Centrale Raad van Beroep
Wajong-uitkering terecht geweigerd omdat appellante in de relevante periode rond haar achttiende verjaardag beschikte over arbeidsvermogen
Weigering Wajong-uitkering toe te kennen terecht. Afwijzing verzoek om schadevergoeding.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1282Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 20 augustus 2025
In het kort
- Appellante valt onder artikel 1a:1, eerste lid, onderdeel a, van de Wajong omdat zij al op haar achttiende verjaardag (2010) beperkingen ondervond uit dezelfde
- De relevante periode voor de Wajong-beoordeling is de achttiende verjaardag in 2010 en de vijf jaar daarna; de toegenomen beperkingen vanaf 2017 vallen buiten d
- In de relevante periode beschikte appellante over arbeidsvermogen: zij kon de taak 'sorteren van post' uitvoeren, bezat basale werknemersvaardigheden en was ten
- Het Uwv onderbouwde het bestreden besluit pas in hoger beroep voldoende; het motiveringsgebrek werd gepasseerd maar leidde tot een proceskostenveroordeling van
- De vraag naar duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen bleef onbeantwoord omdat appellante in de relevante periode arbeidsvermogen had.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante, geboren in 1992, heeft ME/CVS en ondervond daardoor al vanaf 2009 beperkingen. Zij studeerde tot 31 augustus 2019 en diende op 22 oktober 2019 een aanvraag in voor een Wajong-uitkering. Het Uwv weigerde de uitkering omdat appellante arbeidsvermogen had. Na bezwaar, beroep bij de rechtbank Limburg en hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep blijft die weigering in stand.
Het centrale oordeel van de Raad betreft de toepasselijke wettelijke doelgroep. De rechtbank had de datum in geding vastgesteld op 31 augustus 2019 (het staken van de studie) en appellante beoordeeld onder artikel 1a:1, eerste lid, onderdeel b, van de Wajong. De Raad oordeelt dat dit onjuist is: omdat appellante al op haar achttiende verjaardag beperkingen ondervond uit dezelfde ziekteoorzaak (ME/CVS), valt zij onder onderdeel a van dat artikel. De relevante periode is daarmee de achttiende verjaardag in 2010 en de vijf jaar daarna. De toename van beperkingen in 2017 valt buiten die termijn en kan geen rol spelen bij de beoordeling.
Inhoudelijk oordeelt de Raad dat het Uwv voldoende heeft onderbouwd dat appellante in de voor de Wajong relevante periode beschikte over arbeidsvermogen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 28 maart 2024 toegelicht dat op de achttiende verjaardag en in de vijf jaar daarna arbeidsvermogen aanwezig was. Dit is ook niet in strijd met het rapport van de door appellante ingeschakelde partij-deskundige Van Amelsfoort, die eveneens concludeerde dat appellante over basale werknemersvaardigheden beschikte en gedurende één uur aaneengesloten een taak kon verrichten. Het onvoorzienbare ziekteverzuim van ongeveer een dag per week staat volgens de verzekeringsarts niet aan arbeidsvermogen in de weg.
De arbeidsdeskundigen hebben kenbaar en navolgbaar gemotiveerd dat appellante de taak 'sorteren van post' kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie. Omdat appellante in de relevante periode arbeidsvermogen had, kon de vraag naar de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen onbesproken blijven. Het verzoek om inschakeling van een onafhankelijke deskundige en het beroep op equality of arms (Korošec) werden afgewezen. Het Uwv had het bestreden besluit pas in hoger beroep voldoende onderbouwd; dit motiveringsgebrek werd gepasseerd op grond van artikel 6:22 van de Awb, maar leidde wel tot een proceskostenveroordeling van in totaal 5.842,67 euro.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De uitkering is definitief geweigerd omdat de Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat appellante in de wettelijk relevante periode rond haar achttiende verjaardag (2010) en de vijf jaar daarna nog arbeidsvermogen had. Omdat appellante al vóór haar achttiende beperkingen had door ME/CVS, telt de situatie bij het staken van de studie in 2019 niet als aanknopingspunt voor de Wajong. Het Uwv is wel veroordeeld in de proceskosten van in totaal € 5.842,67 omdat het het besluit pas in hoger beroep voldoende heeft onderbouwd.
Vragen over deze uitspraak
Waarom werd de Wajong-aanvraag afgewezen als appellante toch beperkingen had?
Appellante had in de voor de Wajong relevante periode, haar achttiende verjaardag in 2010 en de vijf jaar daarna, nog arbeidsvermogen. De beperkingen namen pas daarna, in 2017, zodanig toe dat het arbeidsvermogen wegviel. Die toename valt buiten de relevante periode en telt niet mee voor de Wajong-beoordeling.
Wat is het verschil tussen doelgroep a en doelgroep b van de Wajong en waarom maakt dat hier uit?
Doelgroep a betreft iemand die op zijn achttiende verjaardag al beperkingen had door ziekte; de vijfjaarstermijn begint dan op die verjaardag. Doelgroep b betreft iemand die pas na het achttiende jaar ziek wordt tijdens een studie van ten minste zes maanden. Omdat appellante al op haar achttiende beperkingen had door ME/CVS, valt zij onder doelgroep a en geldt de relevante periode van 2010 tot 2015.
Telt onvoorspelbaar ziekteverzuim van een dag per week mee als reden om geen arbeidsvermogen aan te nemen?
Nee, de verzekeringsarts heeft geconcludeerd dat dit geen excessief ziekteverzuim betreft en dat het in die zin niet aan het aannemen van arbeidsvermogen in de weg hoeft te staan. De Raad volgt dat standpunt.
Kan het Uwv een motiveringsgebrek in een Wajong-besluit in hoger beroep nog herstellen?
Ja, de Raad heeft het gebrek gepasseerd op grond van artikel 6:22 van de Awb omdat aannemelijk was dat partijen er niet door zijn benadeeld. De toepassing van artikel 6:22 leidde wel tot een proceskostenveroordeling van het Uwv van in totaal € 5.842,67.
Verwante uitspraken
- Wajong-uitkering terecht geweigerd omdat appellante ondanks toegenomen beperkingen arbeidsvermogen had op en na haar achttiende verjaardag28 januari 2026
- Wajong-uitkering terecht geweigerd omdat appellant in de periode van zijn achttiende tot zijn 23e jaar over arbeidsvermogen beschikte14 januari 2026
- Wajong-uitkering ingaat op aanvraagdatum en niet met terugwerkende kracht vanaf achttiende verjaardag10 december 2025


