Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Uwv moet nader onderzoek doen naar toegenomen psychische klachten bij herbeoordeling artikel 55 Wet WIA

Tussenuitspraak. Weigering WIA-uitkering toe te kennen op de grond dat geen sprake is van toegenomen beperkingen uit dezelfde ziekteoorzaak binnen vijf jaar na…

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:73Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
14 januari 2026

In het kort

  • Appellant kreeg per 28 augustus 2018 geen WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was; in november 2021 meldde hij toegenomen beperkingen per 1
  • De Raad volgt het Uwv over de fysieke klachten: foraminale stenose cervicaal en CTS zijn nieuwe aandoeningen met een andere ziekteoorzaak dan de verzekerde scho
  • Voor de psychische klachten oordeelt de Raad dat het Uwv onvoldoende heeft gemotiveerd dat buiten twijfel staat dat de toegenomen psychische klachten uit een an
  • Appellant is nooit op spreekuur geweest bij een verzekeringsarts; de Raad acht het onderzoek naar de toegenomen psychische beperkingen daardoor niet zorgvuldig.
  • Het Uwv moet binnen acht weken een nader fysiek onderzoek door een verzekeringsarts laten verrichten en zo nodig ook een arbeidsdeskundige herbeoordeling uitvoe

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant, voormalig metaalbewerker/productiemedewerker, kreeg per 28 augustus 2018 geen WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. In november 2021 meldde hij dat zijn beperkingen per 1 januari 2019 waren toegenomen. Het Uwv weigerde ook dan een WIA-uitkering toe te kennen, omdat de beperkingen volgens het Uwv niet waren toegenomen uit dezelfde ziekteoorzaak in de zin van artikel 55, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet WIA. De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep ongegrond.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt in deze tussenuitspraak dat het bestreden besluit op een gebrekkige motivering berust. Wat de fysieke klachten betreft, volgt de Raad het Uwv wel. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft overtuigend gemotiveerd dat ten tijde van de eindewachttijdbeoordeling enkel schouderproblematiek beiderzijds aan de orde was, en dat de later vastgestelde foraminale stenose cervicaal en het Carpaal Tunnel Syndroom nieuwe aandoeningen zijn die een andere ziekteoorzaak vormen. Appellant betwistte dit niet met nadere medische informatie.

Voor de psychische klachten oordeelt de Raad anders. De verzekeringsartsen hebben niet kenbaar beoordeeld of de psychische beperkingen in de te beoordelen periode zijn toegenomen, terwijl deze vraag voorafgaat aan de vraag of de toename uit dezelfde oorzaak voortvloeit. Appellant is bovendien nooit op spreekuur geweest bij een primaire verzekeringsarts of een verzekeringsarts bezwaar en beroep. Gelet op de aanwezige medische informatie, waaronder brieven van de huisarts, van Revalis en van een GZ-psycholoog, was er aanleiding voor een fysiek onderzoek naar de toegenomen psychische klachten.

Verder acht de Raad het standpunt dat de psychische klachten een andere ziekteoorzaak betreffen onvoldoende gemotiveerd. Uit het rapport van 13 juli 2018 blijkt dat de psychische klachten bij einde wachttijd mede voortvloeiden uit de lichamelijke klachten, en een brief van GZ-psycholoog Vosselman uit 2019 vermeldt al de diagnose depressieve stoornis, eenmalige episode matig, in reactie op lichamelijke klachten en werksituatie. De Raad draagt het Uwv op binnen acht weken na verzending van de tussenuitspraak een nader fysiek onderzoek door een verzekeringsarts te laten verrichten. Als dat leidt tot een gewijzigde medische beoordeling, moet het Uwv ook een nader arbeidsdeskundig onderzoek uitvoeren.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De Raad oordeelt dat het Uwv onvoldoende heeft gemotiveerd dat buiten twijfel is dat de toegenomen psychische klachten uit een andere oorzaak voortkomen dan de psychische klachten die in 2018 zijn vastgesteld. Het Uwv moet een nader fysiek onderzoek door een verzekeringsarts laten uitvoeren naar de vraag of de psychische beperkingen zijn toegenomen in de periode van 1 januari 2019 tot 6 november 2022. Als dat onderzoek leidt tot een gewijzigde medische beoordeling, moet het Uwv ook een arbeidsdeskundige herbeoordeling verrichten en bezien welke gevolgen dat heeft voor de aanspraken op een WIA-uitkering.

Vragen over deze uitspraak

Wanneer staat buiten twijfel dat toegenomen arbeidsongeschiktheid uit een andere ziekteoorzaak komt?

De bewijslast rust in beginsel op het Uwv: het Uwv moet aantonen dat de toegenomen beperkingen niet voortkomen uit dezelfde ziekteoorzaak. Pas als dat buiten twijfel staat, is artikel 55 van de Wet WIA niet van toepassing.

Moet een verzekeringsarts iemand altijd zelf zien als er psychische klachten in het geding zijn?

De Raad oordeelt in deze zaak dat er aanleiding bestond voor een fysiek onderzoek naar de toegenomen psychische beperkingen, gelet op de door appellant ingebrachte medische informatie van onder meer de huisarts en de brief van Revalis van 9 juni 2021. Dat appellant noch bij de primaire verzekeringsarts noch bij de verzekeringsarts bezwaar en beroep op spreekuur is geweest, maakt het onderzoek onzorgvuldig.

Welke periode moet het Uwv beoordelen bij een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid?

Het beoordelingstijdvak strekt zich uit over de periode van de gestelde toename van de beperkingen tot de datum waarop de verzekerde zich tot het Uwv heeft gewend. In deze zaak loopt dat van 1 januari 2019 tot het onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep op 6 november 2022.

In welke volgorde moet worden beoordeeld of toegenomen beperkingen onder artikel 55 Wet WIA vallen?

Eerst moet worden vastgesteld of de beperkingen in de te beoordelen periode zijn toegenomen ten opzichte van de situatie per 28 augustus 2018. Pas als dat het geval is, komt de vraag aan de orde of de toegenomen beperkingen voortvloeien uit dezelfde of een andere ziekteoorzaak.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket