Centrale Raad van Beroep
Uwv hoeft niet terug te komen van beëindiging ZW-uitkering en weigering WIA-uitkering omdat geen nieuw gebleken feiten zijn aangevoerd
Weigering om terug te komen van de besluiten van 25 februari 2019 en 26 februari 2019 tot beëindiging van de ZW-uitkering van appellant en van de weigering aan…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1442Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 1 oktober 2025
In het kort
- De ZW-uitkering van appellant werd beëindigd per 26 maart 2019 en zijn WIA-aanvraag werd afgewezen; deze besluiten staan in rechte vast sinds de uitspraak van d
- Het verzoek van 17 april 2023 om terug te komen van de besluiten van 25 en 26 februari 2019 werd door het Uwv afgewezen bij besluit van 25 mei 2023, gevolgd doo
- De brief van de traumachirurg van 26 juni 2023 bevat geen andere visie dan de brief van 10 januari 2020 en vormt daarmee geen nieuw gebleken feit.
- Het in hoger beroep overgelegde expertiserapport met de diagnose schizofrenie en allergie voor huisstofmijt wordt buiten beschouwing gelaten omdat nieuwe stukke
- De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 8 november 2024 en kent appellant geen proceskostenvergoeding toe.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellant meldde zich op 27 april 2017 ziek als grondwerker en ontving een ZW-uitkering. Het Uwv beëindigde deze uitkering per 26 maart 2019 en wees zijn WIA-aanvraag af wegens het niet voltooien van de wachttijd van 104 weken. Na het doorlopen van rechtsmiddelen stonden deze besluiten per uitspraak van de Raad van 14 september 2022 in rechte vast.
Op 17 april 2023 verzocht appellant het Uwv terug te komen van de besluiten van 25 en 26 februari 2019, onder overlegging van medische stukken. Het Uwv weigerde dit bij besluit van 25 mei 2023. Na ongegrondverklaring van het bezwaar op 28 november 2023 verklaarde de rechtbank Rotterdam op 8 november 2024 het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Raad die uitspraak.
Het Uwv heeft beslist met overeenkomstige toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb. De Raad toetst of het Uwv zich terecht, zorgvuldig voorbereid en deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is van nieuw gebleken feiten. Nieuw gebleken feiten zijn feiten of omstandigheden die ná de eerdere besluiten zijn voorgevallen, of feiten die weliswaar eerder zijn voorgevallen maar die niet vóór die besluiten konden worden aangevoerd.
Ten aanzien van de brief van de traumachirurg van 26 juni 2023 over het gebruik van krukken oordeelt de Raad dat deze geen andere visie bevat dan de brief van 10 januari 2020 en dus geen nieuwe informatie vormt. De psychische klachten, waaronder de brief van het Islamic Health Center uit 2012, waren al bekend bij het Uwv en kunnen daarom geen onderbouwing bieden voor het herzieningsverzoek.
Het in hoger beroep overgelegde expertiserapport, met daarin de diagnose schizofrenie en allergie voor huisstofmijt als nieuwe gronden, laat de Raad buiten beschouwing. Nieuwe stukken ter onderbouwing van eerder ingenomen stellingen kunnen uiterlijk in de bezwaarfase worden ingebracht. Bovendien worden in het expertiserapport andere nieuwe feiten ten grondslag gelegd dan bij het verzoek van 17 april 2023, wat de situatie nog verder van een terugkomen op de eerdere besluiten verwijdert.
De Raad ziet evenmin aanleiding voor het oordeel dat de weigering evident onredelijk is. Het hoger beroep slaagt niet en appellant ontvangt geen vergoeding voor zijn proceskosten of griffierecht.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De weigering van het Uwv om terug te komen van de beëindiging van de ZW-uitkering en de afwijzing van de WIA-aanvraag blijft in stand. Nieuwe medische informatie leidt alleen tot heroverweging als die informatie feiten bevat die dateren van ná de eerdere besluiten, of feiten die eerder niet konden worden aangevoerd; informatie die al bekend was bij het Uwv telt niet mee. Een expertiserapport dat pas in hoger beroep wordt overgelegd, wordt niet meer meegenomen in de beoordeling.
Vragen over deze uitspraak
Wat zijn nieuw gebleken feiten in de zin van artikel 4:6 Awb?
Nieuw gebleken feiten zijn feiten of omstandigheden die ná de eerdere besluiten zijn voorgevallen, dan wel feiten die weliswaar vóór de eerdere besluiten zijn voorgevallen maar die niet vóór dat besluit konden worden aangevoerd. Bewijsstukken van al eerder gestelde feiten zijn ook nieuw als ze niet eerder konden worden overgelegd.
Tot wanneer mag je nieuwe stukken indienen ter onderbouwing van een herzieningsverzoek?
Nieuwe stukken ter onderbouwing van eerder ingenomen stellingen kunnen uiterlijk in de bezwaarfase worden ingebracht. Stukken die pas in hoger beroep worden overgelegd, laat de Raad buiten beschouwing.
Telt een herhaling van medische informatie die eerder al bekend was bij het Uwv als nieuw gebleken feit?
Nee. Stukken die al in het bezit waren van het Uwv vormen geen nieuwe feiten en kunnen geen onderbouwing bieden voor een verzoek om terug te komen van eerdere besluiten.
Kan de rechter een geweigerd herzieningsverzoek alsnog vernietigen als de weigering evident onredelijk is?
Ja, dat is mogelijk. Als het bestreden besluit de toets op zorgvuldigheid en motivering doorstaat, kan de bestuursrechter niettemin beoordelen of het besluit evident onredelijk is. In deze zaak zag de Raad daarvoor geen aanleiding.
Verwante uitspraken
- Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid blijft in stand; deskundige bevestigt FML en afwezigheid toegenomen beperkingen11 maart 2026
- Uwv weigert WIA-uitkering terecht omdat toegenomen beperkingen voortkomen uit deconditionering en niet uit verslechtering van het onderliggende ziektebeeld14 juli 2026
- WIA-uitkering terecht beëindigd: knieklachten en discriminatieberoep op inkomensverschil slagen niet11 juni 2026


