Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Uwv hoeft niet terug te komen van geweigerde Wajong-uitkering omdat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangedragen

Het Uwv heeft zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat appellante geen nieuw gebleken feiten of…

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:554Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
7 mei 2026

In het kort

  • Appellante vroeg in 2005 een Wajong-uitkering aan; het Uwv wees die af omdat zij op haar achttiende jaar minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht.
  • De aanvraag van 2023 werd door het Uwv beoordeeld met overeenkomstige toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb.
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep zag geen aanknopingspunten die aannemelijk maken dat het eerste afwijzende Wajong-besluit evident onjuist was.
  • De Raad oordeelt dat appellante geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangedragen die aanleiding geven terug te komen van de eerdere afwijzende
  • Het hoger beroep slaagt niet; de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante, geboren in 1973, vroeg in 2005 voor het eerst een Wajong-uitkering aan. Het Uwv wees die aanvraag af omdat appellante op haar achttiende jaar voor minder dan 25% arbeidsongeschikt werd beschouwd. Een herhaalde aanvraag in 2014 leidde evenmin tot toekenning. In 2023 diende appellante opnieuw een aanvraag in, met medische informatie van GGZ Zuidwest-Drenthe, verslagen uit 2022, een beoordeling van LFB en een CIZ-indicatie. Het Uwv weigerde ook nu terug te komen van de eerdere besluiten. De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep ongegrond op 8 januari 2025, waarna appellante hoger beroep instelde.

Het geschil draait om de vraag of de nieuwe medische informatie als nova kan worden aangemerkt in de zin van artikel 4:6 Awb. Appellante stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was, dat zij al vanaf haar zeventiende jaar ruimschoots arbeidsongeschikt was, en dat het Uwv maatwerk had moeten leveren. Ook beriep zij zich op een uitspraak van de Raad van 4 januari 2017.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De Raad bevestigt dat appellante geen recht heeft op een Wajong-uitkering, omdat zij geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangedragen die aanleiding geven terug te komen van de besluiten uit 2006 en 2014. Dat beperkingen met het vorderen van de leeftijd mogelijk zijn toegenomen, levert geen nova op voor de beoordeling van de situatie op het achttiende jaar. Appellante krijgt geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

Vragen over deze uitspraak

Waarom krijgt appellante geen Wajong-uitkering ondanks haar verstandelijke beperking?

De Raad oordeelt dat appellante geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangedragen die maken dat het Uwv had moeten terugkomen van de eerdere besluiten. In 2006 en 2014 is al vastgesteld dat appellante op haar achttiende jaar voor minder dan 25% arbeidsongeschikt werd beschouwd, en de huidige medische informatie verandert dat belastbaarheidsprofiel niet.

Telt de nieuw genoemde ADHD-diagnose als nieuw feit voor de Wajong-beoordeling?

Nee, de ADHD-diagnose geldt niet als nieuw feit. ADHD werd al vermeld in het medisch rapport van 19 september 2014, en de verzekeringsarts bezwaar en beroep oordeelde dat dit gegeven het belastbaarheidsprofiel niet in een ander daglicht zet.

Moet het Uwv de aanvraag beoordelen op grond van de AAW of de Wajong?

De Raad stelt dat voor de vraag of appellante als jonggehandicapte moet worden aangemerkt, beoordeeld moet worden of zij op haar zeventiende en achttiende jaar voldeed aan de criteria uit de artikelen 5 en 6 van de AAW. Inhoudelijk maakt dit voor de uitkomst niet uit, omdat zowel onder de AAW als de Wajong 1998 is vastgesteld dat appellante in staat is met arbeid meer dan 75% van het maatmaninkomen

Kan de verwijzing naar een eerdere uitspraak van de Raad als nieuw feit gelden?

Nee. De Raad oordeelt dat de enkele verwijzing naar de uitspraak van 4 januari 2017 geen nieuwe feiten of omstandigheden oplevert. Omdat geen sprake is van nova, wordt niet toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket