Centrale Raad van Beroep
Centrale Raad van Beroep kent Wajong-uitkering toe op grond van tien jaar onafgebroken geen arbeidsvermogen, zonder aparte duurzaamheidseis
Wajong-uitkering. Beoordeling 10-jaarsperiode. Bewijslastverdeling. Laattijdige aanvraag.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:841Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 30 juni 2026
In het kort
- De Raad kent appellant een Wajong-uitkering toe per 17 december 2019 op grond van artikel 1a:1, derde lid, van de Wajong (tien jaar onafgebroken geen arbeidsver
- Bij de beoordeling van de 10-jaarsperiode geldt niet de gewone bewijslastregel voor laattijdige aanvragen: onzekerheid door tijdsverloop komt niet voor risico v
- Werkzame periodes in de 10-jaarsperiode zijn een indicatie, maar het Uwv moet altijd onderzoeken of de betrokkene op basis van zijn feitelijk functioneren volde
- Appellant werkte van mei 2009 tot en met november 2010 als schoonmaker, twee uur per dag; het Uwv kon niet onderbouwen dat hij daarbij over arbeidsvermogen besc
- Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten tot een bedrag van € 5.535,- en vergoedt het griffierecht van in totaal € 188,-.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant, geboren in 1986, diende op 17 december 2019 een Wajong-aanvraag in vanwege psychische klachten, waaronder ernstige hallucinaties vanaf zijn zeventiende jaar. Het Uwv weigerde de uitkering omdat weliswaar vaststond dat appellant op de aanvraagdatum geen arbeidsvermogen had, maar omdat de situatie volgens het Uwv niet duurzaam was. Na een eerdere gegrondverklaring door de rechtbank en een nieuwe beslissing op bezwaar op 17 maart 2023 bleef het Uwv bij zijn weigering. De rechtbank bevestigde dit besluit, onder meer omdat appellant bij een laattijdige aanvraag de bewijslast draagt en hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij tien jaar lang onafgebroken geen arbeidsvermogen had gehad.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad oordeelt dat voor appellant artikel 1a:1, derde lid, van de Wajong van toepassing is: als het arbeidsvermogen tussen het achttiende en 23e jaar verloren is gegaan en vervolgens tien jaar aaneengesloten ontbreekt, wordt duurzaamheid aangenomen. Tussen partijen was niet in geschil dat appellant in de Wajong-relevante periode (2004-2009) zijn arbeidsvermogen had verloren en dat hij op de aanvraagdatum geen arbeidsvermogen had.
De Raad formuleert uitdrukkelijk uitgangspunten voor de bewijslastverdeling bij de beoordeling van de 10-jaarsperiode. De rechtspraak over laattijdige aanvragen, waarbij het bewijsrisico bij de aanvrager ligt, is hier niet onverkort van toepassing. De onzekerheid die ontstaat doordat tien jaar terug gekeken moet worden, vloeit voort uit de wettelijke systematiek zelf en niet uit een laattijdige aanvraag. Die onzekerheid komt daarom niet voor risico van de betrokkene.
Het Uwv moet nagaan of een betrokkene in de 10-jaarsperiode arbeidsvermogen heeft gehad. Werkzame periodes kunnen een indicatie zijn dat het arbeidsvermogen niet onafgebroken ontbrak, maar het Uwv kan dan niet volstaan met de enkele vaststelling dat er gewerkt is. Een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige moeten onderzoeken wat het werk inhield en of de betrokkene op basis van zijn functioneren voldeed aan de criteria voor arbeidsvermogen. Eventuele onduidelijkheid over het functioneren ten gevolge van het terugkijken over tien jaar komt niet voor risico van de betrokkene.
In dit geval had appellant van mei 2009 tot en met november 2010 als schoonmaker gewerkt, twee uur per dag. Het arbeidskundig onderzoek leverde geen duidelijkheid op over zijn feitelijk functioneren. Appellant verklaarde via een verklaring van zijn voormalige stiefvader dat hij de functie nooit naar behoren heeft uitgeoefend en grotendeels in de kantine bleef zitten. De Raad oordeelt dat het Uwv onvoldoende heeft onderbouwd dat appellant in die periode over arbeidsvermogen beschikte. Andere indicaties voor arbeidsvermogen gedurende de 10-jaarsperiode ontbreken. Appellant wordt aangemerkt als jonggehandicapte en heeft recht op een Wajong-uitkering per 17 december 2019.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De Raad bepaalt dat appellant per 17 december 2019 recht heeft op een Wajong-uitkering, ook al kon het verlies van arbeidsvermogen op zijn achttiende of 23e jaar destijds niet meer als duurzaam worden vastgesteld. Bepalend is dat appellant gedurende de 10-jaarsperiode onafgebroken geen arbeidsvermogen heeft gehad en dat het Uwv niet heeft kunnen aantonen dat hij tijdens zijn werkzaamheden als schoonmaker wél over arbeidsvermogen beschikte. Onduidelijkheid over het functioneren van tien jaar geleden komt niet voor rekening van de betrokkene.
Vragen over deze uitspraak
Wanneer geldt de duurzaamheidseis niet meer bij een Wajong-aanvraag?
De duurzaamheidseis geldt niet meer als een betrokkene gedurende een tijdvak van tien jaar volgend op de dag waarop hij jonggehandicapte zou zijn geworden geen arbeidsvermogen had; in dat geval wordt duurzaamheid aangenomen op grond van artikel 1a:1, derde lid, van de Wajong. De Raad oordeelt dat appellant op die grond als jonggehandicapte wordt aangemerkt, ook zonder dat het verlies van arbeidsvermogen op zijn achttiende of 23e jaar op dat
Wie draagt de bewijslast als iemand heeft gewerkt in de periode van tien jaar?
Het Uwv moet onderbouwen dat de betrokkene op basis van zijn functioneren tijdens het werk voldeed aan de criteria voor arbeidsvermogen. Het Uwv kan niet volstaan met de enkele constatering dat er in de 10-jaarsperiode werkzame periodes zijn geweest; een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige moeten het feitelijk functioneren onderzoeken. Eventuele onduidelijkheid door het terugkijken over tien jaar komt niet voor risico van de betrokkene.
Vanaf wanneer heeft appellant recht op de Wajong-uitkering?
Appellant heeft recht op een Wajong-uitkering per 17 december 2019, de datum van zijn aanvraag. De Raad baseert dit op artikel 1a:11, tweede lid, van de Wajong, dat bepaalt dat het recht op uitkering niet eerder ontstaat dan op het moment van de aanvraag.
Telt het enkele feit dat iemand heeft gewerkt als bewijs dat hij arbeidsvermogen had?
Nee, werkzame periodes kunnen als zodanig een indicatie vormen dat niet onafgebroken sprake is geweest van verlies van arbeidsvermogen, maar zijn op zichzelf geen bewijs. Het Uwv moet nader onderzoek verrichten naar wat het werk precies inhield en of de betrokkene op basis van zijn functioneren voldeed aan de criteria voor arbeidsvermogen.
Verwante uitspraken
- Wajong-uitkering geweigerd omdat ontbreken van arbeidsvermogen op 15 augustus 2022 niet duurzaam was18 juni 2026
- Wajong-uitkering terecht verlaagd van 75% naar 70% omdat appellant op 1 januari 2018 arbeidsvermogen had10 december 2025
- Wajong-uitkering terecht geweigerd omdat het ontbreken van arbeidsvermogen op 1 januari 2022 niet duurzaam was22 oktober 2025


