Centrale Raad van Beroep
Uwv komt volledig tegemoet in ZW/WIA-zaak waarna de Staat wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn
Intrekking hoger beroep. Het bestuursorgaan is tegemoetgekomen aan de bezwaren van appellante.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1505Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 8 oktober 2025
In het kort
- Het Uwv nam op 10 juni 2025 een gewijzigde beslissing op bezwaar en kwam daarmee volledig tegemoet aan de bezwaren van appellante.
- De procedure duurde vanaf 28 oktober 2019 tot de bekendmaking van het tegemoetkomenende besluit vijf jaar en ruim zeven maanden, waarmee de redelijke termijn va
- De Staat wordt veroordeeld tot betaling van 2.000 euro schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, omdat de overschrijding volledig in de r
- Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten van beroep en hoger beroep tot een bedrag van in totaal 4.535 euro.
- Het Uwv vergoedt het door appellante in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal 182 euro.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Appellante stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 18 maart 2021 in een ZW/WIA-zaak. Na een schorsing van het onderzoek ter zitting benoemde de Raad verzekeringsarts F.J. Perquin als deskundige, die op 20 februari 2025 rapporteerde. Op 10 juni 2025 nam het Uwv een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee het volledig aan de bezwaren van appellante tegemoet kwam. Appellante trok daarop het hoger beroep in en verzocht om veroordeling in de proceskosten, vergoeding van wettelijke rente en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Over de proceskosten oordeelde de Raad dat het Uwv wordt veroordeeld in de kosten van beroep en hoger beroep, begroot op in totaal 4.535 euro. De kosten in de bezwaarfase waren al door het Uwv vergoed.
Over de redelijke termijn stelde de Raad vast dat de procedure begon met de ontvangst van het bezwaarschrift op 28 oktober 2019 en eindigde met de bekendmaking van het tegemoetkomenende besluit op 10 juni 2025: vijf jaar en ruim zeven maanden. De norm voor drie instanties is in beginsel vier jaar, zodat de redelijke termijn met één jaar en ruim zeven maanden werd overschreden. Dit leidt tot een schadevergoeding van 2.000 euro. Omdat de behandeling van het bezwaar tot de eerste beslissing op bezwaar van 24 februari 2020 minder dan een half jaar duurde, lag de overschrijding volledig in de rechterlijke fase. De Staat werd daarom veroordeeld tot betaling van 2.000 euro aan appellante, en tevens tot vergoeding van de proceskosten voor het schadeverzoek van 453,50 euro. Het Uwv moet het griffierecht van in totaal 182 euro vergoeden.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
Appellante ontving uiteindelijk volledige tegemoetkoming van het Uwv via de gewijzigde beslissing op bezwaar van 10 juni 2025, inclusief wettelijke rente over de nabetaling. Omdat de procedure vanaf het bezwaarschrift van 28 oktober 2019 meer dan vier jaar duurde, heeft appellante recht op 2.000 euro schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn, te betalen door de Staat. Daarnaast worden de proceskosten van beroep en hoger beroep van in totaal 4.535 euro door het Uwv vergoed, evenals het griffierecht van 182 euro.
Vragen over deze uitspraak
Waarom werd de Staat veroordeeld en niet het Uwv voor de overschrijding van de redelijke termijn?
De behandeling van het bezwaar duurde minder dan een half jaar, waardoor de volledige overschrijding in de rechterlijke fase valt. De Staat is verantwoordelijk voor de duur van de rechterlijke behandeling, het Uwv voor de bestuurlijke fase.
Hoe hoog is de schadevergoeding bij overschrijding van de redelijke termijn?
In beginsel bedraagt de vergoeding 500 euro per half jaar of gedeelte daarvan waarmee de redelijke termijn is overschreden. Bij een overschrijding van één jaar en ruim zeven maanden komt dat op 2.000 euro.
Wanneer eindigt de redelijke termijn als het Uwv alsnog tegemoetkomt?
De redelijke termijn eindigt op het moment dat het tegemoetkomenende besluit is bekendgemaakt. In deze zaak was dat het besluit van 10 juni 2025.
Wat is de maximale duur van een procedure in drie instanties voordat de redelijke termijn is overschreden?
De redelijke termijn is in beginsel vier jaar voor een procedure in drie instanties. De behandeling van bezwaar mag ten hoogste een half jaar duren, beroep ten hoogste anderhalf jaar en hoger beroep ten hoogste twee jaar.
Verwante uitspraken
- Uwv komt tegemoet na tussenuitspraken over ME/CVS; redelijke termijn overschreden met bijna drie jaar en schadevergoeding toegekend13 mei 2026
- Uwv komt volledig tegemoet na herbeoordeling, waarna proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn worden toegewezen1 oktober 2025
- Uwv kent alsnog IVA-uitkering toe en wordt veroordeeld in proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn22 juli 2026


