Centrale Raad van Beroep
Loonsanctie terecht opgelegd omdat bedrijfsarts buiten professionele marge trad door gewijzigde belastbaarheid niet bij te stellen en mediation niet te adviseren
Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht een loonsanctie heeft opgelegd.
- ECLI-nummer
- ECLI:NL:CRVB:2026:461Lees de uitspraak
- Instantie
- Centrale Raad van Beroep
- Uitspraakdatum
- 15 april 2026
In het kort
- Het Uwv legde op 24 november 2022 een loonsanctie op van 52 weken wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen na de WIA-aanvraag van de werknemer op 7 septemb
- De bedrijfsarts trad buiten zijn professionele marge door de belastbaarheid na de LAB van 25 oktober 2021 niet bij te stellen terwijl de werknemer een duidelijk
- Het ontbreken van een bijgestelde FML of LAB maakte dat niet duidelijk was of het spoor 2-traject bij Focus passend was voor de medische beperkingen van de werk
- De bedrijfsarts adviseerde ten onrechte geen mediation, terwijl al in de probleemanalyse van 19 januari 2021 terugkeer in eigen werk als doel werd vermeld en ee
- De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat een onjuist advies van de bedrijfsarts voor rekening en risico van de werkgever blijft, onder verwijzing naar CRvB 21
Wat besliste de Centrale Raad van Beroep?
Een werkgever (appellante) had een werknemer in dienst als winkelmedewerker voor bijna 40 uur per week. De werknemer meldde zich op 30 november 2020 ziek wegens psychische klachten. Na een WIA-aanvraag op 7 september 2022 beoordeelde het Uwv de re-integratie-inspanningen en legde op 24 november 2022 een loonsanctie op van 52 weken. Het Uwv concludeerde dat de bedrijfsarts de belastbaarheid niet adequaat had vastgesteld en dat er onvoldoende was gedaan aan een verstoorde arbeidsverhouding.
De twee kerngebreken die de arbeidsdeskundige in het rapport van 24 november 2022 constateerde, waren: (1) de belastbaarheid van werknemer was onduidelijk gebleven na de Lijst Arbeidsmogelijkheden en Beperkingen (LAB) van 25 oktober 2021, waardoor niet duidelijk was of het spoor 2-traject passend was, en (2) er was sprake van een verstoorde arbeidsverhouding waarop de bedrijfsarts en appellante niet hadden geanticipeerd, bijvoorbeeld door mediation in te zetten.
De Raad oordeelt dat de bedrijfsarts buiten zijn professionele marge is getreden. Hoewel de werknemer tijdens het spoor 2-traject meermalen op het spreekuur vertelde dat het slecht ging en de behandeling tijdelijk was gestopt, bleef de bedrijfsarts concluderen dat fulltime moest worden doorgegaan met het spoor 2-traject. Een FML of LAB dient als uitgangspunt voor de arbeidsdeskundige om te beoordelen of zoekprofielen, vacatures en werkervaringsplekken passend zijn. Bij een duidelijk afnemende belastbaarheid had bijstelling moeten plaatsvinden.
Over het arbeidsconflict stelt de Raad dat de bedrijfsarts ten onrechte geen mediation heeft geadviseerd. Dat terugkeer bij appellante van begin af aan geen optie zou zijn geweest, strookt niet met het in de probleemanalyse van 19 januari 2021 vermelde verwachte doel van volledige terugkeer in eigen werk bij de eigen werkgever. Een verstoorde arbeidsverhouding kan de re-integratie belemmeren, zodat mediation aangewezen was.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 13 november 2024 en laat de loonsanctie in stand. De benadering dat een onjuist advies van de bedrijfsarts voor rekening en risico van de werkgever komt, wordt opnieuw bevestigd, onder verwijzing naar de uitspraken van 23 november 2023 en 21 januari 2026.
Wat betekent deze uitspraak voor de werkgever?
De loonsanctie van 52 weken blijft in stand omdat de werkgever verantwoordelijk wordt gehouden voor het onjuiste advies van de bedrijfsarts, ook al volgde de werkgever dat advies te goeder trouw. Uit deze uitspraak volgt dat de werkgever erop moet toezien dat de bedrijfsarts bij een duidelijk verslechterende situatie van de werknemer de LAB of FML tijdig bijstelt, zodat de passendheid van het re-integratietraject geborgd blijft. Voorts volgt uit de uitspraak dat bij een verstoorde arbeidsverhouding een instrument als mediation inzetten aangewezen is, ook als terugkeer in eigen werk op dat moment niet realistisch lijkt.
Wat betekent deze uitspraak voor de werknemer?
De opgelegde loonsanctie blijft in stand, wat betekent dat de werkgever verplicht blijft loon door te betalen gedurende de verlengde periode tot 27 november 2023, zodat de re-integratie alsnog adequaat kan worden opgepakt. Uit de uitspraak volgt dat het Uwv heeft vastgesteld dat de aanhoudende druk op de werknemer om fulltime beschikbaar te blijven voor het spoor 2-traject een verdere negatieve invloed had op zijn mentale belastbaarheid.
Vragen over deze uitspraak
Kan een werkgever de loonsanctie ontlopen als de bedrijfsarts een verkeerd advies gaf?
Nee, een onjuist advies van de bedrijfsarts komt voor rekening en risico van de werkgever. De Raad heeft deze benadering opnieuw bevestigd in de uitspraken van 23 november 2023 en 21 januari 2026 en ziet geen aanleiding daarvan af te wijken.
Wanneer treedt een bedrijfsarts buiten zijn professionele marge bij de RIV-toets?
Volgens de Raad trad de bedrijfsarts hier buiten zijn professionele marge doordat hij, ondanks signalen van een duidelijk afnemende belastbaarheid, onverminderd concludeerde dat fulltime moest worden doorgegaan met het spoor 2-traject zonder de LAB of FML bij te stellen. De RIV-toets is geen claimbeoordeling, maar de bedrijfsarts wordt wel een professionele marge gegund.
Moet de bedrijfsarts de belastbaarheid bijstellen als de werknemer aangeeft dat het slechter gaat?
Ja, bij een duidelijk afnemende belastbaarheid is bijstelling van de belastbaarheid in een FML of LAB van belang om inzicht te blijven houden in de inzetbaarheid tijdens het re-integratietraject. Zonder actuele FML of LAB kan de arbeidsdeskundige niet beoordelen of zoekprofielen, vacatures en werkervaringsplekken passend zijn.
Wat moet een werkgever doen als er een arbeidsconflict speelt tijdens de re-integratie?
Volgens de Raad was inzet van mediation aangewezen zodra sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding die de re-integratie kan belemmeren. Het argument dat terugkeer bij de werkgever toch geen optie meer was, volgde de Raad niet, mede omdat de probleemanalyse van 19 januari 2021 volledige terugkeer in eigen werk als doel vermeldde.
Verwante uitspraken
- Uwv weigert terecht WIA-uitkering aan schoonmaakster omdat eigen werk passend is binnen vastgestelde belastbaarheid15 juli 2026
- Wajong-uitkering terecht geweigerd omdat appellante ten minste vier uur per dag belastbaar is21 januari 2026
- Wajong-uitkering geweigerd omdat appellante in de relevante periode van achttien tot drieëntwintig jaar ondanks forse beperkingen vier uur per dag belastbaar was4 mei 2026


