Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

De Raad oordeelt dat het Uwv de vervoersbeperking van appellant onvoldoende heeft gemotiveerd en draagt op een nieuwe FML op te stellen

Tussenuitspraak. Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschiktheid is. Motiveringsgebrek.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:319Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
18 maart 2026

In het kort

  • Het Uwv weigerde appellant per 6 april 2022 een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn.
  • Psychiater dr. H.N. Sno concludeerde dat de verzekeringsartsen de ernst van de agorafobische component hebben onderschat en de angst van appellant irreëel en du
  • Appellant kan volgens deskundige Sno uitsluitend reizen per auto onder begeleiding van familie of een medisch deskundige die hij vertrouwt; taxivervoer volstaat
  • De Raad volgt deskundige Sno boven deskundige verzekeringsarts Vervoort en stelt vast dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek heeft in strijd met artike
  • Het Uwv moet binnen acht weken een nieuwe FML opstellen in lijn met de conclusies van Sno en daarna beoordelen of een nieuwe arbeidskundige beoordeling nodig is

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Het geschil betreft de weigering van het Uwv om appellant per 6 april 2022 een WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Appellant, voormalig operator voor 40 uur per week, had zich op 8 april 2020 ziekgemeld met psychische klachten. Hij stelde meer beperkingen te hebben dan het Uwv aannam, met name op het gebied van vervoer: hij zou uitsluitend met de auto kunnen reizen onder begeleiding van familie of een medisch deskundige die hij vertrouwt.

De Raad benoemde twee onafhankelijke deskundigen. Psychiater dr. H.N. Sno concludeerde dat bij appellant op de datum in geding sprake was van persisterende paniekaanvallen en agorafobische klachten. Hij stelde vast dat de verzekeringsartsen van het Uwv de aard en ernst van de agorafobische component hebben onderschat en onvoldoende inzicht hebben gehad in de implicaties van het irreële karakter van de angst. De angst is niet vatbaar voor rede of logica, waardoor de oplossing dat "iemand anders hem met de auto brengt naar werk" logisch maar praktisch niet haalbaar is: alleen familie of medisch deskundigen die appellant vertrouwt komen in aanmerking voor begeleiding.

Het Uwv nam slechts een deel van de door Sno voorgestelde beperkingen over in een nieuwe FML van 16 januari 2025. Verzekeringsarts drs. M. Vervoort, als tweede deskundige benoemd, kon zich vinden in die FML. Zij achtte geen verdergaande beperking op vervoer aangewezen dan al door de verzekeringsarts was aangenomen.

De Raad volgt echter de conclusies van psychiater Sno. Zijn rapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en een inzichtelijke motivering vanuit zijn expertise als psychiater. Wat deskundige Vervoort en de verzekeringsartsen van het Uwv daartegenover stelden, overtuigt niet. Het standpunt dat het medisch niet noodzakelijk zou zijn dat uitsluitend vertrouwde personen begeleiding mogen bieden, en het argument dat taxivervoer voldoende zou zijn omdat dan ook iemand in de buurt is, kunnen gelet op de motivering van Sno geen stand houden.

De Raad concludeert dat het bestreden besluit lijdt aan een motiveringsgebrek en in strijd is met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Het Uwv wordt opgedragen binnen acht weken een verzekeringsarts bezwaar en beroep een FML te laten opstellen die in overeenstemming is met de conclusies van Sno. Daarna moet worden beoordeeld of een nieuwe arbeidskundige beoordeling nodig is. Het is een tussenuitspraak; over proceskostenvergoeding wordt nog geen oordeel gegeven.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De Raad heeft vastgesteld dat het Uwv de vervoersbeperking van appellant onvoldoende heeft gemotiveerd en draagt het Uwv op een nieuwe FML op te stellen die aansluit bij de conclusies van psychiater Sno. In die FML moet in ieder geval worden vastgelegd dat appellant uitsluitend per auto kan reizen onder begeleiding van familie of een medisch deskundige die hij vertrouwt. Daarna beoordeelt het Uwv opnieuw of de eerder geduide functies nog houdbaar zijn en of appellant recht heeft op een WIA-uitkering. Er is nog geen eindoordeel over dat recht.

Vragen over deze uitspraak

Waarom volgt de Raad de psychiater en niet de verzekeringsarts?

De Raad volgt psychiater Sno omdat hij inzichtelijk en overtuigend heeft gemotiveerd hoe hij vanuit zijn expertise tot zijn conclusies is gekomen, ook in zijn nadere rapport van 23 december 2024. Wat deskundige Vervoort en de verzekeringsartsen van het Uwv daar tegenover stelden, overtuigt de Raad niet.

Waarom is taxivervoer niet voldoende voor deze appellant?

De angst van appellant is irreëel en daarmee niet vatbaar voor rede of logica, waardoor alleen familie of medisch deskundigen die hij vertrouwt hem kunnen begeleiden. Het argument van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat bij taxivervoer ook iemand in de buurt zou zijn om te helpen, kan gelet op de motivering van Sno niet worden gevolgd.

Wat moet het Uwv nu precies doen?

Het Uwv moet binnen acht weken een FML laten opstellen die in overeenstemming is met de conclusies van deskundige psychiater Sno, waarbij in ieder geval moet worden vastgesteld dat appellant slechts in staat is te reizen per auto onder begeleiding van familie of een medisch deskundige die hij vertrouwt. Daarna moet worden beoordeeld of een nieuwe arbeidskundige beoordeling nodig is en of het bestreden besluit kan worden gehandhaafd of moet

Is er al een eindoordeel over de WIA-uitkering?

Nee, dit is een tussenuitspraak. De Raad geeft nog geen eindoordeel en spreekt zich ook nog niet uit over een proceskostenvergoeding.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket