Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Wajong-uitkering terecht verlaagd van 75% naar 70% omdat appellant op 1 januari 2018 arbeidsvermogen had

Verlaging Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon. Appellant beschikte op 1 januari 2018 over arbeidsvermogen.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2025:1802Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
10 december 2025

In het kort

  • De Wajong-uitkering van appellant is met ingang van 1 januari 2018 verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon omdat het Uwv arbeidsvermogen heeft vastgesteld
  • Onafhankelijk deskundige Wolff-van der Ven concludeerde op 3 april 2019 dat er geen medische gronden zijn waarom appellant op 1 januari 2018 niet aan de criteri
  • De intelligentie van appellant is vastgesteld op zwakbegaafd niveau, nog boven het niveau dat geldt als licht verstandelijk beperkt, en hij wordt in staat geach
  • Het rapport van psychiater Terpstra van 2 mei 2023 met een mogelijke ASS-diagnose leidt niet tot een ander oordeel, omdat dezelfde bekende belemmeringen al ware
  • Het niet kunnen afronden van stages betekent volgens de Raad niet dat appellant geen taak kan verrichten die aansluit bij zijn belastbaarheid.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Het geschil betreft de vraag of het Uwv terecht de Wajong-uitkering van appellant met ingang van 1 januari 2018 heeft verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon, op grond van de vaststelling dat appellant arbeidsvermogen heeft.

Appellant, geboren in 1995, ontvangt sinds 20 juni 2013 een Wajong-uitkering vanwege een respiratoire aandoening en een lichte verstandelijke beperking. Na de inwerkingtreding van de Wajong 2015 is bij besluit van 3 augustus 2017 vastgesteld dat appellant arbeidsvermogen heeft, wat leidde tot de verlaging per 1 januari 2018. Appellant stelt dat hij 24-uurszorg nodig heeft en dat eerdere pogingen om een opleiding te volgen of stage te lopen zijn mislukt door zijn medische beperkingen.

De rechtbank had een onafhankelijk deskundige, verzekeringsarts M.M. Wolff-van der Ven, ingeschakeld. Deze deskundige concludeerde op 3 april 2019 dat er geen medische gronden zijn waarom appellant op 1 januari 2018 niet zou voldoen aan de criteria voor het hebben van arbeidsvermogen. De intelligentie werd bepaald op zwakbegaafd niveau, nog boven het niveau van licht verstandelijk beperkt, en appellant werd in staat geacht een eenvoudige taak uit te voeren en ten minste vier uur per dag belastbaar te zijn voor ten minste een uur aaneengesloten.

In hoger beroep legde appellant een rapport over van psychiater Terpstra van 2 mei 2023, met een mogelijke ASS-diagnose. De verzekeringsarts bezwaar en beroep reageerde hierop op 1 augustus 2023 en stelde dat de mentale belemmeringen en het verminderd persoonlijk en sociaal functioneren bij alle eerdere beoordelingen uitgebreid aandacht hadden gekregen. De Raad oordeelt dat de ASS-diagnose voor het bepalen van het arbeidsvermogen niet van belang is, omdat daarbij is uitgegaan van dezelfde reeds uitgebreid bekende en meegewogen belemmeringen.

Ten aanzien van de arbeidskundige beoordeling benadrukt de Raad dat het niet kunnen afronden van stages niet betekent dat appellant geen taak kan verrichten die aansluit bij zijn belastbaarheid. Een taak is de kleinste eenheid van een functie en bestaat uit één of meerdere handelingen; het niet kunnen volhouden van een functie staat los van de vraag of een betrokkene een taak kan verrichten.

De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak. De verlaging van de Wajong-uitkering van 75% naar 70% van het minimumloon blijft in stand.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De verlaging van de Wajong-uitkering van 75% naar 70% van het minimumloon per 1 januari 2018 blijft in stand. Het rapport van psychiater Terpstra uit 2023 en de overzichten van medicatie en longartsconsulten uit 2025 hebben de Raad niet overtuigd dat de eerdere medische beoordeling onjuist was, omdat de daarin beschreven belemmeringen al waren meegewogen bij de verzekeringsgeneeskundige beoordelingen. Appellant krijgt geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

Vragen over deze uitspraak

Wanneer heeft iemand geen arbeidsvermogen in de zin van het Schattingsbesluit?

Iemand heeft geen arbeidsvermogen als hij geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie, niet over basale werknemersvaardigheden beschikt, niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een uur, of niet ten minste vier uur per dag belastbaar is. Het gaat om een absolute ondergrens voor functioneren in arbeid, waarbij ook beschut werk is inbegrepen. Is aan één van deze vier voorwaarden voldaan, dan heeft de betrokkene geen arbeidsvermogen.

Weegt een nieuw psychiatrisch rapport mee als het na de peildatum is opgesteld?

Niet als de nieuwe diagnose is gebaseerd op dezelfde reeds bekende en meegewogen belemmeringen. De Raad oordeelt dat de ASS-diagnose van psychiater Terpstra uit 2023 voor het bepalen van het arbeidsvermogen op 1 januari 2018 niet van belang is, omdat bij het stellen van die diagnose is uitgegaan van dezelfde belemmeringen ten aanzien van het persoonlijk en sociaal functioneren die al uitgebreid aandacht hadden gekregen.

Telt het mislukken van stages en re-integratietrajecten mee bij de beoordeling van arbeidsvermogen?

Het mislukken van stages of re-integratietrajecten betekent niet dat iemand geen arbeidsvermogen heeft. Een taak is de kleinste eenheid van een functie en bestaat uit één of meerdere handelingen; het niet kunnen verrichten of volhouden van een functie betekent niet dat een betrokkene geen taak kan verrichten.

Welk gewicht geeft de rechter aan het oordeel van een door hem ingeschakelde deskundige?

Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke door hem ingeschakelde deskundige volgt als de motivering van de deskundige hem overtuigend voorkomt. In deze zaak heeft de rechtbank geen aanleiding gezien van dit uitgangspunt af te wijken, en de Raad heeft dat oordeel bevestigd.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket