psychische klachten niet voortvloeien uit dezelfde ziekteoorzaak als de rugklachten waarvoor de arbeidsongeschiktheid destijds is vastgesteld. Appellant heeft voor de vierde maal verzocht om herziening, met het standpunt dat hij vanaf 21 april 1997 recht heeft op een uitkering naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
Het Uwv heeft het herzieningsverzoek bij besluit van 26 september 2023 afgewezen, het bezwaar daartegen bij besluit van 27 februari 2024 ongegrond verklaard, en de rechtbank Den Haag heeft het beroep op 11 maart 2025 ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigt die uitspraak.
De Raad toetst of het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn, en of de weigering evident onredelijk is. De Raad concludeert dat beide vragen ontkennend moeten worden beantwoord. De door appellant overgelegde stukken over hartklachten en beroertes, waaronder een hersenbloeding op 4 september 2023, maken de beoordeling niet anders, omdat die klachten buiten aanmerking moeten blijven: appellant is alleen verzekerd voor beperkingen als gevolg van zijn rugklachten. Stukken die een toename van rugklachten aantonen heeft appellant niet overgelegd.
Het argument dat het Uwv appellant had moeten waarschuwen voor de gevolgen van het maken van bezwaar, en dat daarmee sprake is van strijd met diverse rechtsbeginselen, kwalificeert de Raad als een nieuw argument maar niet als een nieuw feit of omstandigheid in de zin van artikel 4:6 van de Awb. Bovendien is dit in essentie een herhaling van het eerder aangevoerde standpunt over reformatio in peius, waarover de Raad al oordeelde in de uitspraak van 10 mei 2023. De Raad bevestigt dat er geen rechtsbeginsel bestaat dat eraan in de weg staat dat het Uwv een geconstateerde onjuistheid in het kader van de heroverweging corrigeert met ingang van een toekomende datum.
De FML van 25 juni 2020 is in eerdere procedures al toereikend bevonden voor de rugafwijkingen. Appellant ontvangt geen vergoeding voor griffierecht.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De uitkering blijft vastgesteld op de klasse 35 tot 45% met ingang van 14 oktober 2020; het vierde herzieningsverzoek heeft daar niets aan veranderd. Medische stukken over hart- en psychische klachten, ook een hersenbloeding, kunnen de beoordeling niet ten gunste keren omdat de verzekering alleen de rugklachten dekt. Alleen bewijs van een toename van de rugklachten zelf zou als nieuw feit in aanmerking kunnen komen, maar dergelijke stukken zijn niet overgelegd.
Vragen over deze uitspraak
Waarom tellen de hartklachten en de hersenbloeding van appellant niet mee bij de WAO-beoordeling?
Appellant is alleen verzekerd voor beperkingen als gevolg van zijn rugklachten, zodat hart- en psychische klachten bij de beoordeling van de belastbaarheid buiten aanmerking moeten blijven. De Raad heeft dit al eerder vastgesteld in de uitspraak van 22 mei 2015 en opnieuw bevestigd in de uitspraak van 10 mei 2023.
Wanneer is er sprake van een nieuw feit dat aanleiding geeft om een eerder WAO-besluit te herzien?
Nieuw gebleken feiten zijn feiten of omstandigheden die na het eerdere besluit zijn voorgevallen, of die daarvoor al bestonden maar niet eerder konden worden aangevoerd en die tot een ander besluit hadden moeten leiden. Een nieuw argument dat al eerder naar voren had kunnen worden gebracht, telt niet als nieuw feit, tenzij het steunt op nieuwe feiten of omstandigheden.
Mag het Uwv bij een bezwaarprocedure de uitkering lager vaststellen dan vóór het bezwaar?
Ja, er is geen rechtsbeginsel dat eraan in de weg staat dat het Uwv een geconstateerde onjuistheid in het kader van de heroverweging corrigeert met ingang van een toekomende datum. De Raad heeft deze grond al verworpen in de uitspraak van 10 mei 2023 en herhaalt dit oordeel in de uitspraak van 1 juli 2026.
Hoe vaak heeft appellant geprobeerd het Uwv te laten terugkomen van eerdere WAO-besluiten?
Appellant heeft vier herzieningsverzoeken ingediend, in 2007, 2012, 2019 en 2023. Het vierde verzoek, ingediend op 1 september 2023, leidde tot de procedure die de Raad op 1 juli 2026 heeft beoordeeld.
Verwante uitspraken
- Uwv hoeft WAO-uitkering niet te verhogen omdat toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na herziening niet medisch is onderbouwd17 juni 2026
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025
- Herleving WIA-uitkering geweigerd omdat arbeidsongeschiktheid per 9 december 2021 minder dan 35% bedraagt1 oktober 2025


