Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Centrale Raad van Beroep bevestigt weigering Wajong-uitkering: geen nieuw feit en geen duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen op aanvraagdatum

Weigering om terug te komen van het besluit van 20 mei 2015 tot weigering een Wajong-uitkering toe te kennen. Geen nieuwe feiten of omstandigheden.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:441Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
8 april 2026

In het kort

  • Het Uwv weigerde bij besluit van 20 mei 2015 een Wajong-uitkering, omdat appellante op haar achttiende verjaardag in 2015 beschikte over arbeidsvermogen; daarte
  • De tweede aanvraag van 12 september 2019 werd door het Uwv opgevat als een verzoek om terug te komen van het besluit van 2015 én als een verzoek wegens toegenom
  • Het rapport van psychiater Trompenaars levert geen nieuw feit op: het betreft een andere inschatting van klachten die de verzekeringsarts destijds al had beoord
  • Rechtbankdeskundigen Bouwens en Vervoort concludeerden dat appellante buiten de opnameperioden beschikte over arbeidsvermogen en dat op 12 september 2019 van du
  • Informatie over begeleid wonen en de prognose van de huisarts van 10 december 2025 ziet niet op de relevante data en verandert het oordeel niet.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante, geboren in 1997, vroeg in 2014 een Wajong-uitkering aan wegens hersenletsel dat zij in 2011 had opgelopen bij een aanrijding. Het Uwv wees de aanvraag af bij besluit van 20 mei 2015, omdat appellante op haar achttiende verjaardag beschikte over arbeidsvermogen. In 2019 deed appellante een nieuwe aanvraag. Het Uwv vatte die op als een verzoek om terug te komen van het besluit van 2015 én als een verzoek om toekenning van een Wajong-uitkering wegens toegenomen beperkingen. Het Uwv weigerde beide.

In beroep bracht appellante een multidisciplinair rapport in van psychiater Trompenaars en orthopedagoog Van der Zee, dat concludeerde dat appellante zowel op haar achttiende als op de opnamedatum in 2018 geen benutbare mogelijkheden had. De rechtbank oordeelde dat dit rapport geen nieuw feit opleverde voor de periode rondom het achttiende jaar. Over de aanvraagdatum 12 september 2019 schakelde de rechtbank zelf deskundigen in: psychiater Bouwens en verzekeringsarts Vervoort. Zij onderschreven het standpunt van het Uwv dat appellante, buiten de opnameperioden, beschikte over arbeidsvermogen en dat van duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen geen sprake was.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Het rapport van Trompenaars kwalificeert de Raad niet als een nieuw feit of veranderde omstandigheid: het betreft een andere inschatting van klachten en beperkingen die destijds al door de verzekeringsarts van het Uwv waren gezien en beoordeeld. De Raad volgt de gecombineerde deskundigen Bouwens en Vervoort, wier rapport blijk geeft van zorgvuldig onderzoek en inzichtelijk en consistent is. Deskundige Bouwens handhaafde zijn conclusies ook na kennisneming van de reacties van appellante en van Trompenaars in een aanvullend rapport van 2 oktober 2025.

Informatie over begeleid wonen en de prognose van de huisarts van 10 december 2025 doet aan het oordeel niet af: die gegevens zien niet op de vraag of appellante jonggehandicapte was op haar achttiende jaar of op de datum van de tweede aanvraag. Het hoger beroep slaagt niet en appellante krijgt geen vergoeding voor haar proceskosten en het betaalde griffierecht.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De weigering van het Uwv om een Wajong-uitkering toe te kennen blijft in stand: appellante voldeed noch op haar achttiende jaar noch op de datum van haar tweede aanvraag van 12 september 2019 aan de voorwaarden. Een later rapport van een eigen deskundige dat tot een andere conclusie komt, levert geen nieuw feit op als de onderliggende klachten al bij de eerdere beoordeling bekend waren. Recente verslechtering of een slechte prognose verandert de beoordeling op de relevante peildatums niet.

Vragen over deze uitspraak

Waarom leverde de nieuwe diagnose autisme spectrum stoornis geen reden op om terug te komen van de eerdere afwijzing?

Het klachtencomplex dat bij ASS hoort was al bekend en destijds door de verzekeringsarts betrokken bij de beoordeling. Het enkele feit dat aan dat klachtencomplex naderhand de diagnose ASS is gekoppeld, is geen nieuw feit of omstandigheid op grond waarvan van de eerdere beoordeling moet worden teruggekomen.

Wanneer had appellante wél geen arbeidsvermogen volgens het Uwv en de deskundigen?

Appellante had geen arbeidsvermogen tijdens haar opname in revalidatiekliniek Klimmendaal van 20 februari tot 25 april 2018 en vanaf 14 mei 2019, inclusief de datum van de tweede aanvraag op 12 september 2019. Buiten die perioden beschikte zij wel over arbeidsvermogen, en de situatie was niet duurzaam omdat er nog behandelmogelijkheden waren.

Waarom volgde de Raad het rapport van de door de rechtbank ingeschakelde deskundigen en niet dat van psychiater Trompenaars?

Het gecombineerde rapport van Bouwens en Vervoort geeft blijk van zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent; zij hebben dossierstudie verricht en appellante beiden op een spreekuur gezien. Het rapport van Trompenaars bevat een andere inschatting van dezelfde klachten, wat de Raad niet aanmerkt als een tegenstrijdigheid die het deskundigenoordeel ondergraaft.

Telt recente informatie over begeleid wonen en een slechte prognose mee voor de Wajong-beoordeling op de aanvraagdatum?

Nee. De Raad onderschrijft het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de informatie over begeleid wonen en de prognose van de huisarts van 10 december 2025 geen nieuwe medische gegevens zijn die zien op de vraag of appellante jonggehandicapte was op haar achttiende jaar of op de datum van de tweede aanvraag.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket