Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Wajong-uitkering terecht geweigerd omdat appellante ondanks toegenomen beperkingen arbeidsvermogen had op en na haar achttiende verjaardag

Weigering Wajong-uitkering toe te kennen. Terecht geoordeeld dat appellante over arbeidsvermogen beschikt.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:91Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
28 januari 2026

In het kort

  • Appellante vroeg op 16 december 2022 voor de tweede keer een Wajong-uitkering aan; het Uwv weigerde opnieuw omdat zij over arbeidsvermogen beschikt.
  • Het Uwv hield bij de tweede aanvraag rekening met toegenomen beperkingen in mobiliteit, omgevingsfactoren en algemene taken, maar achtte appellante nog steeds v
  • Wisselende belastbaarheid (de ene dag wel, de andere dag niet) leidde niet tot het oordeel dat appellante vanwege ziekte of gebrek niet vier uur per dag belastb
  • Epileptische aanvallen in 2022 zijn niet uit medische gegevens gebleken, zodat niet kon worden vastgesteld dat appellante niet een uur aaneengesloten kon werken
  • De geselecteerde taak 'handmatig afwassen' in een dierenpension werd geschikt geacht; het beroep op de duuraanspraakjurisprudentie slaagde niet omdat het eerste

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante, geboren in 1999, vroeg in december 2022 voor de tweede keer een Wajong-uitkering aan. Zij stelde dat zij op haar achttiende verjaardag in 2017 en in de vijf jaar daarna duurzaam niet over arbeidsvermogen beschikte vanwege lichamelijke klachten (verlamming linker lichaamshelft, epilepsie, oog- en hartklachten) en psychische problematiek. Het Uwv weigerde de uitkering opnieuw. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt die uitspraak.

De Raad beoordeelt het arbeidsvermogen aan de hand van vier criteria uit artikel 1a van het Schattingsbesluit: het kunnen uitvoeren van een taak in een arbeidsorganisatie, het beschikken over basale werknemersvaardigheden, het aaneengesloten kunnen werken gedurende ten minste een uur, en het ten minste vier uur per dag belastbaar zijn. Appellante moet aan ten minste één van deze criteria niet voldoen om geen arbeidsvermogen te hebben.

Ten aanzien van de vier uur per dag belastbaarheid oordeelt de Raad dat het Uwv bij de tweede aanvraag rekening heeft gehouden met toegenomen beperkingen, maar dat uit de medische gegevens niet blijkt dat appellante niet gedurende vier uur per dag activiteiten kan vervullen. De wisselende belastbaarheid leidt niet tot een andere conclusie: dat de uitvoering de ene dag wel en de andere dag niet lukt, betekent niet dat appellante vanwege ziekte of gebrek niet vier uur per dag belastbaar is.

Over de epileptische aanvallen oordeelt de Raad dat weliswaar in 2022 melding is gemaakt van toegenomen epilepsieklachten, maar dat dit niet uit medische gegevens blijkt en dat evenmin uit medische gegevens blijkt hoe vaak of in welke mate appellante last heeft van deze aanvallen. Er kan dan ook niet worden vastgesteld dat zij niet een uur aaneengesloten kon werken in de relevante periode.

De Raad volgt het Uwv ook in de vaststelling dat appellante beschikt over basale werknemersvaardigheden: zij heeft tijdens studie, stages en vrijwilligerswerk aangetoond dat zij opdrachten kan begrijpen, onthouden en uitvoeren. De geselecteerde taak van handmatig afwassen in een dierenpension past binnen de vastgestelde beperkingen. Het beroep op de duuraanspraakjurisprudentie slaagt niet, omdat het eerste weigeringsbesluit van 24 maart 2021 juist was. De stukken uit de hogerberoepsfase werpen geen ander licht op de beoordeling, omdat de meeste niet van een arts afkomstig zijn en de medische stukken betrekking hebben op een periode ver na de periode in geding.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De Wajong-uitkering wordt ook na een tweede aanvraag geweigerd, omdat de Raad oordeelt dat appellante op haar achttiende verjaardag en in de vijf jaar daarna arbeidsvermogen had. Dat de belastbaarheid van dag tot dag wisselt en dat sprake is geweest van epileptische aanvallen, leidt niet tot een ander oordeel zolang dit niet uit medische gegevens blijkt en de frequentie en ernst van de aanvallen niet medisch zijn onderbouwd. Medische stukken die betrekking hebben op een periode ver na de beoordelingsperiode wegen niet mee.

Vragen over deze uitspraak

Waarom leidt wisselende belastbaarheid niet tot een Wajong-uitkering?

Wisselende belastbaarheid betekent volgens de Raad niet automatisch dat iemand vanwege ziekte of gebrek niet vier uur per dag belastbaar is. Dat de uitvoering de ene dag wel en de andere dag niet lukt, is op zichzelf onvoldoende om te concluderen dat niet aan het criterium van vier uur per dag belastbaarheid wordt voldaan.

Wat moet je medisch aantonen als je zegt dat epilepsie het werken onmogelijk maakt?

Uit de uitspraak volgt dat de melding van epileptische aanvallen moet blijken uit medische gegevens, en dat ook de frequentie en ernst van de aanvallen medisch onderbouwd moeten zijn. Alleen een melding zonder medische onderbouwing is onvoldoende om te concluderen dat iemand niet een uur aaneengesloten kan werken.

Kan een beroep op de duuraanspraakjurisprudentie slagen als een eerste Wajong-weigering al terecht was?

Nee. De Raad oordeelt dat de duuraanspraakjurisprudentie er niet toe leidt dat op een terecht weigeringsbesluit moet worden teruggekomen. Omdat het eerste weigeringsbesluit van 24 maart 2021 juist was, is er geen aanleiding daarop terug te komen.

Tellen stukken uit een periode na de beoordelingsperiode mee bij een Wajong-beoordeling?

Nee. De Raad stelt vast dat de medische stukken die in hoger beroep zijn ingebracht voor zover zij van een arts afkomstig zijn, betrekking hebben op een periode die ver na de periode in geding ligt en daardoor geen ander licht werpen op de beoordeling.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket