Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Centrale Raad van Beroep kent Wajong-uitkering toe omdat het Uwv de niet-duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen onvoldoende heeft gemotiveerd

Weigering Wajong-uitkering toe te kennen. Hoger beroep slaagt. De Raad oordeelt dat nu het Uwv er niet in is geslaagd aannemelijk te maken dat niet is…

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:448Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
15 april 2026

In het kort

  • Niet in geschil was dat appellant op zijn 18e geen arbeidsvermogen had; het geschil draaide uitsluitend om de vraag of dat ontbreken duurzaam was.
  • De Raad oordeelde dat de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep over rijping van het brein te algemeen en onvoldoende toegespitst op de concrete s
  • De verzekeringsarts bezwaar en beroep beantwoordde de vragen van de Raad over de verstandelijke beperking en de voorwaarden voor ontwikkeling niet, ook niet na
  • De Raad kende appellant zelf een Wajong-uitkering toe met ingang van zijn 18e verjaardag in 2023.
  • Het Uwv werd veroordeeld in proceskosten van 3.468 euro en moet het griffierecht van 189 euro vergoeden.

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant, geboren in 2005, vroeg een Wajong-uitkering aan omdat hij op zijn achttiende verjaardag geen arbeidsvermogen had. Het Uwv weigerde de uitkering omdat het ontbreken van arbeidsvermogen volgens het Uwv niet duurzaam was. De rechtbank Midden-Nederland liet dit besluit in stand. De Centrale Raad van Beroep vernietigde de aangevallen uitspraak en kende appellant alsnog een Wajong-uitkering toe met ingang van zijn achttiende verjaardag.

Niet in geschil was dat appellant op zijn achttiende geen arbeidsvermogen had: hij beschikte niet over basale werknemersvaardigheden en kon niet aaneengesloten werken gedurende ten minste een uur. Het geschil draaide uitsluitend om de duurzaamheid van dat ontbreken.

De Raad stelde voorop dat het Uwv aannemelijk moet maken dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen kan ontstaan. De verzekeringsarts bezwaar en beroep baseerde zijn standpunt hoofdzakelijk op de mogelijke rijping en ontwikkeling van het brein bij jongvolwassenen tot ongeveer het 28e levensjaar. De Raad achtte deze motivering te algemeen. Vaste rechtspraak vereist dat de motivering voldoende toegespitst is op de concrete situatie van de betrokkene. De brief van GZ-psycholoog Looij uit 2022 waarop de verzekeringsarts bezwaar en beroep zich beriep, zag op de ontwikkeling tot het zestiende jaar en bevatte onvoldoende concrete aanwijzingen voor het ontwikkelen van participatiemogelijkheden na het achttiende jaar.

Ook de brief van zorgcoördinator Visser van 21 augustus 2024, die de rechtbank als bevestiging had aangemerkt, achtte de Raad onvoldoende: die brief was niet opgesteld door een arts en de bewoordingen over groei en ontwikkeling waren te algemeen.

Daarnaast schoot de motivering tekort voor zover het de verstandelijke beperking van appellant betrof. Het Compendium Participatiewet vermeldt dat bij een matige verstandelijke beperking de groei van mogelijkheden ook na het achttiende jaar beperkt is. De Raad had hierover vragen gesteld aan de verzekeringsarts bezwaar en beroep, maar deze bleven onbeantwoord, ook na een herhaald verzoek. Hetzelfde gold voor vragen over de voorwaarden waaronder de gestelde ontwikkeling zou kunnen plaatsvinden.

Nu het Uwv er niet in slaagde aannemelijk te maken dat niet is uitgesloten dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan, oordeelde de Raad dat het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is. De Raad voorzag zelf in de zaak en kende appellant een Wajong-uitkering toe met ingang van zijn achttiende verjaardag. Het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten van appellant tot een bedrag van 3.468 euro en diende het griffierecht van 189 euro te vergoeden.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De Centrale Raad van Beroep heeft geoordeeld dat appellant recht heeft op een Wajong-uitkering met ingang van zijn 18e verjaardag in 2023, omdat het Uwv niet aannemelijk heeft gemaakt dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is. Het Uwv kan de weigering van een Wajong-uitkering niet alleen baseren op een algemene redenering over hersenontwikkeling; de motivering moet aansluiten op de concrete medische situatie van de betrokkene. Als het Uwv vragen van de Raad over de verstandelijke beperking en de voorwaarden voor ontwikkeling onbeantwoord laat, werkt dat in het nadeel van het Uwv.

Vragen over deze uitspraak

Wanneer is het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam in de zin van de Wajong?

Duurzaamheid wordt aangenomen als de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet meer kunnen ontwikkelen, dat wil zeggen als een betrokkene geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en herstel is uitgesloten. Het Uwv hoeft niet te bewijzen dat iemand in de toekomst arbeidsvermogen zal hebben, maar moet wel aannemelijk maken dat niet is uitgesloten dat op termijn arbeidsvermogen kan ontstaan.

Mag het Uwv de niet-duurzaamheid baseren op de algemene stelling dat het brein van jongvolwassenen zich ontwikkelt tot het 28e levensjaar?

Nee, een algemene motivering over rijping van het brein is niet voldoende. De motivering moet ook voldoende toegespitst zijn op de concrete situatie van de betrokkene. In deze zaak ontbrak een dergelijke op appellant toegesneden motivering.

Welke rol speelt het Compendium Participatiewet bij de beoordeling van duurzaamheid?

Het Compendium bevat een stappenplan dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige samen doorlopen om te beoordelen of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is. Voor een matige verstandelijke beperking vermeldt het Compendium dat de groei van mogelijkheden ook na het 18e jaar beperkt is, wat de Raad als een relevant gegeven beschouwde dat nader gemotiveerd had moeten worden.

Moet het Uwv zelf medische informatie opvragen als een betrokkene dat niet doet?

Nee, de Raad oordeelde dat artikel 3:2 van de Awb geen grondslag biedt voor een actieve begeleidingsplicht van het Uwv op dit punt. Als het voor appellant onduidelijk was welke informatie relevant is, had hij hierover in overleg kunnen treden met het Uwv.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket