Centrale Raad van Beroep
Wajong-uitkering terecht geweigerd omdat appellant arbeidsvermogen heeft ondanks autismespectrumstoornis en disharmonisch profiel
Weigering Wajong-uitkering toe te kennen. Laattijdige aanvraag. Terecht geoordeeld dat appellant per de dag dat hij achttien jaar is geworden en in de vijf…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:322Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 18 maart 2026
In het kort
- Appellant vroeg in 2023 een Wajong-uitkering aan wegens een disharmonisch profiel en een lichte autismespectrumstoornis; het Uwv weigerde bij besluit van 3 okto
- Het geschil betrof uitsluitend de criteria van één uur aaneengesloten werken en vier uur per dag belastbaar zijn; de overige twee Wajong-criteria stonden niet t
- Appellant had in de praktijk getoond dat hij een uur aaneengesloten kon werken, bij de werkplaats van zijn oom en bij een zelfstandig ondernemer.
- De ziekmelding in de timmerfabriek woog de Raad niet mee omdat daar, anders dan in de eerdere functies, de beperkingen van appellant niet in acht werden genomen
- Het verzoek om een deskundige te benoemen werd afgewezen omdat de noodzakelijke twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling ontbrak.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant, geboren in 1999, vroeg in 2023 een laattijdige Wajong-uitkering aan vanwege een disharmonisch profiel en een lichte autismespectrumstoornis. Het Uwv weigerde de uitkering omdat appellant over arbeidsvermogen zou beschikken. Na ongegrondverklaring van het bezwaar en van het beroep bij de rechtbank Overijssel stelde appellant hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
Het geschil spitste zich toe op twee van de vier wettelijke criteria voor het ontbreken van arbeidsvermogen: de vraag of appellant niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een uur en niet ten minste vier uur per dag belastbaar is. De andere twee criteria, het kunnen uitvoeren van een taak in een arbeidsorganisatie en het beschikken over basale werknemersvaardigheden, betwistte appellant in hoger beroep niet.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig was. De primaire verzekeringsarts verrichtte dossierstudie, nam kennis van de overgelegde informatie en sprak appellant tijdens een videospreekuur. De verzekeringsarts bezwaar en beroep was aanwezig bij de hoorzitting en onderzocht appellant aansluitend medisch. Op grond van het dagverhaal en de activiteiten van appellant concludeerden de verzekeringsartsen dat hij in staat is vier uur per dag een taak te verrichten, eventueel verdeeld over twee keer twee uur.
Appellant had in de praktijk laten zien dat hij gedurende vier uur aaneengesloten in staat was een taak te verrichten, namelijk bij de werkplaats van zijn oom en daarna bij het bedrijf van een zelfstandig ondernemer. Dat hij zich later ziek moest melden in een timmerfabriek achtte de Raad niet doorslaggevend, omdat in die functie de beperkingen van appellant niet in acht werden genomen, terwijl dat in de eerdere functies wel het geval was. De beroepsgrond dat appellant door ernstige vermoeidheidsklachten niet vier uur per dag belastbaar was, slaagde niet omdat medische onderbouwing daarvoor ontbrak.
De Raad verwierp ook het argument dat de noodzaak van begeleiding aan het aannemen van arbeidsvermogen in de weg staat. Het verzoek om een deskundige te benoemen werd afgewezen omdat de noodzakelijke twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling ontbrak. De vraag of een eventueel ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam zou zijn, behoefde geen bespreking. Het hoger beroep slaagde niet.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Wajong-uitkering blijft geweigerd omdat de Raad heeft geoordeeld dat appellant op zijn achttiende verjaardag en in de vijf jaar daarna over arbeidsvermogen beschikte. Dat appellant begeleiding nodig heeft en dat hij zich in één functie ziek heeft moeten melden, verandert dat oordeel niet. Wie wil betogen dat ernstige vermoeidheidsklachten de belastbaarheid onder de wettelijke drempelwaarden brengen, moet dat met medische stukken onderbouwen.
Vragen over deze uitspraak
Waarom telde de ziekmelding in de timmerfabriek niet mee als bewijs dat appellant geen arbeidsvermogen heeft?
In de timmerfabriek werden de beperkingen van appellant niet in acht genomen, terwijl dat in de eerdere functies wel het geval was. De Raad beschouwde de uitval in die functie daarom niet als bewijs dat appellant structureel niet kan werken.
Is begeleiding nodig op de werkplek een reden om toch een Wajong-uitkering toe te kennen?
Nee, de noodzaak van begeleiding staat niet in de weg aan het aannemen van arbeidsvermogen. De Raad bevestigde uitdrukkelijk dat de verzekeringsartsen gemotiveerd hebben toegelicht dat appellant ook met begeleidingsbehoefte beschikt over arbeidsvermogen.
Wanneer wijst de Raad een verzoek om een deskundige af?
Het verzoek wordt afgewezen als de noodzakelijke twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling van het Uwv ontbreekt. Dat was hier het geval omdat het onderzoek voldoende zorgvuldig werd geacht.
Welke vier criteria bepalen of iemand geen arbeidsvermogen heeft voor de Wajong?
Een betrokkene heeft geen arbeidsvermogen als hij geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie, niet over basale werknemersvaardigheden beschikt, niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een uur, of niet ten minste vier uur per dag belastbaar is. Dit volgt uit artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
Verwante uitspraken
- Wajong-uitkering terecht geweigerd omdat het ontbreken van arbeidsvermogen op 1 januari 2022 niet duurzaam was22 oktober 2025
- Wajong-uitkering terecht geweigerd omdat appellant in de periode van zijn achttiende tot zijn 23e jaar over arbeidsvermogen beschikte14 januari 2026
- Wajong-uitkering geweigerd omdat ontbreken van arbeidsvermogen op 15 augustus 2022 niet duurzaam was18 juni 2026


