Centrale Raad van Beroep
Loonsanctie vervalt omdat het Uwv de grondslag in bezwaar heeft gewijzigd zonder dat de werkgever kon herstellen
Ten onrechte loonsanctie opgelegd. De Raad onderschrijft het standpunt van appellante dat de tekortkomingen die in bezwaar door het Uwv zijn vastgesteld, niet…
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2025:1373Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 17 september 2025
In het kort
- Het Uwv legde appellante op 25 november 2022 een loonsanctie op van 52 weken wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in het eerste en tweede spoor.
- In bezwaar verliet het Uwv de oorspronkelijke grondslag (onjuiste urenbeperking en onjuist zoekprofiel) en benoemde nieuwe tekortkomingen in het tweede spoor.
- De Raad oordeelt dat de in bezwaar vastgestelde tekortkomingen niet aanvullend aan de opgelegde loonsanctie ten grondslag kunnen worden gelegd, waardoor de gron
- Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van schade van € 22.807,71 en proceskosten van € 5.829,-.
- Het griffierecht van € 924,- dat appellante in beroep en hoger beroep betaalde, wordt door het Uwv vergoed.
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Betrokkene, verkoopmedewerkster voor 32 uur per week, meldde zich op 3 december 2020 ziek. Het Uwv legde appellante op 25 november 2022 een loonsanctie op voor 52 weken, tot 30 november 2023. De primaire grondslag was dat de bedrijfsarts ten onrechte een urenbeperking had aangenomen, waardoor het zoekprofiel in het tweede spoor onjuist was opgesteld en kansen in het eerste en tweede spoor mogelijk waren gemist.
In bezwaar draaide het Uwv dit oordeel terug: de verzekeringsarts bezwaar en beroep achtte de sociaal-medische begeleiding door de bedrijfsarts alsnog adequaat, en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep stelde vast dat appellante in het eerste spoor voldoende had gedaan. Toch handhaafde het Uwv de loonsanctie op een nieuwe grondslag: in het tweede spoor zou betrokkene minder hebben gesolliciteerd dan afgesproken, op onjuiste functies hebben gesolliciteerd, en ontbraken voortgangsrapportages over mei tot en met september 2022.
De Raad oordeelt dat deze nieuwe tekortkomingen niet als grondslag voor de loonsanctie kunnen dienen. Uit vaste rechtspraak volgt dat de motivering bij het primaire besluit zodanig concreet moet zijn dat de werkgever weet waaruit zijn tekortkoming bestaat en hoe hij die kan herstellen. De in bezwaar genoemde tekortkomingen waren bij het primaire besluit niet benoemd, zodat appellante niet in de gelegenheid was geweest deze te herstellen alvorens een verzoek tot bekorting in te dienen.
Omdat het Uwv de oorspronkelijke grondslag in bezwaar heeft verlaten en de nieuwe tekortkomingen niet alsnog aan de loonsanctie ten grondslag kunnen worden gelegd, is de grondslag aan de loonsanctie komen te ontvallen. De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak, verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en herroept het besluit van 25 november 2022.
Appellante had de door de loonsanctie veroorzaakte schade begroot op 22.807,71 euro. Het Uwv kon zich ter zitting in dat bedrag vinden, en wordt veroordeeld tot vergoeding van dat bedrag. De proceskosten worden vastgesteld op 5.829 euro en het betaalde griffierecht van 924 euro wordt vergoed.
Wat betekent deze uitspraak voor de werkgever?
Een loonsanctie moet bij het primaire besluit al concreet motiveren welke tekortkoming de werkgever wordt verweten, zodat hij weet wat hij moet herstellen. Wijzigt het Uwv die grondslag in bezwaar wezenlijk, dan kunnen de nieuw geformuleerde tekortkomingen niet alsnog aan de loonsanctie ten grondslag worden gelegd. Verlaat het Uwv de oorspronkelijke grondslag in bezwaar volledig, dan vervalt de loonsanctie en kan de werkgever aanspraak maken op vergoeding van de door de onterechte loonsanctie geleden schade.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De uitspraak gaat over de verhouding tussen het Uwv en de werkgever; voor de werknemer volgt uit deze uitspraak geen direct rechtsgevolg ten aanzien van haar uitkeringsaanspraak of re-integratietraject.
Vragen over deze uitspraak
Mag het Uwv de grondslag van een loonsanctie in bezwaar aanvullen met nieuwe tekortkomingen?
Nee. De motivering bij het primaire besluit moet zodanig concreet zijn dat de werkgever weet waaruit zijn tekortkoming bestaat en hoe hij die kan herstellen. Tekortkomingen die pas in bezwaar worden benoemd kunnen niet alsnog aan de loonsanctie ten grondslag worden gelegd, omdat de werkgever dan geen gelegenheid heeft gehad om het gebrek te herstellen.
Wat gebeurt er als het Uwv de oorspronkelijke grondslag van de loonsanctie in bezwaar laat vallen?
Dan is de grondslag aan de loonsanctie komen te ontvallen. De Raad herroept in dat geval het primaire besluit tot oplegging van de loonsanctie.
Kan een werkgever schade vergoed krijgen als een loonsanctie ten onrechte is opgelegd?
Ja. De bestuursrechter kan het Uwv op grond van artikel 8:88, eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht veroordelen tot vergoeding van schade als gevolg van een onrechtmatig besluit. In deze zaak werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van € 22.807,71, zijnde de schade door voortgezette loonbetalingsverplichtingen.
Wat telt als tekortkoming in het tweede spoor bij de beoordeling van re-integratie-inspanningen?
Uit deze uitspraak volgt dat het Uwv bij het primaire besluit concreet moet benoemen welke tekortkoming in het tweede spoor aan de werkgever wordt verweten. In de bezwaarfase werden onder meer onvoldoende sollicitaties, sollicitaties op onjuiste functies en het ontbreken van voortgangsrapportages over mei tot en met september 2022 als tekortkomingen aangemerkt, maar de Raad liet deze buiten beschouwing omdat ze niet in het primaire besluit stonden.
Verwante uitspraken
- Loonsanctie terecht opgelegd omdat bedrijfsarts buiten professionele marge trad door gewijzigde belastbaarheid niet bij te stellen en mediation niet te adviseren15 april 2026
- De 60-plusregeling geldt niet voor werkneemster die het einde van de wachttijd bereikte vóór de invoering van de regeling, ook niet na een loonsanctie van 52 weken11 maart 2026
- Uwv hoeft niet terug te komen van ZW-beëindiging uit 2010 omdat appellante geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangedragen3 juni 2026


