Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Wajong-uitkering geweigerd omdat appellante in de relevante periode van achttien tot drieëntwintig jaar ondanks forse beperkingen vier uur per dag belastbaar was

Weigering toekenning Wajong-uitkering. Appellante beschikte in de relevantie periode over arbeidsvermogen en is om die reden niet als jonggehandicapte aan te…

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:517Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
4 mei 2026

In het kort

  • Appellante vroeg op 5 juni 2020 een Wajong-uitkering aan wegens klachten na een Q-koorts infectie in 2009; het Uwv weigerde de uitkering.
  • Voor de Wajong is bepalend of appellante op achttienjarige leeftijd (2011) of in de vijf jaar daarna (tot 2016) duurzaam geen arbeidsvermogen had, niet de situa
  • Deskundige prof. dr. Hoepelman concludeerde in zijn rapporten van 25 september 2025 en 10 december 2025 dat appellante in die periode gedurende vier uur per dag
  • Appellante rondde haar VWO af in 2013 en voltooide in 2015 de propedeuse van de PABO; de stages bleken telkens fysiek te inspannend.
  • De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering; appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht in hoger beroep.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante, geboren in 1993, vroeg in 2020 een Wajong-uitkering aan vanwege fysieke klachten na een Q-koorts infectie die zij in 2009 doormaakte. Het Uwv weigerde de uitkering omdat het van oordeel was dat zij arbeidsvermogen had. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond, maar oordeelde op basis van een deskundigenrapport van prof. dr. Hoepelman dat appellante op datum aanvraag geen arbeidsvermogen had. De rechtbank vond het ontbreken van arbeidsvermogen op die datum echter niet duurzaam en liet de onduidelijkheid over de periode rond de achttienjarige leeftijd voor rekening van appellante, omdat zij haar aanvraag te laat had ingediend.

In hoger beroep stelde de Raad vast dat de rechtbank de verkeerde datum als toetssteen had genomen. Voor de Wajong is bepalend of appellante op haar achttiende jaar of in de vijf jaar daarna duurzaam geen arbeidsvermogen had. De Raad stelde nadere vragen aan deskundige prof. dr. Hoepelman over juist die periode. De onduidelijkheid was niet veroorzaakt door de laattijdige aanvraag maar door het rapport van de deskundige zelf, zodat de rechtbank die onduidelijkheid ten onrechte voor rekening en risico van appellante had gelaten.

In zijn aanvullende rapporten van 25 september 2025 en 10 december 2025 concludeerde de deskundige dat appellante in de periode van haar achttiende tot drieëntwintigste jaar gedurende vijf werkdagen achtereen gedurende vier uur per dag belastbaar was. De deskundige betrok daarin dat de vier uur belastbaarheid verdeeld kan worden in bijvoorbeeld tweemaal twee uur met daartussen twee uur recuperatie. De Raad volgde dit standpunt omdat de motivering overtuigend is en de rapporten blijk geven van een zorgvuldig onderzoek.

De deskundige baseerde zijn oordeel mede op het feit dat appellante met haar beperkingen in staat is gebleken haar VWO-opleiding in 2013 af te ronden, waarna zij in 2013-2014 het theoretisch deel van de HBO-studie Verpleegkunde en in 2015 de propedeuse van de PABO afrondde. De stages bleken telkens fysiek te inspannend. De Raad achtte het niet onzorgvuldig dat de deskundige zijn standpunt mede baseerde op anamnestische gegevens van behandelaars uit die tijd, nu het een retrospectieve beoordeling betrof.

Omdat appellante in de relevante periode beschikte over arbeidsvermogen, is zij niet aan te merken als jonggehandicapte. De vraag of een eventueel ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam was, behoefde geen beantwoording meer. Het verzoek van appellante om een andere deskundige in te schakelen werd afgewezen, mede omdat zij prof. dr. Hoepelman zelf had voorgedragen vanwege zijn kennis van Q-koorts.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand omdat de Raad heeft vastgesteld dat appellante in de periode van haar achttiende tot drieëntwintigste jaar beschikte over arbeidsvermogen. Appellante ontvangt in hoger beroep geen vergoeding van proceskosten of griffierecht. Het verzoek om een andere deskundige in te schakelen is afgewezen, mede omdat appellante prof. dr. Hoepelman zelf als deskundige had voorgedragen vanwege zijn actuele en gedegen kennis van Q-koorts en het Q-koorts vermoeidheidssyndroom.

Vragen over deze uitspraak

Waarom kreeg appellante geen Wajong ondanks dat een deskundige zei dat ze geen arbeidsvermogen had?

De deskundige oordeelde aanvankelijk over de situatie op datum aanvraag (2020), maar voor de Wajong telt uitsluitend de periode rond het achttiende jaar (2011 tot 2016). In zijn aanvullende rapporten concludeerde dezelfde deskundige dat appellante in die eerdere periode wel vier uur per dag belastbaar was, zij het met rustpauzes. Daarmee beschikte zij over arbeidsvermogen en kwalificeert zij niet als jonggehandicapte.

Telt een pauze van twee uur mee als je kijkt of iemand vier uur per dag belastbaar is?

Ja, de deskundige en de Raad gaan er in deze zaak van uit dat de vier uur belastbaarheid binnen een 24-uurscyclus verdeeld kan worden in bijvoorbeeld tweemaal twee uur met daartussen twee uur recuperatie. De Raad vond de motivering hiervoor overtuigend en volgde dit standpunt.

Mag de rechtbank onduidelijkheid in een deskundigenrapport voor rekening van de aanvrager laten?

Niet als de onduidelijkheid door het rapport zelf is veroorzaakt. De Raad oordeelde dat de rechtbank de onduidelijkheid ten onrechte voor rekening en risico van appellante had gelaten, omdat die onduidelijkheid niet voortkwam uit de laattijdige aanvraag maar uit het rapport van de deskundige. De Raad heeft de onduidelijkheid in hoger beroep zelf weggenomen met nadere vragen aan de deskundige.

Kan een retrospectieve beoordeling van belastbaarheid gebaseerd worden op gegevens van behandelaars uit die tijd?

Ja, de Raad acht het niet onzorgvuldig dat de deskundige zijn standpunt mede baseert op anamnestische gegevens van behandelaars uit de beoordelingsperiode. Het gaat hier uitdrukkelijk om een retrospectieve beoordeling van de belastbaarheid.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket