Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Verkoop van woning onder executiedreiging levert geen tekortschietend besef van verantwoordelijkheid op en maatregel wordt herroepen

Opleggen maatregelen. Tekortschietend besef. Verkoopwaarde woning niet te laag. Ingangsdatum ontheffing arbeidsverplichtingen. Geen procesbelang.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:597Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
28 april 2026

In het kort

  • De Centrale Raad van Beroep herroept de maatregel van 100% verlaging van de bijstand gedurende twee maanden, omdat appellant zijn woning terecht voor € 241.000,
  • Het taxatierapport van 13 november 2019 taxeert de verkoopopbrengst bij onderhandse verkoop op € 250.000,- en bij executieveiling op € 235.000,-, maar uitsluite
  • De maatregel van 100% verlaging van de individuele inkomenstoeslag wordt eveneens vernietigd, omdat dezelfde feitelijke grondslag ontbreekt.
  • Het hoger beroep over de ingangsdatum van de ontheffing van artikel 9, eerste lid, van de Participatiewet wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het dagelijks
  • De Staat der Nederlanden wordt veroordeeld tot betaling van € 1.000,- schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in de zaken 23/2599 PW en

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant ontving bijstand en verkocht zijn woning op 11 december 2020 onderhands voor € 241.000,- aan een lokale investeerder, van wie hij de woning vervolgens huurde. Hij deed dit om een dreigende executieverkoop te voorkomen en om niet dakloos te raken tijdens de coronapandemie, terwijl hij een kwetsbare gezondheid had en geen recht had op een urgentieverklaring. Het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek legde een maatregel op: de bijstand werd voor twee maanden met 100% verlaagd wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. Ook de individuele inkomenstoeslag werd met 100% verlaagd op dezelfde grond.

De Raad oordeelt dat het dagelijks bestuur de maatregel ten onrechte heeft opgelegd. Uitgangspunt daarbij is het door appellant zelf ingebrachte taxatierapport van 13 november 2019, waarop ook het dagelijks bestuur zich baseerde. Dat rapport taxeert de vermoedelijke verkoopopbrengst bij onderhandse verkoop op € 250.000,- en bij executieveiling op € 235.000,-, maar dan alleen als de woning leeg en vrij van huur en gebruiksrechten geleverd wordt. Afgezet tegen die bedragen was de opbrengst van € 241.000,- in verhuurde staat niet te laag.

Bovendien kon van appellant onder de gegeven omstandigheden niet worden verlangd dat hij zijn woning leeg zou verkopen, omdat hij daarmee zichzelf dakloos zou hebben gemaakt zonder zicht op andere woonruimte. De Raad overweegt dat de verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan en het complementaire karakter van de bijstand niet zo ver strekken dat een betrokkene zichzelf door verkoop van zijn woning dakloos moet maken om over middelen te beschikken om te voorzien in de overige noodzakelijke kosten van bestaan.

In de derde zaak, over de ingangsdatum van de ontheffing van de arbeidsverplichtingen van artikel 9, eerste lid, van de Participatiewet, verklaart de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Het dagelijks bestuur had in de beroepsprocedure onvoorwaardelijk toegezegd geen maatregel op te leggen over de periode vóór de permanente ontheffing per 21 juni 2021, zodat een inhoudelijk oordeel geen feitelijke betekenis meer heeft.

De Raad kent een schadevergoeding van € 1.000,- toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de eerste twee zaken. De overschrijding bedraagt ruim tien maanden en is volledig toe te rekenen aan de rechterlijke fase, zodat de Staat de vergoeding betaalt.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De maatregel die de bijstand van appellant voor twee maanden met 100% verlaagde, is herroepen: het dagelijks bestuur moet alsnog volledige bijstand betalen over die twee maanden. Ook de volledige verlaging van de individuele inkomenstoeslag is vernietigd, zodat appellant die toeslag alsnog ontvangt vanaf 1 mei 2021. Daarnaast ontvangt appellant € 1.000,- schadevergoeding van de Staat wegens de te lange duur van de procedure.

Vragen over deze uitspraak

Wanneer is de verkoop van een woning onder de marktwaarde een reden voor een maatregel op de bijstand?

Alleen als de betrokkene daadwerkelijk te weinig heeft opgehaald gezien de concrete omstandigheden en daardoor voorzienbaar eerder een beroep op bijstand moest doen. De Raad oordeelt dat appellant niet te weinig ontving, omdat het taxatierapport de opbrengst bij verhuurde staat niet op een hoger bedrag stelt dan de gerealiseerde € 241.000,-. Bovendien kon van hem niet worden verlangd dat hij zichzelf dakloos zou maken.

Mag je als bijstandsgerechtigde je woning verkopen en er daarna in blijven wonen als huurder?

Dat is op zichzelf niet verboden en levert niet automatisch een maatregel op. De Raad stelt vast dat de verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan niet zo ver strekt dat een betrokkene zichzelf door verkoop van zijn woning dakloos moet maken om over middelen te beschikken voor de noodzakelijke kosten van bestaan.

Heeft het nog zin om door te procederen over de ingangsdatum van een ontheffing van arbeidsverplichtingen als het dagelijks bestuur belooft geen maatregel op te leggen?

Nee, de Raad verklaart het hoger beroep in dat geval niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Een inhoudelijk oordeel heeft geen feitelijke betekenis meer als het dagelijks bestuur uitdrukkelijk en zonder voorbehoud heeft toegezegd dat geen maatregel wordt opgelegd over de betreffende periode.

Wie betaalt de schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn als de vertraging in de rechterlijke fase zit?

De Staat der Nederlanden betaalt de vergoeding. De Raad stelt vast dat de behandeling van het bezwaar minder dan een half jaar duurde en de overschrijding van ruim tien maanden dus volledig in de rechterlijke fase ligt, zodat de te betalen schadevergoeding van € 1.000,- voor rekening van de Staat komt.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket