Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Wajong-uitkering geweigerd omdat het ontbreken van basale werknemersvaardigheden bij appellant niet duurzaam is

Weigering Wajong-uitkering toe te kennen. Terecht geoordeeld dat het ontbreken van arbeidsvermogen van appellante niet duurzaam is en dat appellante daarom…

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2025:1539Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
22 oktober 2025

In het kort

  • Appellant heeft op zijn achttiende verjaardag geen basale werknemersvaardigheden, maar het Uwv concludeert dat dit ontbreken niet duurzaam is en weigert de Wajo
  • Het Uwv hoeft bij een niet-duurzame situatie niet te bewijzen dat appellant ooit arbeidsvermogen zal hebben, maar moet aannemelijk maken dat arbeidsvermogen op
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep noemde dialectische gedragstherapie, schemagerichte therapie en behandeling met psychofarmaca als behandelopties voor appe
  • Appellant heeft ter zitting niet gesteld dat hij de door de verzekeringsarts genoemde behandelingen al eerder heeft geprobeerd.
  • Een ontheffing van arbeidsverplichtingen op grond van de Participatiewet heeft een ander toetsingskader en beoordelingsmoment dan de Wajong-beoordeling.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant, geboren in 2003, vroeg op zijn achttiende verjaardag een Wajong-uitkering aan. Het Uwv stelde vast dat hij op de peildatum geen basale werknemersvaardigheden had, maar concludeerde dat dit ontbreken niet duurzaam was. De uitkering werd geweigerd. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt die uitspraak.

De kern van het geschil lag bij de duurzaamheidsvraag. Appellant voerde aan dat hij behandelingen niet volhoudt en dat de praktijk heeft uitgewezen dat verbetering niet te verwachten is. De Raad stelt voorop dat het Uwv bij het ontbreken van duurzaamheid niet hoeft te onderbouwen dat appellant in de toekomst zeker arbeidsvermogen zal hebben. Het Uwv moet aannemelijk maken dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich zodanig kunnen ontwikkelen dat arbeidsvermogen op termijn niet is uitgesloten.

Het Uwv volgde het stappenplan uit het Compendium Participatiewet. In stap 1 werd vastgesteld dat geen sprake is van een progressief ziektebeeld. In stap 2 oordeelden de artsen dat het ziektebeeld niet stabiel is zonder behandelmogelijkheden en niet zo ernstig dat geen enkele toename van bekwaamheden mag worden verwacht. In stap 3 werd vastgesteld dat basale werknemersvaardigheden ontwikkeld kunnen worden, mede omdat appellant in de periode dat hij werkte bij Praktech aantoonde dat hij afspraken met een werkgever kan nakomen, en omdat zijn zelfstandig wonen in een woongroep vooruitgang liet zien.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep noemde concrete behandelopties, waaronder dialectische gedragstherapie, schemagerichte therapie en behandeling met psychofarmaca, en drie motivatietheorieën waarmee appellant tot behandeling kan worden gemotiveerd. De Raad oordeelt dat appellant niet heeft gesteld en aannemelijk gemaakt dat hij deze specifieke behandelingen al eerder heeft geprobeerd. Dat eerdere behandelingen voortijdig zijn beëindigd, maakt niet dat de genoemde behandelingen op voorhand kansloos zijn.

Voor de arbeidskundige beoordeling geldt dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep concludeerde dat appellant, zodra hij beschikt over basale werknemersvaardigheden, de voorbeeldtaak 'plaatsen van onderdelen op een printplaat' kan uitvoeren. De Raad oordeelt dat de ontheffing van arbeidsverplichtingen op grond van de Participatiewet hieraan niet afdoet, omdat daarbij een ander toetsingskader en een ander beoordelingsmoment gelden.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De Wajong-uitkering blijft geweigerd, omdat de Raad oordeelt dat het ontbreken van basale werknemersvaardigheden niet duurzaam is. De Raad bevestigt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep genoemde behandelingen, waaronder dialectische gedragstherapie en schemagerichte therapie, op voorhand kansloos zijn. Zolang het Uwv aannemelijk kan maken dat arbeidsvermogen op termijn niet uitgesloten is, wordt geen Wajong-uitkering toegekend, ook als iemand op de peildatum feitelijk geen basale werknemersvaardigheden heeft.

Vragen over deze uitspraak

Moet het Uwv bewijzen dat iemand in de toekomst zeker arbeidsvermogen krijgt om duurzaamheid te ontkennen?

Nee, het Uwv hoeft dat niet te bewijzen. Het Uwv moet aannemelijk maken dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich zodanig kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. Dat is een lagere lat dan zekerheid over toekomstig arbeidsvermogen.

Wat betekent het dat iemand eerder behandelingen voortijdig heeft gestopt voor de duurzaamheidsbeoordeling?

Dat eerdere behandelingen voortijdig zijn beëindigd maakt niet dat nieuw genoemde behandelingen op voorhand niet succesvol kunnen zijn. De Raad oordeelt dat appellant aannemelijk moet maken dat hij de specifiek genoemde behandelingen al eerder heeft geprobeerd, wat hier niet het geval was.

Telt een ontheffing van arbeidsverplichtingen in de Participatiewet mee bij de Wajong-beoordeling?

Nee, die ontheffing telt niet mee. Bij een ontheffing op grond van de Participatiewet gelden een ander toetsingskader en een ander beoordelingsmoment dan bij de Wajong-beoordeling.

Welke stappen doorloopt de verzekeringsarts bij de beoordeling of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is?

De verzekeringsarts volgt het stappenplan uit het Compendium Participatiewet. Eerst wordt beoordeeld of sprake is van een progressief ziektebeeld, daarna of het ziektebeeld stabiel is zonder behandelmogelijkheden, en tot slot of de ontwikkeling van basale werknemersvaardigheden is uitgesloten. Als de verzekeringsarts niet zelfstandig kan beslissen, spreken verzekeringsarts en arbeidsdeskundige gezamenlijk uit over de te verwachten ontwikkeling.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket