Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Uwv komt tegemoet na tussenuitspraken over ME/CVS; redelijke termijn overschreden met bijna drie jaar en schadevergoeding toegekend

Proceskostenveroordeling. Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellante.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2026:579Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
13 mei 2026

In het kort

  • Het Uwv nam op 15 januari 2026 een gewijzigde beslissing op bezwaar naar aanleiding van de tussenuitspraken van 17 juli 2025 over de belastbaarheid bij ME/CVS.
  • De procedure duurde van 12 april 2019 tot 15 januari 2026: zes jaar en ruim negen maanden, waarmee de redelijke termijn van vier jaar met ruim twee jaar en nege
  • De totale schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn bedraagt € 3.000,-: € 88,24 voor het Uwv en € 2.911,76 voor de Staat.
  • Het Uwv wordt veroordeeld in proceskosten van in totaal € 5.689,33, inclusief € 2.653,83 voor rapporten van Cardiozorg en het aandeel in de termijnvergoedingsko
  • De Raad paste de verdelingsmethode toe uit het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016 (ECLI:NL:HR:2016:252).

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een WIA-beslissing van het Uwv. Naar aanleiding van tussenuitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 17 juli 2025 over de vaststelling van de belastbaarheid van werknemers met ME/CVS vroeg de Raad het Uwv of die uitspraken aanleiding gaven tot een ander standpunt. Het Uwv nam vervolgens op 15 januari 2026 een gewijzigde beslissing op bezwaar en kwam daarmee tegemoet aan de bezwaren van appellante. Appellante trok daarop het hoger beroep in en verzocht om proceskostenveroordeling en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De Raad begrootte de proceskosten voor beroep en hoger beroep op in totaal € 2.802,- voor rechtsbijstand, vermeerderd met € 2.653,83 voor de door appellante ingediende rapporten van Cardiozorg. Ook het griffierecht wordt door het Uwv vergoed. Het totale bedrag aan proceskosten dat het Uwv moet betalen komt uit op € 5.689,33.

Voor de redelijke termijn stelde de Raad vast dat de procedure liep van de ontvangst van het bezwaarschrift op 12 april 2019 tot de bekendmaking van het tegemoetkomende besluit op 15 januari 2026: zes jaar en ruim negen maanden. De toegestane termijn voor drie instanties bedraagt in beginsel vier jaar, zodat de overschrijding twee jaar en ruim negen maanden bedraagt. Dit levert een schadevergoeding op van € 3.000,-.

De overschrijding werd verdeeld tussen het Uwv en de Staat. De bezwaarfase duurde bijna zeven maanden en de rechterlijke fase zes jaar en bijna twee maanden, zodat beide fasen de norm overschreden. Op grond van de methode uit het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016 betaalt het Uwv 1/34e deel (€ 88,24) en de Staat 33/34e deel (€ 2.911,76). De proceskosten voor het verzoek om schadevergoeding worden begroot op € 467,-, door Uwv en Staat elk voor de helft te dragen.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

Het Uwv heeft zijn beslissing herzien nadat de Raad wees op tussenuitspraken over de belastbaarheid bij ME/CVS; de uitspraak zegt niet wat er inhoudelijk is gewijzigd in de beoordeling. Omdat de procedure vanaf het bezwaarschrift van 12 april 2019 tot het nieuwe besluit van 15 januari 2026 zes jaar en ruim negen maanden heeft geduurd, ontvangt appellante € 3.000,- schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Daarnaast vergoedt het Uwv de proceskosten voor beroep en hoger beroep, inclusief de kosten van de rapporten van Cardiozorg, en het betaalde griffierecht.

Vragen over deze uitspraak

Waarom heeft het Uwv de beslissing op bezwaar gewijzigd?

Het Uwv is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellante nadat de Raad had gevraagd of de tussenuitspraken van 17 juli 2025 over de vaststelling van de belastbaarheid bij ME/CVS aanleiding gaven tot een ander standpunt. De Raad zelf doet geen inhoudelijke uitspraak over de belastbaarheid of de FML.

Hoe hoog is de schadevergoeding voor de overschrijding van de redelijke termijn en wie betaalt wat?

De totale vergoeding is € 3.000,-. Het Uwv betaalt € 88,24 (1/34e deel) en de Staat betaalt € 2.911,76 (33/34e deel), verdeeld naar rato van de duur van de bestuurlijke fase ten opzichte van de rechterlijke fase.

Komen de kosten van externe medische rapporten ook voor vergoeding in aanmerking?

Ja, de kosten van de door appellante ingediende rapporten van Cardiozorg, tot een bedrag van € 2.653,83 inclusief omzetbelasting, komen voor vergoeding in aanmerking.

Wat is de norm voor de redelijke termijn in een WIA-zaak die drie instanties doorloopt?

De redelijke termijn bedraagt in beginsel vier jaar voor drie instanties samen: maximaal een half jaar voor bezwaar, anderhalf jaar voor beroep en twee jaar voor hoger beroep, met een maximum van drie en een half jaar voor de rechterlijke fase als geheel.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket