Centrale Raad van Beroep
Wajong-uitkering terecht geweigerd: appellant beschikte in de beoordelingsperiode over arbeidsvermogen
Weigering Wajong-uitkering toe te kennen. Terecht geoordeeld dat appellant in de te beoordelen periode beschikte over arbeidsvermogen en om die reden niet als…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:89Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 28 januari 2026
In het kort
- De te beoordelen periode liep van appellants achttiende verjaardag in 2010 tot 2015; de aanvraag werd pas in 2022 ingediend, ruim twaalf jaar later.
- Het ontbreken van een fysiek spreekuurcontact was gerechtvaardigd omdat het tijdsverloop groot was en de medische situatie in de beoordelingsperiode moest worde
- De CVS werd door de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet meegewogen omdat deze aandoening pas in 2016 actueel werd en niet aanwijsbaar was in de beoordelings
- Appellant had basale werknemersvaardigheden omdat hij diploma's behaalde en stages doorliep; als uitvoerbare taak noemde de arbeidsdeskundige b&b het inpakken (
- Het hoger beroep slaagt niet, de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant, geboren in 1992, vroeg in 2022 een Wajong-uitkering aan, ruim twaalf jaar na zijn achttiende verjaardag. Het Uwv weigerde de uitkering omdat appellant op zijn achttiende verjaardag en de vijf jaar daarna arbeidsvermogen had. De te beoordelen periode liep van de achttiende verjaardag in 2010 tot 2015. Appellant stelde dat hij vanwege autisme, erfelijke cardiomyopathie, hypercholesterolemie en chronische vermoeidheid (CVS) duurzaam geen arbeidsvermogen had en als jonggehandicapte had moeten worden aangemerkt.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Het grote tijdsverloop tussen de te beoordelen periode en de aanvraag rechtvaardigde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep zonder fysiek spreekuurcontact kon volstaan, omdat beoordeeld moest worden hoe de medische situatie was in de beoordelingsperiode en niet ten tijde van de aanvraag.
Over de CVS oordeelde de Raad dat niet aannemelijk is dat deze aandoening al in de beoordelingsperiode aanwezig was. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat de forse vermoeidheid/CVS pas in 2016 actueel werd, en dat de brieven van de ergotherapeut die betrekking hebben op de huidige situatie niet vertaalbaar zijn naar de situatie op het achttiende jaar. Appellant had vermoeidheid ook niet als oorzaak aangedragen voor het niet volhouden van eerdere werkzaamheden.
Arbeidskundig oordeelde de Raad dat appellant in de beoordelingsperiode basale werknemersvaardigheden had en een taak kon uitvoeren in een arbeidsorganisatie. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep leidde dit af uit het feit dat appellant diverse diploma's had behaald en stages had doorlopen. De ondergrens voor arbeidsvermogen in de Wajong is lager dan de eisen die reguliere arbeid stelt. Dat appellant veel begeleiding nodig had, betekende niet dat hij geen basale werknemersvaardigheden had. Als concrete taak noemde de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep het inpakken (taaknummer 2201 in het takenbestand van het Uwv).
Het verzoek om een onafhankelijk deskundige in te schakelen wees de Raad af omdat er geen twijfel bestond over de juistheid van de medische beoordeling. Het hoger beroep slaagt niet en het verzoek om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente werd afgewezen.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Raad bevestigt dat de Wajong-uitkering terecht is geweigerd omdat appellant in de periode 2010-2015 arbeidsvermogen had. Dat appellant veel begeleiding nodig had en zware beperkingen ervaart, weegt mee, maar is onvoldoende om te concluderen dat hij geen basale werknemersvaardigheden had of geen enkele taak in een arbeidsorganisatie kon uitvoeren. De CVS telt niet mee omdat die aandoening pas na de beoordelingsperiode actueel werd; informatie over de huidige belastbaarheid is niet vertaalbaar naar de situatie op het achttiende jaar.
Vragen over deze uitspraak
Waarom was het niet uitvoeren van een fysiek spreekuurcontact toch zorgvuldig?
Omdat beoordeeld moest worden hoe de medische situatie was in de periode 2010-2015, niet ten tijde van de aanvraag in 2022. Het ruime tijdsverloop maakte dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep kon concluderen dat een spreekuurcontact geen toegevoegde waarde had. Over de periode in geding was wel veel medische informatie beschikbaar.
Waarom telde de CVS niet mee in de beoordeling?
De CVS is pas in 2016 actueel geworden en was niet aantoonbaar aanwezig in de beoordelingsperiode 2010-2015. Appellant had vermoeidheid ook niet als oorzaak aangedragen voor het niet volhouden van eerdere werkzaamheden. De brieven van de ergotherapeut over de huidige situatie waren niet vertaalbaar naar de situatie op het achttiende jaar.
Wat is de ondergrens voor arbeidsvermogen in de Wajong en hoe werd die hier toegepast?
De ondergrens is of iemand in een beschutte werkomgeving kan functioneren, niet of iemand regulier werk aankan. Omdat appellant diploma's behaalde, stages doorliep en de taak inpakken (taaknummer 2201) kon uitvoeren, werd geoordeeld dat hij over arbeidsvermogen beschikte. Dat hij daarbij veel begeleiding nodig had, deed daar niet aan af.
Kan een betrokkene nog een onafhankelijk deskundige laten inschakelen als hij het niet eens is met de verzekeringsarts?
De Raad wees dat verzoek hier af omdat er geen twijfel bestond over de juistheid van de medische beoordeling. Een deskundigenbenoeming is dus niet vanzelfsprekend bij een inhoudelijk geschil over de belastbaarheid.
Verwante uitspraken
- Wajong-uitkering terecht geweigerd omdat appellante ondanks toegenomen beperkingen arbeidsvermogen had op en na haar achttiende verjaardag28 januari 2026
- Wajong-uitkering geweigerd omdat ontbreken van arbeidsvermogen op 15 augustus 2022 niet duurzaam was18 juni 2026
- Wajong-uitkering terecht verlaagd van 75% naar 70% omdat appellant op 1 januari 2018 arbeidsvermogen had10 december 2025


