Centrale Raad van Beroep
Uwv hoeft niet terug te komen van Wajong-weigering uit 2019 omdat geen nieuwe feiten zijn aangedragen en geen toegenomen arbeidsongeschiktheid is aangetoond
Weigering om terug te komen van het besluit van 14 juni 2019 tot weigering aan appellante een Wajong-uitkering toe te kennen. Zorgvuldig medisch onderzoek.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:317Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 12 maart 2026
In het kort
- Het Uwv weigerde op 14 juni 2019 appellante een Wajong-uitkering omdat zij arbeidsvermogen heeft; dit besluit is in rechte onaantastbaar geworden.
- De tweede Wajong-aanvraag van 18 maart 2022 werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn in de zin van artikel 4:6 Awb.
- Het ontwikkelingsperspectief van de Parkschool van 23 november 2018 en het indicatiebesluit van het CIZ van 11 juli 2017 waren al bij de eerste beoordeling in 2
- De gestelde toename van rugklachten door scoliose slaagt niet: appellante erkende ter zitting dat behalve een verwijzing naar het wervelkolomcentrum uit 2015 ge
- De Centrale Raad van Beroep bevestigt op 12 maart 2026 de uitspraak van de rechtbank Limburg van 27 februari 2025.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante, geboren in 2001, diende in 2019 een eerste Wajong-aanvraag in vanwege een verstandelijke beperking, spraak- en gehoorproblemen en slechte motoriek. Het Uwv concludeerde na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek dat zij arbeidsvermogen heeft en weigerde de uitkering bij besluit van 14 juni 2019. Na bezwaar werd dit besluit gehandhaafd en het is in rechte onaantastbaar geworden.
Op 18 maart 2022 deed appellante opnieuw een aanvraag. Het Uwv verrichtte opnieuw een verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek en concludeerde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die aanleiding geven het besluit van 2019 te herzien. De aanvraag werd afgewezen; het bezwaar daartegen werd bij besluit van 8 maart 2023 ongegrond verklaard, mede op basis van een rapport van een verzekeringsarts bezwaar en beroep.
In hoger beroep beoordeelde de Raad drie sporen: terugkomen van het besluit van 2019 voor het verleden (artikel 4:6 Awb), terugkomen voor de toekomst als duuraanspraak, en toegenomen arbeidsongeschiktheid. Op alle drie sporen oordeelt de Raad dat appellante niet slaagt.
Voor het verleden geldt dat de door appellante overgelegde stukken geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. Het ontwikkelingsperspectief van de Parkschool van 23 november 2018 en het indicatiebesluit van het Centrum indicatiestelling zorg van 11 juli 2017 waren al bekend en betrokken bij de eerste beoordeling. Ook is niet gebleken dat het bestreden besluit evident onredelijk is.
Voor de toekomst geldt dat appellante niet heeft aangetoond dat de gezondheidssituatie ten tijde van het besluit van 14 juni 2019 onjuist is ingeschat.
Ten aanzien van de gestelde toename van rugklachten door scoliose oordeelt de Raad dat een medische onderbouwing ontbreekt. Ter zitting erkende appellante dat er behalve een verwijzing naar het wervelkolomcentrum uit 2015 geen nadere medische onderbouwing is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had in het rapport van 21 december 2022 gemotiveerd dat over de rugklachten en een eventuele achteruitgang van de intellectuele vermogens niets bekend is uit de huisartsgegevens.
Het medisch onderzoek werd door de Raad voldoende zorgvuldig geacht: er is een spreekuur op 12 januari 2023 geweest, informatie is bij beide huisartsen opgevraagd en de door appellante zelf overgelegde verklaring van voormalig huisarts Hellemons is betrokken bij de beoordeling.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Wajong-weigering van 14 juni 2019 blijft in stand omdat appellante bij haar aanvraag van 18 maart 2022 geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangedragen die het Uwv niet al kende. Stukken die al bij de eerste aanvraag waren overgelegd, zoals het ontwikkelingsperspectief van de Parkschool en het indicatiebesluit van het CIZ, tellen niet opnieuw als nieuw bewijs. Voor een beroep op toegenomen arbeidsongeschiktheid zijn objectief medische gegevens nodig die de verslechtering in de relevante periode onderbouwen; een enkele verwijzing naar het wervelkolomcentrum volstaat daarvoor niet.
Vragen over deze uitspraak
Wanneer is een stuk dat je meestuurt met een nieuwe Wajong-aanvraag een 'nieuw feit'?
Een stuk is geen nieuw feit als het al bij de eerdere beoordeling bekend was en daarin is betrokken. Het ontwikkelingsperspectief van de Parkschool van 23 november 2018 en het indicatiebesluit van het CIZ van 11 juli 2017 waren al bij de eerste aanvraag in 2019 overgelegd, dus telden niet als nieuwe feiten.
Moet de verzekeringsarts bij een hernieuwde Wajong-aanvraag altijd nadere informatie opvragen bij de huisarts?
Niet als het dossier al voldoende informatie biedt en informatie bij beide huisartsen is opgevraagd. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep informatie had opgevraagd bij zowel huisarts Woudstra als voormalig huisarts Hellemons, en dat van hem niet verlangd hoefde te worden nog nadere informatie in te winnen bij voormalig huisarts Hellemons.
Hoe bewijs je dat rugklachten zijn toegenomen in een Wajong-procedure?
Met objectief medische gegevens die betrekking hebben op de periode in geding. Appellante slaagde hier niet in: zij erkende ter zitting dat er behalve een verwijzing naar het wervelkolomcentrum uit 2015 geen nadere medische onderbouwing voor haar rugklachten was.
Wat betekent het dat een Wajong-besluit 'in rechte onaantastbaar' is geworden?
Het besluit kan alleen worden heropend als er nieuwe feiten of omstandigheden zijn in de zin van artikel 4:6 Awb, als de gezondheidssituatie daarna is verslechterd, of als er aanleiding is voor herziening voor de toekomst als duuraanspraak. Ontbreken die grondslagen, dan blijft het oorspronkelijke besluit in stand.
Verwante uitspraken
- Uwv hoeft WAO-uitkering niet te verhogen omdat toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na herziening niet medisch is onderbouwd17 juni 2026
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025
- Herleving WIA-uitkering geweigerd omdat arbeidsongeschiktheid per 9 december 2021 minder dan 35% bedraagt1 oktober 2025


