Naar inhoud
Jurisprudentie

Centrale Raad van Beroep

Vervallen urenbeperking bij pijnsyndroom leidt niet tot WIA-recht als arts voldoende motiveert waarom urenbeperking niet aangewezen is

Weigering WIA-uitkering toe te kennen omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Voldoende medische en arbeidskundige onderbouwing.

ECLI-nummer
ECLI:NL:CRVB:2025:1533Lees de uitspraak
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
8 oktober 2025

In het kort

  • Het Uwv weigerde appellant per 20 juli 2022 een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
  • De urenbeperking tot 30 uur per week uit de eerste FML van 18 juli 2022 verviel in de gewijzigde FML van 22 november 2022 na bezwaar.
  • Appellant berekende dat bij handhaving van de urenbeperking zijn arbeidsongeschiktheid op 40,69% zou uitkomen.
  • De Raad aanvaardt dat pijnsyndromen in het algemeen aanleiding kunnen geven voor een urenbeperking, maar oordeelt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep vold
  • De EZWb-vaststelling uit 2021 dat appellant geen benutbare mogelijkheden had, woog de Raad niet mee omdat de WIA-beoordeling een nieuwe beoordeling op een ander

Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?

Appellant was werkzaam als portier/beveiliger en ICT-medewerker voor gemiddeld 50,49 uur per week. Na een auto-ongeval op 14 juli 2020 meldde hij zich ziek met lichamelijke en later ook psychische klachten. Bij de WIA-beoordeling stelde het Uwv dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een uitkering per 20 juli 2022. Appellant bestreed dit, met als kernpunt dat de urenbeperking tot 30 uur per week die in de eerste FML van 18 juli 2022 was opgenomen, in bezwaar ten onrechte was komen te vervallen.

Appellant berekende dat bij handhaving van die urenbeperking de arbeidsongeschiktheid op 40,69% zou uitkomen, waarmee hij wel in aanmerking zou komen voor een WIA-uitkering. Hij wees daarnaast op de Eerstejaarsziektewetbeoordeling (EZWb) uit 2021, waarbij was vastgesteld dat hij geen benutbare mogelijkheden had, als onderbouwing dat zijn beperkingen bij de WIA-beoordeling waren onderschat.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is verricht. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft appellant op een spreekuur fysiek en psychisch onderzocht, aanvullende informatie bij de huisarts opgevraagd en deze informatie kenbaar betrokken bij de heroverweging. De klachten zijn geduid als een Whiplash Associated Disorder graad I/II, waarbij geen gevaar voor beschadiging bij belasting bestaat.

Ten aanzien van de urenbeperking erkent de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat pijnsyndromen in het algemeen aanleiding kunnen geven voor een urenbeperking op basis van de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid. Hij motiveert echter waarom dat bij appellant niet het geval is: geen tekenen van vermoeidheid of pijn tijdens het spreekuur, geen afwijkingen in medische informatie die ernstige pijn aannemelijk maken, en een advies van behandelaren om meer te bewegen zonder voorschrift om overdag te rusten. De Raad volgt deze motivering en wijst het verzoek om een deskundige te benoemen af bij gebrek aan de daarvoor benodigde twijfel aan de juistheid van de medische beoordeling.

De uitkomst van de EZWb leidt niet tot een ander oordeel, omdat het bij de WIA-beoordeling gaat om een nieuwe beoordeling op een andere datum, en de EZWb uitsluitend op basis van een telefonisch spreekuur tot stand was gekomen. Het hoger beroep slaagt niet.

Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?

De weigering van de WIA-uitkering per 20 juli 2022 blijft in stand, omdat de Raad de medische en arbeidskundige beoordeling van het Uwv onderschrijft. Het centrale argument dat de urenbeperking tot 30 uur per week ten onrechte is vervallen, is door de Raad verworpen omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende heeft gemotiveerd waarom die urenbeperking bij appellant niet aangewezen is. Dat bij de EZWb in 2021 geen benutbare mogelijkheden waren vastgesteld, verandert niets aan de uitkomst, omdat de WIA-beoordeling een zelfstandige beoordeling op een andere datum betreft.

Vragen over deze uitspraak

Mag een verzekeringsarts bezwaar en beroep een urenbeperking laten vervallen ten opzichte van de eerste FML?

Ja, dat mag, mits hij inzichtelijk en deugdelijk motiveert waarom hiertoe wordt overgegaan. De Raad bevestigt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep aan die motiveringsplicht heeft voldaan door te wijzen op het ontbreken van tekenen van vermoeidheid of pijn tijdens het spreekuur, het ontbreken van afwijkingen in specialistenbrieven en het advies van behandelaren om meer te bewegen.

Telt de uitkomst van de Eerstejaarsziektewetbeoordeling mee bij de WIA-beoordeling?

Niet zonder meer. De Raad oordeelt dat de WIA-beoordeling een herbeoordeling betreft waarbij de medische situatie opnieuw en op een nieuwe datum wordt onderzocht. Bovendien was de EZWb uitsluitend gebaseerd op een telefonisch spreekuur, zonder volledige beoordeling van de mogelijkheden voor gangbare arbeid.

Wanneer wijst de Raad een verzoek om een deskundige te benoemen toe?

Alleen als er twijfel bestaat aan de juistheid van de medische beoordeling. Omdat die twijfel hier ontbrak, wees de Raad het verzoek af.

Kan een pijnsyndroom aanleiding zijn voor een urenbeperking op grond van de Standaard Duurbelastbaarheid in Arbeid?

Ja, de Standaard benoemt dat pijn kan leiden tot een dermate groot verlies van energie dat een noodzakelijke urenbeperking aan de orde kan zijn. Of die urenbeperking ook daadwerkelijk geldt, hangt af van de individuele medische situatie en de motivering van de verzekeringsarts.

Verwante uitspraken

Alle jurisprudentieArbeidsdeskundigloket