Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Uwv hoeft niet terug te komen van WAO-besluiten omdat rugklachten niet zijn toegenomen en CVA een andere ziekteoorzaak is

Weigering om terug te komen van het besluit van 22 augustus 2014 en van 22 oktober 2018 tot weigering van wijziging van de WAO-uitkering.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:800Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
10 juni 2026

In het kort

  • Uwv weigert terecht terug te komen van de besluiten van 22 augustus 2014 en 22 oktober 2018 waarbij herziening van de WAO-uitkering werd geweigerd.
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt in zijn rapport van 23 mei 2024 dat uit radiologisch onderzoek slechts lichte degeneratieve afwijkingen blijken en d
  • Het CVA wordt aangemerkt als een andere ziekteoorzaak dan de rugklachten en psychische klachten waarvoor de WAO-uitkering is toegekend; een risicofactor is geen
  • Het achterwege laten van een spreekuurcontact is niet onzorgvuldig omdat de te beoordelen periode meer dan tien jaar eerder ligt.
  • Omdat appellant op het moment van het herseninfarct niet meer werkte en geen WW-uitkering meer ontving, was hij uitsluitend verzekerd op grond van artikel 7b WA

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant ontvangt sinds 1998 een WAO-uitkering, aanvankelijk naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2005 is de uitkering verlaagd naar 15 tot 25%, gebaseerd op een FML van 28 april 2005. In 2012 meldt appellant een verslechtering als gevolg van een herseninfarct (CVA). Uwv weigert herziening omdat appellant niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 39a WAO. Latere verzoeken tot terugkomen van het besluit van 22 augustus 2014 en het besluit van 22 oktober 2018 worden eveneens afgewezen. Na een tussenliggende rechterlijke opdracht laat Uwv in 2024 door een verzekeringsarts bezwaar en beroep opnieuw beoordelen of de brief van revalidatiearts Roux-Otter van 13 juli 2022 aanleiding geeft toegenomen rugbeperkingen aan te nemen.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert dat uit het radiologisch onderzoek slechts lichte degeneratieve afwijkingen blijken zonder relevante pathologie van de wervelkolom, en dat de belastbaarheid van de rug niet is verminderd ten opzichte van 2005. De in de FML van 2005 al vastgelegde aanzienlijke rugbeperkingen zijn daarmee afdoende. De Raad volgt dit oordeel.

Ten aanzien van de CVA oordeelt de Raad dat het hersenletsel voortvloeit uit een andere ziekteoorzaak dan de rugklachten en psychische klachten waarvoor de WAO-uitkering werd toegekend. Het argument van appellant dat psychische klachten via verhoogde bloeddruk het risico op een CVA vergroten, slaagt niet: een risicofactor kan niet op een lijn worden gesteld met een ziekteoorzaak.

Over de zorgvuldigheid van het onderzoek overweegt de Raad dat het achterwege laten van een spreekuurcontact niet onzorgvuldig is, omdat het verzoek betrekking heeft op de medische situatie meer dan tien jaar eerder. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het medisch dossier en de radiologische informatie uit 2018 en 2022 wel betrokken bij zijn beoordeling.

Het beroep op verzekering via het dienstverband als beveiliger (3 maart 2008 tot 20 februari 2010) slaagt evenmin. Op het moment van het herseninfarct in 2012 werkte appellant niet meer en ontving hij ook geen WW-uitkering meer, zodat hij uitsluitend op grond van artikel 7b WAO verzekerd was. Herziening op grond van artikel 37 WAO is dan uitgesloten als de toename kennelijk uit een andere oorzaak voortkomt. De Raad wijst het verzoek om een onafhankelijk deskundige af en bevestigt de aangevallen uitspraak.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

Het Uwv hoeft niet terug te komen van de eerdere weigering om de WAO-uitkering te herzien, omdat de Raad oordeelt dat de rugbeperkingen niet zijn toegenomen ten opzichte van de FML van 28 april 2005 en het CVA als een andere ziekteoorzaak wordt aangemerkt. Dat betekent dat de uitkering gebaseerd blijft op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige te benoemen is door de Raad afgewezen, en appellant ontvangt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.

Vragen over deze uitspraak

Waarom telt een CVA niet mee als toename van dezelfde ziekteoorzaak?

Het hersenletsel vloeit voort uit een andere oorzaak dan de rugklachten en psychische klachten waarvoor de WAO-uitkering al bestond. Dat psychische klachten via verhoogde bloeddruk het risico op een CVA zouden vergroten, is onvoldoende: de Raad stelt dat een risicofactor niet op een lijn kan worden gesteld met een ziekteoorzaak.

Moet een verzekeringsarts de verzekerde altijd oproepen voor een spreekuur?

Nee, niet als de te beoordelen periode ver in het verleden ligt. De Raad oordeelt dat een spreekuurcontact ruim tien jaar na de te beoordelen periode geen toegevoegde waarde heeft en het achterwege laten daarvan niet onzorgvuldig is, mits het medisch dossier en de beschikbare informatie wel zijn beoordeeld.

Wanneer geldt de 104-weken-eis van artikel 37 WAO voor toename van arbeidsongeschiktheid?

Artikel 37 WAO vereist dat de toegenomen arbeidsongeschiktheid onafgebroken 104 weken heeft geduurd voordat de uitkering kan worden herzien. Herziening vindt bovendien niet plaats als de verzekerde uitsluitend op grond van artikel 7b WAO verzekerd was en de toename kennelijk uit een andere oorzaak voortkomt.

Kan eerdere werkervaring als verzekerde helpen bij een later herzieningsverzoek?

Niet als het dienstverband al was geëindigd vóór het intreden van de nieuwe arbeidsongeschiktheid. De Raad stelt vast dat appellant op het moment van het herseninfarct niet meer werkte en ook geen WW-uitkering meer ontving, zodat hij op dat moment uitsluitend op grond van artikel 7b WAO verzekerd was.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket