Centrale Raad van Beroep
Centrale Raad van Beroep bevestigt afwijzing verzoek om terug te komen van Wajong-weigering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Weigering verzoek om terug te komen van het besluit van 10 januari 2014 tot afwijzing om een Wajong-uitkering toe te kennen. Laattijdige aanvraag.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:273Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 11 maart 2026
In het kort
- Appellante vroeg in 2013 een Wajong-uitkering aan; het Uwv wees die af omdat zij na haar achttiende langdurig fulltime had gewerkt en daarmee ten minste 75% van
- De nieuwe aanvraag van 2020 werd behandeld als een verzoek om terug te komen van het besluit van 10 januari 2014 op grond van artikel 4:6, tweede lid, Awb.
- De Raad acht het oriënterend onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende zorgvuldig, gezien de beoordelingsdatum in 1997 en het karakter van
- Dat WAO-stukken uit 2002 niet meer beschikbaar zijn, komt voor risico van appellante: zij deed haar eerste Wajong-aanvraag pas ruim 12 jaar na de WAO-beoordelin
- Het hoger beroep slaagt niet; de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand en het verzoek om deskundige wordt afgewezen.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante, geboren in 1979, had in 2013 voor het eerst een Wajong-uitkering aangevraagd. Het Uwv wees die aanvraag af omdat zij na haar achttiende verjaardag langdurig fulltime had gewerkt en daarmee ten minste 75% van het minimumloon had verdiend. In 2020 diende zij een nieuwe aanvraag in. Het Uwv beschouwde dit als een verzoek om terug te komen van het besluit van 10 januari 2014 en wees ook dit verzoek af. Na een vernietiging door de rechtbank Limburg wegens een zorgvuldigheidsgebrek nam het Uwv op 3 mei 2023 een nieuw besluit op bezwaar, opnieuw afwijzend. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep daartegen ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat sprake was van nieuwe feiten (zwakbegaafdheid vastgesteld in 2011, toegenomen angstklachten) en een verslechtering tussen 1997 en 2002, en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was verricht.
De Centrale Raad van Beroep toetst of het Uwv zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn, dan wel of het besluit evident onredelijk is. Nieuw gebleken feiten zijn feiten die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of die vóór dat besluit zijn voorgevallen maar niet eerder konden worden aangevoerd.
De Raad oordeelt dat van een onzorgvuldig onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet is gebleken. Het oriënterend onderzoek wordt voldoende zorgvuldig geacht, gelet op de beoordelingsdatum in 1997 en het karakter van het verzoek om terug te komen van eerdere besluitvorming. Dat informatie van de WAO-beoordeling uit 2002 niet meer volledig beschikbaar is, komt voor risico van appellante: zij deed pas ruim 12 jaar na die WAO-beoordeling haar eerste Wajong-aanvraag, en het Uwv hanteert een bewaartermijn van tien jaar. Van een verslechtering tussen 1997 en 2002 is niet gebleken.
Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd, de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand, en het verzoek om benoeming van een deskundige wordt afgewezen. Appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Wajong-weigering uit 2014 blijft definitief in stand; de Raad bevestigt de aangevallen uitspraak. Wie pas jaren na een eerdere arbeidsongeschiktheidsbeoordeling een Wajong-aanvraag indient, draagt zelf het risico dat destijds gebruikte medische stukken niet meer beschikbaar zijn, omdat het Uwv een bewaartermijn van tien jaar hanteert. Nieuwe medische diagnoses zoals de in 2011 vastgestelde zwakbegaafdheid of toegenomen angstklachten zijn in deze zaak niet als nova aangemerkt; de Raad heeft dat standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep gevolgd.
Vragen over deze uitspraak
Waarom werd de nieuwe Wajong-aanvraag van 2020 afgewezen?
Het Uwv beschouwde de aanvraag als een verzoek om terug te komen van het eerdere besluit van 10 januari 2014 en stelde dat appellante geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangedragen. De Raad bevestigde dit oordeel omdat van een onzorgvuldig onderzoek niet was gebleken en van een verslechtering tussen 1997 en 2002 evenmin.
Telt de vaststelling van zwakbegaafdheid in 2011 als nieuw feit voor de Wajong-beoordeling?
De Raad volgt dit standpunt niet; de rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat deze grond niet slaagt, en de Raad onderschrijft die overwegingen. De Raad voegt daaraan toe dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn.
Wie draagt het risico als WAO-stukken na jaren niet meer beschikbaar zijn?
Dat risico ligt bij appellante. Zij deed pas ruim 12 jaar na de WAO-beoordeling haar eerste Wajong-aanvraag, terwijl het Uwv een bewaartermijn van tien jaar hanteert.
Kan de rechter alsnog een deskundige benoemen als een verzekerde het medisch onderzoek onzorgvuldig vindt?
De Raad wijst het verzoek om benoeming van een deskundige in deze zaak af. De Raad oordeelde dat van een onzorgvuldig onderzoek niet was gebleken en dat het oriënterend onderzoek voldoende zorgvuldig was.
Verwante uitspraken
- Wajong-uitkering terecht geweigerd omdat appellante ondanks toegenomen beperkingen arbeidsvermogen had op en na haar achttiende verjaardag28 januari 2026
- Uwv hoeft niet terug te komen van Wajong-weigering uit 2000 omdat er geen nieuwe feiten zijn en toegenomen arbeidsongeschiktheid niet is aangetoond12 maart 2026
- Uwv hoeft niet terug te komen van Wajong-weigering uit 2019 omdat geen nieuwe feiten zijn aangedragen en geen toegenomen arbeidsongeschiktheid is aangetoond12 maart 2026


