Centrale Raad van Beroep
Uwv kent alsnog IVA-uitkering toe en wordt veroordeeld in proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:963
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 22 juli 2026
De kern van de uitspraak
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Zeeland-West-Brabant over zijn recht op een WIA-uitkering. De zaken betroffen twee periodes (zaaknummers 18/3759 WIA en 22/3846 WIA), beide betrekking hebbend op het recht op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. De Centrale Raad van Beroep had in de loop van de procedure meerdere onafhankelijke deskundigen benoemd, waaronder een psychiater, een verzekeringsarts en een internist, die achtereenvolgens hebben gerapporteerd.
Op 10 oktober 2025 nam het Uwv een gewijzigde beslissing op bezwaar en bracht appellant per 17 februari 2017 in aanmerking voor een IVA-uitkering. Omdat het Uwv hiermee volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet was gekomen, trok appellant de hoger beroepen in en verzocht hij de Raad het Uwv te veroordelen in de proceskosten en in de wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
De procedure in zaak 18/3759 WIA duurde vanaf de ontvangst van het eerste bezwaarschrift op 8 februari 2017 tot het tegemoetkomende besluit op 10 oktober 2025 in totaal acht jaar en afgerond negen maanden. De redelijke termijn van vier jaar werd daarmee met vier jaar en negen maanden overschreden, uitsluitend in de rechterlijke fase. De Staat wordt voor deze zaak veroordeeld tot betaling van EUR 5.000,- aan immateriële schadevergoeding.
In zaak 22/3846 WIA was zowel in de bestuurlijke als in de rechterlijke fase sprake van termijnoverschrijding, wat leidde tot een aanvullende schadevergoeding van EUR 1.500,-. Hiervan komt EUR 1.200,- voor rekening van de Staat en EUR 300,- voor rekening van het Uwv.
De proceskosten voor het Uwv worden begroot op in totaal EUR 13.614,53, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep (EUR 9.340,-), deskundigenkosten voor rapporten van dr. F.C. Visser en dr. C.M.C. van Campen (EUR 4.041,03) en een aandeel in de kosten van het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding (EUR 233,50). De Raad ziet geen aanleiding voor een hogere wegingsfactor dan 1 (gemiddeld). Het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering wordt toegewezen.


