Centrale Raad van Beroep
Centrale Raad van Beroep vernietigt arbeidsongeschiktheidsbeoordeling van 57,96% omdat appellante op meer dan 30 uur per week belastbaar is geacht
Vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid op 57,96% onterecht. Motiveringsgebrek. Benoeming deskundige. Zorgvuldig onderzoek.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1495Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 8 oktober 2025
In het kort
- De Raad vernietigt de vaststelling van 57,96% arbeidsongeschiktheid per 5 januari 2021 en draagt het Uwv op opnieuw te beslissen.
- Deskundige Roos-Vervoort concludeert dat appellante maximaal 30 uur per week en zes uur per dag belastbaar is, met een rusttijd van twee uur na drie uur aaneeng
- De Raad verwerpt het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat bij een urenbeperking van 30 uur altijd een marge tot 32 uur moet worden gehanteerd
- Het Uwv moet de FML aanpassen en daarna een nieuw arbeidskundig onderzoek uitvoeren naar de gevolgen voor de WIA-aanspraken van appellante.
- Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 8.151,11, inclusief kosten van de door appellante ingeschakelde deskundige van
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Het geschil betrof de vraag of het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 5 januari 2021 terecht heeft vastgesteld op 57,96%. Appellante, voormalig relatiebeheerder/consultant voor 40 uur per week, stelde dat haar cognitieve en vermoeidheidsklachten na intensieve chemotherapie waren onderschat en dat een verdergaande urenbeperking had moeten gelden. De rechtbank Rotterdam had het bestreden besluit in stand gelaten en geoordeeld dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de urenbeperking van 32 uur inzichtelijk had gemotiveerd.
De Raad heeft verzekeringsarts M. Roos-Vervoort als onafhankelijke deskundige benoemd. De deskundige heeft appellante op 29 augustus 2024 onderzocht en geconcludeerd dat er een medische grond is voor het aanscherpen van de energetische beperkingen. Appellante is zes uur per dag en maximaal 30 uur per week belastbaar. De deskundige heeft daarbij toegelicht dat appellante na drie uur aaneengesloten werk twee uur rust moet kunnen nemen en daarna nogmaals drie uur kan werken. Deze conclusie is gebaseerd op het dagverhaal van appellante bij de primaire beoordeling, de hoorzitting in bezwaar en haar huidige belastbaarheid.
De Raad volgt de deskundige. Het rapport wordt beoordeeld als het resultaat van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. De Raad wijst het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep af dat bij een urenbeperking van 30 uur per week een marge tot 32 uur moet worden gehanteerd. De deskundige heeft inzichtelijk gemotiveerd waarom 30 uur per week voor appellante het maximum is. De Raad voegt daar aan toe dat het onjuist is dat bij een dergelijke urenbeperking altijd een zekere marge moet worden gehanteerd.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover daarin de mate van arbeidsongeschiktheid is vastgesteld op 57,96%. Het Uwv moet de FML aanpassen met een urenbeperking van maximaal 30 uur per week en zes uur per dag, inclusief de rusttijdvereiste. Vervolgens moet een nieuw arbeidskundig onderzoek plaatsvinden. De proceskosten worden vastgesteld op 8.151,11 euro ten laste van het Uwv.
Wat betekent deze uitspraak voor de werkgever?
Het Uwv had het bezwaar van de ex-werkgever van appellante gegrond verklaard en de arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 57,96%, maar de Raad vernietigt dit besluit. De ex-werkgever zal na het nieuwe besluit van het Uwv opnieuw worden geconfronteerd met een beoordeling die uitgaat van een zwaardere urenbeperking van maximaal 30 uur per week, wat naar verwachting leidt tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Beroep tegen het nieuwe besluit kan uitsluitend bij de Centrale Raad van Beroep worden ingesteld.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De vaststelling van 57,96% arbeidsongeschiktheid per 5 januari 2021 is vernietigd. De Raad heeft vastgesteld dat appellante meer beperkt is dan het Uwv aannam, namelijk maximaal 30 uur per week en zes uur per dag, met een verplichte rusttijd van twee uur na drie uur aaneengesloten werken. Het Uwv moet opnieuw beslissen, waarbij het nieuwe arbeidskundig onderzoek moet uitwijzen welke gevolgen de zwaardere FML heeft voor de WIA-aanspraken van appellante.
Vragen over deze uitspraak
Hoeveel uur per week mag iemand werken bij deze urenbeperking?
Appellante is maximaal 30 uur per week en zes uur per dag belastbaar. Na drie uur aaneengesloten werk moet zij twee uur rust kunnen nemen, waarna zij nogmaals drie uur kan werken. De deskundige heeft gemotiveerd dat 30 uur per week het maximum is en dat geen marge tot 32 uur mag worden gehanteerd.
Moet het Uwv altijd een marge hanteren boven een vastgestelde urenbeperking?
Nee, de Raad oordeelt uitdrukkelijk dat het onjuist is dat bij een dergelijke urenbeperking altijd een zekere marge moet worden gehanteerd. Het Uwv had in dit geval een marge van 30 naar 32 uur per week willen hanteren, maar de Raad wijst dat af.
Wat moet het Uwv nu doen na deze uitspraak?
Het Uwv moet de FML aanpassen met een urenbeperking van maximaal 30 uur per week en zes uur per dag, inclusief de rusttijdvereiste na drie uur werken. Vervolgens moet door middel van een nieuw arbeidskundig onderzoek worden beoordeeld welke gevolgen dit heeft voor de WIA-aanspraken van appellante.
Worden de kosten van een door de werknemer ingeschakelde eigen deskundige vergoed?
In dit geval wel. De door appellante overgelegde facturen van haar eigen deskundige, totaal € 4.976,61, komen voor vergoeding in aanmerking omdat het Uwv deze kosten niet heeft betwist. Het totaalbedrag aan proceskosten dat het Uwv moet vergoeden is € 8.151,11.
Verwante uitspraken
- Beide WIA-schattingen blijven in stand: appellante is per 24 november 2018 65,71% en per 26 september 2019 68,33% arbeidsongeschikt27 november 2025
- Uwv stelt arbeidsongeschiktheid terecht vast op 57,99% en beëindigt WIA-uitkering terecht per 28 augustus 20233 september 2025
- Uwv hoeft WAO-uitkering niet te verhogen omdat toegenomen arbeidsongeschiktheid binnen vijf jaar na herziening niet medisch is onderbouwd17 juni 2026


