Centrale Raad van Beroep
Wajong-uitkering geweigerd omdat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam werd geacht
Weigering Wajong-uitkering toe te kennen. Weigering om terug te komen van het besluit tot weigering Wajong-uitkering toe te kennen.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1506Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 8 oktober 2025
In het kort
- Het Uwv erkende ter zitting dat het arbeidsvermogen van appellante al arbitrair in april 2016 verloren ging, eerder dan de in het bestreden besluit genoemde dat
- Deskundige Roos-Vervoort concludeerde op 17 maart 2025 en 20 juni 2025 dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was omdat behandelmogelijkheden op ps
- De Raad oordeelde dat ook bij een geringe kans op herstel op lange termijn geen duurzaamheid kan worden aangenomen zolang de tienjaarstermijn van artikel 1a:1,
- Appellante kan zich vanaf arbitrair april 2026 tot het Uwv wenden met een beroep op de tienjaarstermijn als het arbeidsvermogen dan nog steeds ontbreekt.
- De redelijke termijn werd met één jaar en zes maanden overschreden; de Staat werd veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 1.500,-.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante, geboren in 1997, vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van toegenomen arbeidsongeschiktheid. Eerdere aanvraag in 2015 was al afgewezen; appellante maakte daartegen geen bezwaar. In 2020 diende zij een nieuwe aanvraag in met diagnoses borderline persoonlijkheidsstoornis, autismespectrumstoornis, PTSS en ME/CVS. Het Uwv erkende dat appellante vanaf een arbitrair gekozen datum geen arbeidsvermogen had, maar achtte het ontbreken daarvan niet duurzaam en weigerde de uitkering opnieuw.
De Raad stelde vast dat het verlies van arbeidsvermogen arbitrair in april 2016 is ingetreden en dat dit op de datum van de aanvraag (16 maart 2020) nog steeds ontbrak. Het geschil spitste zich toe op de vraag of dit ontbreken van arbeidsvermogen in de periode van april 2016 tot het einde van de vijfjaarstermijn (de vijfentwintigste verjaardag in 2022) duurzaam was geworden.
De Raad benoemde verzekeringsarts M. Roos-Vervoort als onafhankelijk deskundige. Deze rapporteerde op 17 maart 2025 en handhaafde haar standpunt na aanvullende vragen op 20 juni 2025. Haar conclusie was dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was, omdat er behandelmogelijkheden bestonden op psychisch en lichamelijk vlak die tot verbetering van het persoonlijk en sociaal functioneren konden leiden. De ziektebeelden zijn niet progressief van aard en appellante was niet uitbehandeld.
De Raad volgde de deskundige. Hij erkende dat het mogelijke resultaat van behandelingen onzeker is en dat verbetering pas na jaren van behandeling denkbaar is, maar oordeelde dat ook bij een geringe kans op herstel op lange termijn geen duurzaamheid kan worden aangenomen zolang de tienjaarstermijn niet is verstreken. De Raad wees erop dat appellante zich vanaf arbitrair april 2026 tot het Uwv kan wenden met een beroep op die tienjaarstermijn als het arbeidsvermogen dan nog steeds ontbreekt.
Ten aanzien van het verzoek om terug te komen van het besluit van 19 augustus 2015 oordeelde de Raad dat appellante geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden had aangedragen. De motivering van het Uwv over het moment van verlies van arbeidsvermogen was gebrekkig, maar de Raad passeerde dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb omdat appellante er niet door was benadeeld. De weigering van de Wajong-uitkering bleef in stand.
De redelijke termijn was overschreden met één jaar en zes maanden, wat leidde tot een schadevergoeding van 1.500 euro, geheel toe te rekenen aan de Staat. Het Uwv werd veroordeeld in proceskosten van 2.721 euro en diende het griffierecht van 136 euro te vergoeden.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Wajong-uitkering van appellante is geweigerd omdat het Uwv en de onafhankelijk deskundige het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam achtten: er waren nog behandelmogelijkheden en verdere verbetering was niet uitgesloten. Appellante kan zich vanaf arbitrair april 2026 tot het Uwv wenden met een beroep op de tienjaarstermijn van artikel 1a:1, derde lid, van de Wajong, als het arbeidsvermogen dan nog steeds ontbreekt. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn ontvangt appellante van de Staat een schadevergoeding van € 1.500,- en vergoedt het Uwv de proceskosten van € 2.721,- en het griffierecht van € 136,-.
Vragen over deze uitspraak
Wanneer is er bij Wajong sprake van duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen?
Duurzaamheid wordt aangenomen als de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet meer kunnen ontwikkelen, dat wil zeggen als een betrokkene geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en herstel is uitgesloten. Het Uwv moet aannemelijk maken dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich in de toekomst op een dusdanige wijze kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan.
Wat betekent de tienjaarstermijn in de Wajong?
De wetgever heeft ervoor gekozen dat als iemand tijdelijk geen arbeidsvermogen heeft, maar duurzaamheid niet vaststaat, pas na een periode van tien jaar wordt aangenomen dat het arbeidsvermogen duurzaam ontbreekt. Zelfs een geringe kans op herstel op lange termijn is daarvoor voldoende om duurzaamheid te verwerpen totdat die tien jaar zijn verstreken.
Kan een nieuwe diagnose als nieuw feit gelden bij een herhaalde Wajong-aanvraag?
Nee, niet als die diagnose een andere diagnostische interpretatie is van al bekende feiten en omstandigheden. De Raad bevestigde dat een dergelijke interpretatie op grond van vaste rechtspraak niet wordt aangemerkt als nieuw gebleken feit in de zin van artikel 4:6 van de Awb.
Wat gebeurt er als het Uwv een motiveringsgebrek in zijn besluit heeft maar de uitkomst toch juist is?
De Raad kan een motiveringsgebrek passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Awb als aannemelijk is dat de betrokkene hierdoor niet is benadeeld. In deze zaak was de motivering over het moment van verlies van arbeidsvermogen pas in hoger beroep toereikend, maar de uitkomst bleef gelijk en het Uwv werd wel veroordeeld in de proceskosten.
Verwante uitspraken
- Wajong-uitkering geweigerd omdat ontbreken van arbeidsvermogen op 15 augustus 2022 niet duurzaam was18 juni 2026
- Wajong-uitkering geweigerd omdat ontbreken van arbeidsvermogen op 16 februari 2023 niet duurzaam was12 maart 2026
- Wajong-uitkering terecht geweigerd omdat het ontbreken van arbeidsvermogen op 1 januari 2022 niet duurzaam was22 oktober 2025


