Centrale Raad van Beroep
Uwv hoeft niet terug te komen van Wajong-weigering uit 2000 omdat er geen nieuwe feiten zijn en toegenomen arbeidsongeschiktheid niet is aangetoond
Weigering om terug te komen van het besluit van april 2000 tot weigering om aan appellant een Wajong-uitkering toe te kennen. Herhaalde aanvraag.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:318Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 12 maart 2026
In het kort
- Het Uwv weigerde op 15 september 2023 opnieuw een Wajong-uitkering aan appellant, die al in april 2000 was afgewezen.
- De door appellant ingediende medische stukken zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden; zijn vermoeidheidsklachten waren al in 2000 bij de beoordeling betrokke
- De verzekeringsarts heeft in 2000 beperkingen aangenomen voor fysiek sterk belastende activiteiten en voor piekbelasting, zodat de aandoeningen niet geïsoleerd
- De verslechtering bij appellant heeft pas na 6 mei 2015 plaatsgevonden en valt daarmee buiten de voor de Wajong relevante periode.
- De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 7 april 2025 en wijst het hoger beroep af.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant, geboren in 1979, vroeg in 1997-periode al een Wajong-uitkering aan. Bij besluit van april 2000 weigerde het Uwv die uitkering. Op 26 juli 2023 deed appellant opnieuw een aanvraag, waarbij hij verzocht terug te komen van het besluit van april 2000 voor verleden en toekomst, en een beroep deed op de regeling bij toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na zijn achttiende verjaardag.
Het Uwv wees de aanvraag af bij besluit van 15 september 2023 en handhaafde die weigering bij het bestreden besluit van 31 juli 2024, op basis van rapporten van een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. De rechtbank Oost-Brabant vernietigde het bestreden besluit wegens een verkeerd toegepast wettelijk kader (de beoordeling had op grond van de AAW moeten plaatsvinden), maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het Uwv inhoudelijk juist had beslist.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. Wat betreft het verzoek terug te komen van het besluit van april 2000 oordeelt de Raad dat de door appellant ingediende medische stukken geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn. De vermoeidheidsklachten waren al bij de aanvraag in 2000 benoemd en zijn destijds betrokken bij de beoordeling. De Raad verwerpt ook het verwijt dat de aandoeningen niet in samenhang zijn beoordeeld: de verzekeringsarts heeft in 2000 rekenschap gegeven van alle aandoeningen en heeft beperkingen aangenomen voor fysiek sterk belastende activiteiten en voor piekbelasting. Van evident onredelijkheid is evenmin gebleken.
Ten aanzien van de gestelde toegenomen arbeidsongeschiktheid oordeelt de Raad dat appellant deze niet met medische informatie heeft onderbouwd. De brieven van de oogarts uit 1998 laten geen toename van de oogklachten zien. De overige stukken, waaronder brieven van Ergon en rapporten over de banenafspraak en beschut werk, dateren van ruim na de relevante periode. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft inzichtelijk gemotiveerd dat de verslechtering bij appellant pas na 6 mei 2015 heeft plaatsgevonden en daarmee buiten de voor de Wajong relevante periode valt. Het verzoek om een deskundige te benoemen wijst de Raad af bij gebrek aan twijfel over de medische beoordeling.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Wajong-aanvraag van appellant is definitief afgewezen: de Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het Uwv terecht heeft geweigerd terug te komen van de weigering uit april 2000. Wie een nieuwe Wajong-aanvraag indient na een eerdere afwijzing, moet met concrete medische informatie over de relevante periode aantonen dat er nieuwe feiten zijn of dat de beperkingen zijn toegenomen binnen vijf jaar na de achttiende verjaardag. Stukken die betrekking hebben op een veel latere periode, zoals rapporten over de banenafspraak of beschut werk, zijn daarvoor niet voldoende.
Vragen over deze uitspraak
Wanneer is er sprake van nieuwe feiten die reden geven om terug te komen van een oude Wajong-weigering?
Er is geen sprake van nieuwe feiten als de ingediende medische stukken niet wezenlijk anders zijn dan de informatie die al in de eerdere beoordeling is meegenomen. De Raad oordeelt dat de vermoeidheidsklachten van appellant al bij zijn aanvraag in 2000 zijn benoemd en destijds zijn betrokken bij de beoordeling, waardoor ook deze klachten dus al bekend waren.
Hoe bewijs je dat je beperkingen zijn toegenomen binnen vijf jaar na je achttiende verjaardag voor de Wajong?
Je moet de toename onderbouwen met medische informatie die betrekking heeft op de relevante periode zelf. Stukken die van ruim na die periode dateren, zoals rapporten over de banenafspraak en beschut werk, vormen geen onderbouwing van toegenomen arbeidsongeschiktheid in die periode.
Moet het Uwv bij een Wajong-beoordeling alle aandoeningen in samenhang beoordelen?
Ja, maar de Raad oordeelt hier dat de verzekeringsarts bij de eerste beoordeling in 2000 rekenschap heeft gegeven van alle aandoeningen en de daaruit voortkomende klachten van appellant en daarvoor beperkingen heeft aangenomen. Er is niet gebleken dat de aandoeningen geïsoleerd zijn beoordeeld.
Wanneer benoemt de Raad een deskundige bij twijfel over de medische beoordeling?
De Raad benoemt geen deskundige als twijfel aan de medische beoordeling ontbreekt. In dit geval bestond die twijfel niet, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep inzichtelijk heeft gemotiveerd dat de verslechtering bij appellant pas na 6 mei 2015 heeft plaatsgevonden.
Verwante uitspraken
- Uwv hoeft WAO-uitkering niet te verhogen omdat toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na herziening niet medisch is onderbouwd17 juni 2026
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025
- Herleving WIA-uitkering geweigerd omdat arbeidsongeschiktheid per 9 december 2021 minder dan 35% bedraagt1 oktober 2025


